Pensioenakkoord kost de vrije zaterdag

Doorwerken tot voorbij de 65 jaar kan alleen bij geschoolde werknemers. Geef mensen daarom recht op bijscholing, stelt Andre Kolodziejak.

Het pensioenakkoord zal voor gewone mensen resulteren in werken op zaterdag. Ze zullen op hun oude dag te weinig verdienen.

Concrete maatregelen voor mensen om het tot na hun 65ste vol te houden, ontbreken. Het akkoord levert niets op voor de economie en voor de betaalbaarheid van de pensioenen. Omdat we toch meer uren per werknemer per werkzaam leven nodig hebben, zal het geen vijf jaar meer duren voordat de zaterdag in Nederland weer een gewone werkdag wordt.

Kort gezegd komt het voorgenomen akkoord erop neer dat op termijn langer wordt doorgewerkt (tot 66 in 2020 en tot 67 in 2025,) terwijl de premies niet fors worden verhoogd. Mensen kunnen nog steeds op 65-jarige leeftijd stoppen. Dan worden ze gekort op hun pensioen.

De kerngedachte van ons Nederlands pensioenstelsel wordt met het akkoord verlaten. Het concept van de defined benefits, een gegarandeerd pensioen, verandert feitelijk in defined contributions, vastgelegde inbreng. Die laatste formule kennen we al van de woekerpolissen.

Het is een waar mirakel als de vakbonden dit akkoord accepteren. Ze lijken immers niets te hebben binnengehaald, waar de pensioenfondsen zijn bevrijd uit hun diepe put met te lage dekkingsgraden.

Bij nadere beschouwing berust het wonder op een aanzienlijke verhoging van de AOW-uitkeringen. Dat houdt in dat boven de inflatie de algemene ouderdomsrente tot 2028 nog eens stijgt met 0,6 procent per jaar. Terwijl in Nederland onbarmhartig schande van de hulp aan Griekenland wordt gesproken, zien we hier een bail-out uit de staatskas van de Nederlandse pensioenfondsen en loontrekkers die groter is dan het totale Europese noodfonds. Of dit onnavolgbare staaltje polderhocuspocus ook voor Henk en Ingrid goed is, valt te bezien.

Als aan het pensioenakkoord niets verandert, betalen Henk en Ingrid het gelag. Zij zullen langer moeten doorwerken. Dit zal even vreugdeloos en economisch inefficiënt zijn als zij daarvoor niet zijn toegerust. Lang moeten doorwerken, terwijl de houdbaarheidsdatum van de opleidingen steeds korter wordt, is onmogelijk. Het geld dat door de cao’s in de opleidingsfondsen opzij gezet is om langer werken vol te houden, blijft in die vetpotten zitten. Halverwege je arbeidsleven een langere opleiding volgen, je werkprestaties verhogen, is duur gemaakt in Nederland. Daarom blijven veel autochtonen onder aan de arbeidsmarkt hangen, als concurrenten van laagopgeleide immigranten.

In experimentele, Europese programma’s is gebleken dat gewone mensen hun arbeidsleven alleen productief en prettig kunnen uitzingen tot voorbij de 65 jaar als hun behandeling sterk wordt verbeterd – dus als zij toegang krijgen tot langere opleidingstrajecten voor herscholing en mobiliteit, als zij bepaalde stress uit hun werk mogen strippen en als zij een beroep kunnen doen op senioriteitcoaches, die hen helpen om hun loopbaan te vernieuwen.

Het pensioenakkoord is pas compleet als zowel pensioenfondsen als vakbonden concreet bijdragen aan de instandhouding van de werkcapaciteit van ouder wordende werknemers, bijvoorbeeld door het oprichten van laagdrempelige scholingsinstituten voor grote groepen mensen voor scholing midden in hun carrière.

Als dit niet haalbaar is, leveren die extra werkjaren voorbij de 65 jaar niet veel extra op. Het enige alternatief om betaalbare en goede pensioenen te bereiken, is dan langer werken per week. Het incomplete pensioenakkoord kost dus vroeg of laat de vrije zaterdag.

Andre Kolodziejak is voorzitter van de Stichting Senioriteit Nederland.