Productie-eenheden

Dus dit is hoe snoeien om te groeien eruit ziet.

In 2009 zorgde Geert Wilders voor panische woede omdat hij wilde berekenen hoeveel een immigrant kostte en wat hij opleverde. Waar haalde hij het gore lef vandaan! Mensen alleen beoordelen op hun economische waarde!

Inmiddels is Wilders’ redeneertrant volledig geaccepteerd regeringsbeleid. Sterker nog: het is er het fundament van. Die beschouwt dit kabinet als productie-eenheden die zijn te verdelen in winstgevend (auto- en huizenbezitters, CEO’s, wetenschappelijk onderzoekers op economisch nuttige terreinen) versus verlieslijdend (zieken, gehandicapten, buitenlanders, kunstenaars, gekken, bejaarden, docenten, agenten, studenten, fundamenteel wetenschappelijk onderzoekers, probleemkinderen, militairen…). Nederland als bedrijf, met het kabinet alleen nog als financieel-directeur, dat een klassiek marktliberalistisch model implementeert, de verlieslijdenden snoeit, die de winstgevenden belemmeren in hun groei.

Die ingreep garandeert een scherper contrast tussen een kleinere elite - die zich de duurdere concertkaartjes, privéziekenhuizen en dure opleidingen voor hun kinderen kunnen veroorloven - versus een middelmatige rest. Onder de bevolking groeien onvermijdelijk onvrede, afgunst, haat, criminaliteit en de hoeveelheid psychische en lichamelijke ‘klachten’. Dat alles mondt uit in een volstrekt voorspelbare volgende verkiezingsuitslag.

In de meeste gevallen komt die echter te laat. Veel kunstinstellingen en instituten voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zijn immers gestaag opgebouwd, in decennia of zelfs eeuwen. Die kun je wel in één klap wegvagen, samen met hun basale infrastructuren, maar niet in een paar jaar weer opbouwen.

Opmerkelijk is dat de heggenschaar in handen is van de kleinst mogelijke parlementaire meerderheid, gedoogsteund door de twee meest omstreden partijen, tegen de wil van de meeste gemeentebesturen en tegen de wil van een derde van de leden van één regeringspartij. Zoiets is in de geschiedenis van ons democratisch bestuur ongekend; het is verbluffend om er getuige van te zijn.

„De staat is geen geluksmachine”, stelt onze premier. Ergo: wie niet rendeert, profiteert, is een gelukszoeker die geëlimineerd moet worden, of een rendabeler plaats in de productieketen krijgt toegewezen. Tegen zo’n mensbeeld moeten we ons, met alle kracht die in ons is, verzetten.

Christiaan Weijts