Niemand kan zich wapenen tegen clowns

Al zappend stuit ik op een reclame van Comedy Central, waarin wordt verteld dat zij comedy als een serieuze zaak zien en zeer selectief zijn in wat ze uitzenden – de reden om een strikt Geen Clown-beleid te hanteren. Vervolgens zie je een opstand van woedende clowns, die met taarten, jongleerballetjes en zichzelf als kanonskogel

Al zappend stuit ik op een reclame van Comedy Central, waarin wordt verteld dat zij comedy als een serieuze zaak zien en zeer selectief zijn in wat ze uitzenden – de reden om een strikt Geen Clown-beleid te hanteren. Vervolgens zie je een opstand van woedende clowns, die met taarten, jongleerballetjes en zichzelf als kanonskogel het Comedy Central-kantoor aanvallen.

Deze reclame bevestigt eens te meer wat ik al veel langer vermoed: iedereen haat clowns.

Natuurlijk zijn er veel voor de handliggende redenen om clowns angstaanjagend te vinden: een trauma door een onderbetaalde bijklusclown in een klein winkelcentrum is zo opgelopen. Ook helpen films als It en Saw niet bepaald mee. Of het feit dat hun lachende mond erop geschminkt is.

Toch gaat het bij mij niet om de angst dat er plotseling een grijnzende clown uit mijn doucheputje opdoemt, of dat ik in een donkere, regenachtige straat met rokende putdeksels een geschminkte man met een kettingzaag tegenkom. Het is juist het natuurlijke clown-zijn dat mij bevreest.

In een circus is een struikelende, foppende clown nog tot daaraantoe – niet grappig, maar ongevaarlijk. Daarbuiten is hij echter op zoek naar een slachtoffer. Een argeloze omstander. En kan het dus voorkomen dat je lijdzaam moet ondergaan dat een clown je een bloem wil geven die steeds knakt, gekleurde linten uit je broekzakken haalt en begint te jongleren met je portemonnee, mobiel en strip anticonceptiepillen.

Deze clownintimidatie is het grootst bij de plaag die voornamelijk toeristische steden tart: witgeschminkte pierrots, die plotseling al een half uur achter je blijken te lopen om je wandelpas te imiteren. Waarna ze zogenaamd onnozel hun niet-bestaande schoenveters gaan strikken, of plotseling gevangen zitten in een niet-bestaande doos. Als ze nou altijd in die niet-bestaande doos zouden blijven. Maar jammer genoeg vinden ze altijd weer een uitgang.

Het probleem is dat er geen manier is om je te wapenen tegen clowns. Door die valse schijn van gezelligheid en feest kun je niet van een clown weglopen, zoals je bij ieder ander die een rode neus tijdens zijn werk draagt wel gewoon zou doen.

Ik was niet lang geleden op een feest waar een clown aanwezig was, die perverse langwerpige ballonnen tot de meest uitzinnige bouwwerken vouwde. Als hij in de buurt kwam, sloop ik stilletjes weg – iets wat hij door kreeg.

Op een bepaald moment stond ik ergens nietsvermoedend te praten, toen ik merkte dat er een ring van ballon om me heen werd gelegd. Ik draaide me om. De clown legde nog een ring om me heen, alsof ik een menselijke kegel was. Ik zei niets. De clown ook niet. In stilte vouwde hij meer ringen. Vijf minuten stond ik daar, de ringen om me heen. Toen pakte hij ze en draaide ze snel in een enorm boeket van ballonbloemen, dat hij stevig in mijn hand drukte. Ik bleef achter met het ballonnenboeket.

De clown had gewonnen.