Twee diplomaten korte tijd ontvoerd

Twee Nederlandse diplomaten zijn twee weken geleden kort ontvoerd in Noord-Libanon, nabij de stad Baalbek. Het duo is naar Syrië meegenomen en na korte tijd weer teruggebracht. Het gaat om de defensieattaché en zijn assistent, verbonden aan de Nederlandse ambassade in de Syrische hoofdstad Damascus.

Buitenlandse Zaken bevestigde vanmorgen dat de twee op 24 mei zijn „staande gehouden en tegen hun wil naar Syrië gebracht”. Na contact met „Syrische en Libanese autoriteiten” zijn de twee een halve dag later teruggebracht naar Libanon.

Het ministerie wil niet spreken van een ontvoering. Volgens de Libanese website Laharnet werden de twee in geblindeerde terreinwagens via een sluipweg Syrië binnengereden. Dat land verkeert momenteel in chaos, met opstanden tegen de regering in verschillende steden.

Baalbek is een hoofdkwartier van de Libanese Hezbollahbeweging, die nauwe banden heeft met Syrië en Iran. Het is onduidelijk of die groep met de ontvoering te maken heeft.

Volgens Buitenlandse Zaken waren de twee in het gebied om „de situatie te observeren. Daar is niets geheims aan en dit was aangemeld bij de Libanese autoriteiten.” De woordvoerder spreekt over aanhouding door „een lokale stam” en onderstreept dat er geen contact is geweest met Hezbollah, die in het gebied heer en meester is.

De ontvoering van de Nederlanders heeft in internationale diplomatieke kringen tot zorgen geleid. Libanon heeft een lange geschiedenis van ontvoeringen; tijdens de burgeroorlog tussen 1975 en 1990 werden tientallen buitenlanders gekidnapt. Daarnaast laat de connectie tussen de ontvoerders en Syrië zien dat de Syrische regering in de toekomst ontvoeringen van westerse diplomaten kan gebruiken als wapen tegen internationale druk over het mensenrechtenbeleid in dat land.

Libanon is relatief rustig gebleven tijdens de Arabische opstanden. Wel werden in maart toeristen uit Estland in hetzelfde gebied ontvoerd en was er een dodelijke bomaanslag op VN-vertegenwoordigers.