Niet actueel, wel fenomenaal

The Rape of Lucretia van Benjamin Britten o.l.v. Oliver Knussen. Gehoord: 15/6 Muziekgebouw aan ’t IJ Amsterdam.

„Alle vrouwen zijn van nature hoeren”, zegt de ene Romeinse generaal tegen de andere in het jaar 509 voor Christus. De heteroseksuele bruutheid in de opera The Rape of Lucretia (1946) contrasteert sterk met de rest van het vaak homoseksueel getinte oeuvre van Benjamin Britten. De generaalsvrouw Lucretia wordt door een prins verkracht. Hoewel haar man haar niets verwijt, pleegt ze zelfmoord. De opera eindigt met de hoop op de komst van Christus, die haar een half millennium later moet verlossen.

The Rape of Lucretia, in 1946 al in Amsterdam uitgevoerd, had na de oorlog een omstreden boodschap van verzoening. Britten was een pacifist, die samen met zijn vriend, de tenor Peter Pears, naar de Verenigde Staten was gegaan om de oorlog te ontvluchten. Die morele dimensie heeft zijn actualiteit goeddeels verloren.

In het Holland Festival resteerde nu een zeer economisch meesterwerk. Het is een wonder van onwaarschijnlijke schoonheid en indringend drama voor acht zangers en dertien instrumentalisten.

Het vocale niveau was fenomenaal, vooral dankzij de weergaloos expressieve Ian Bostridge (Male chorus), Susan Gritton (Female chorus), de hartverscheurende Angelika Kirchschlager als Lucretia, Christopher Purves (Collatinus) en Benjamin Russel (Junius), al had de instrumentale uitvoering soms nog wat pregnanter gekund.

    • Kasper Jansen