Vijftig bedden in een bos

Het publiek ligt in bed tijdens de voorstelling ‘Sweet Dreams’. Acteurs zorgen ervoor dat de bezoekers niet in slaap vallen. „De volgende dag moet het al zijn alsof het allemaal een droom was”, zegt Alexandra Broeder. Herien Wensink

Theatermaker Alexandra Broeder liet op Oerol al eens een bus volwassenen ontvoeren door kinderen. In Nature or Nurture draaide ze de rollen helemaal om: hier speelden kinderen volwassenen; bevreemdend en confronterend. Haar laatste voorstelling KIND was je reinste horror: snoezige kindertjes bleken daarin het Kwaad. Nu maakt ze – een unicum in de geschiedenis van Oerol – op Terschelling een voorstelling die de hele nacht duurt. In Sweet Dreams ‘overnachten’ de bezoekers in een „totaalconcept van spel, licht en geluid.” Al doen ze vermoedelijk geen oog dicht.

Sweet dreams – zo’n titel klinkt bij Broeder meteen al eng. Denk zwijgende, ernstige kinderen die je woordloos opwachten en meenemen naar een bed in het bos. Zij leggen je in bed, zingen misschien een slaapliedje – maar je weet van tevoren dat je dromen niet zoet zullen zijn. Vijftig bedden, verspreid over een donker, dichtbegroeid, heuvelachtig terrein. Misschien kan je je buurvrouw net zien, maar er gezellig mee babbelen is uitgesloten. En dan is de ondertitel ook nog ‘Uw tijd is gekomen’. Toch zal de voorstelling niet op een voor de hand liggende manier griezelig zijn, denkt Broeder. „Het is niet zo dat er ’s nachts in het donker opeens een clown naast je bed staat. Maar op een bepaalde manier zal het zeker beklemmend zijn, mysterieus, ontregelend misschien. Ik wil een plek creëren in de nacht, waaraan bezoekers zich moeten overgeven, ook al weten ze niet wat er gaat gebeuren.”

Dat niet-weten is nogal cruciaal, en dus kan ook hier niet te veel worden weggegeven. Enkel dit: mocht dit complexe project goed uitpakken, mocht alles lukken wat Broeder wil, dan zou Sweet Dreams een levensveranderende theaterervaring kunnen zijn. Niet voor niets is ze gefascineerd door het fenomeen van de bijna-dood-ervaring, zoveel wil ze wel verklappen. Gevaarlijk wordt het overigens geen moment, ook dat moet gezegd. En als mensen het toch te onaangenaam vinden, mogen ze weg, belooft Broeder.

De regisseur creëert vaak spannende, filmische werelden, die eerder een ervaring vormen dan puur voorstelling zijn. Voor KIND liet ze zich inspireren door horrorfilms als The Orphan en The Orphanage, waarin vreemde, net iets te volmaakte kinderen de verleidelijke slechterik spelen. In een nagesprek liet ze eens een fragment zien uit de cultklassieker Who could kill a child? waarin de hoofdpersoon met zichtbare moeite kinderen doodschiet, ook al hebben die meer dan eens bewezen absoluut diabolisch te zijn. Broeder: „Ik heb geen hekel aan kinderen, integendeel. Maar ik vind het interessant om te onderzoeken waarom kinderen ons soms angst inboezemen. Ik denk dat het is omdat ze toch, zelfs je eigen kinderen, fundamenteel onkenbaar zijn. Je zet ze op de wereld en dan is het afwachten. Dat druist in tegen onze behoefte aan controle, en daar wil ik het in mijn werk over hebben.” Ook Sweet Dreams gaat daarover: het publiek zal de controle volledig los moeten laten; alleen in de nacht, op onbekend terrein, overgeleverd aan zwijgende kinderen.

Voor Sweet Dreams liet ze zich inspireren door de sfeer van ‘the deep south’ in de Verenigde Staten. „Ik ben er nooit geweest, maar het fascineert mij altijd mateloos. Van die stadjes in the middle of nowhere, Texas, Mississippi – het soort plekken waar Stephen King-films zich afspelen. De sfeer van films als Winter’s Bone en Deliverance; afgelegen gebieden waar de mensen nog heel erg bezig zijn met goed en kwaad, met de Bijbel. Waar alcoholisme heerst en inteelt, en bijgeloof.”

Een belangrijke inspiratiebron was ook de serie True Blood, die zich inderdaad in het diepe zuiden van de VS afspeelt. Broeder: „Voodoo! En van die kerkdiensten met slangen! Broeierig, griezelig, geheimzinnig. Heel knap aan dat soort series vind ik dat je onmiddellijk accepteert dat daar mensen bestaan die in dieren veranderen. Dat komt ook omdat de gebeurtenissen zich afspelen in een geïsoleerd universum, ver van het moderne, geciviliseerde leven. Je gelooft meteen dat mensen daar dichter bij het paranormale staan. Ik hoop dat in Sweet Dreams ook zo’n magische wereld zal ontstaan.”

Broeders voorstelling begint om half elf ’s avonds en eindigt de volgende ochtend om zeven uur. Het kan niet zo zijn dat een Oerol-bezoeker er na twintig bier gewoon even lekker gaat liggen ronken, zegt ze. „Als je in slaap valt, word je door de acteurs gewekt. ‘Blijf nog even bij ons’, zeggen ze dan, ‘u bent hier nog niet klaar.” Vanuit bed zullen bezoekers zo nu en dan ook een opdracht moeten doen. „Maar dat ze doezelen, indommelen, wakker schrikken en volstrekt niet weten waar ze zijn, zal denk ik bijdragen aan de ervaring. Ik ben zelf gefascineerd door dat moment tussen waken en slapen, waarin je voelt dat je wegzakt, maar niet weet waar je zal belanden.”

Als mensen Sweet Dreams ‘gewoon een mooie voorstelling’ vinden, zal Broeder ontevreden zijn. „Ik wil een appèl doen op hun onderbewuste, spelen met hun waarneming en realiteitszin. De volgende dag moet het al zijn alsof het allemaal een droom was. Dat mensen denken: ben ik daar nou echt geweest? En dan hoop ik dat ze nog lang af en toe zullen terugdenken, en beseffen: o ja, er is ergens een plek, een vreemde plek, daar ben ik al eens geweest. Er wacht daar iets. En ooit keer ik daarnaar terug.”