Vier oplossingen voor de schuldencrisis in Griekenland

Doormodderen. Dat is de aanpak van Europese regeringsleiders en de ECB. Maar met doormodderen verdwijnt de Griekse crisis niet. Welke opties liggen er nog op tafel?

De Griekse crisis gaat maar niet over. Anderhalf jaar lang modderen Europese politici, centrale bankiers en technocraten van het IMF voort zonder een echte oplossing. Deze week kwamen Europese ministers voor Financiën bijeen voor een spoedoverleg. Zondag schuiven ze in Luxemburg weer bij elkaar aan tafel. Wat zijn hun mogelijkheden?

1. Helemaal niets doen

Geen Nederlandse cent meer naar de Grieken, twitterde PVV-leider Geert Wilders vorige maand. Dat is een optie, maar wel een waar regeringsleiders en centrale banken niet op zitten te wachten. Geen geld naar Griekenland is desastreus, menen ze. „Dit betekent dat Griekenland binnen enkele weken niet meer aan haar betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen”, schreef minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) deze week aan de Kamer. Dit leidt „snel daarna” tot een ondergang van Griekse banken en een wanordelijk faillissement , volgens De Jager.

President Jean-Claude Trichet van de ECB zegt hetzelfde. Als Griekse obligaties na een faillissement waardeloos worden kan de ECB geen noodleningen meer verstrekken aan de Griekse banksector, waardoor deze snel weggevaagd wordt. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s berekende dat bij zo’n faillissement Griekenland slechts 30 tot 50 procent van de waarde van uitstaande obligaties kan vergoeden.

Europese banken hebben deze obligaties en leningen aan Griekse bedrijven op hun balans staan en kunnen grote verliezen lijden. Wat daar bijkomt is dat er massaal verzekeringen zijn afgesloten op het faillissement van Griekenland. Als die moeten uitkeren kunnen de verzekeraars gigantische verliezen lijden. Het probleem is dat niemand weet wie precies de verzekeringen bezit. De vrees is dat Europese banken niet meer willen uitlenen aan elkaar. Een nieuwe kredietcrisis is geboren.

2. Opnieuw miljarden lenen

Gezien de angst voor een wanordelijk faillissement is het aannemelijk dat regeringsleiders, de ECB en het IMF nieuwe steun aan Griekenland bieden. Deze steun zal bestaan uit een zak geld. De grote vraag is onder welke voorwaarden. In een verslag van de informele bijeenkomst van Europese ministers van Financiën schrijft De Jager dat Nederland pas in zal stemmen met nieuwe steun als Griekenland nog meer privatiseert en bezuinigt, als het IMF betrokken is (zowel financieel als met expertise) en als de private sector „substantieel” bijdraagt. Ook Duitsland eist zo’n bijdrage. Dat kan verschillende vormen aannemen. Banken kunnen de waarde van staatsobligaties afwaarderen waardoor de Griekse schuld kleiner wordt. Nadeel is dat dat tot dezelfde angst kan leiden als een wanordelijk faillissement. Om die angst te temmen moet er geld beschikbaar zijn om landen (en hun banken) te steunen. DNB-president Nout Wellink zegt vandaag in Het Financieele Dagblad dat als regeringsleiders perse de Griekse schuld willen afwaarderen het Europese noodfonds opgehoogd moet worden, met Europees belastinggeld, van 750 miljard euro tot 1.500 miljard.

3. Obligaties oprekken

Een andere optie is om banken zover te krijgen dat ze vrijwillig accepteren dat de looptijd van Griekse staatsobligaties met 7 jaar wordt verlengd. Volgens het Griekse ministerie van Financiën loopt 56 procent van de financiering van de Griekse schuld (350 miljard euro) binnen nu en vijf jaar af. Als banken bereid zijn vrijwillig de obligaties langer aan te houden verlaagt dit de druk op de Grieken om financiering te zoeken voor de schuld. Het nadeel is dat als banken vinden dat ze gedwongen worden de looptijden te verlengen dit door de markt gezien wordt als een wanordelijk faillissement. Maar als er geen dwang wordt uitgeoefend is het de grote vraag of banken zich wel aan de vrijwillige afspraken houden.

4. Griekenland uit de euro zetten.

Eén probleem zullen regeringsleiders maandag niet oplossen: de zwakke Griekse economie. Griekenland kan niet concurreren met efficiënte Noordelijke landen. Dat is de oorzaak van de crisis. Puur economisch is het makkelijker voor de Grieken om buiten de eurozone te herstellen. Ze kunnen dan de munt devalueren wat hun producten goedkoper en dus aantrekkelijker maakt. Het snelle herstel van de IJslandse economie na de crisis van 2008 laat zien hoe een economie door devaluatie snel kan herstellen. Het nadeel is dat de Griekse schuld alleen maar oploopt omdat de drachme minder waard wordt. Ook dan lijkt een risicovolle afwaardering van de Griekse schuld zo goed als onontkoombaar.