Moment

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik iemand heb horen zeggen: „Eén monumentje alstublieft.” Ik weet niet of dat komt doordat dit grapje inmiddels te oubollig is geworden, zodat het echt niet meer gezegd wordt. Of dat ik per ongeluk steeds net op de verkeerde plek was. Hoe het ook zij, ik vind

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik iemand heb horen zeggen: „Eén monumentje alstublieft.” Ik weet niet of dat komt doordat dit grapje inmiddels te oubollig is geworden, zodat het echt niet meer gezegd wordt. Of dat ik per ongeluk steeds net op de verkeerde plek was. Hoe het ook zij, ik vind het altijd wel een gezellig grapje. Van een bediende in een onsuccesvolle kantoorboekhandel met een stofjas aan. Die het allemaal wel heel goed bedoelt.

Een moment maakt alles actiever, flitsender

Wat je wel vaak hoort is het woord ‘moment’. Alles is een moment. Het fotomoment.

„Even een rustmomentje pakken.”

Een genietmoment.

Eigenlijk kun je overal een moment van maken. „Ha lekker, een tapasmoment!” Om vervolgens drie uur lang tapas te gaan zitten grazen.

Vroeger, in de jaren tachtig, zeiden veel mensen ‘gebeuren’, maar dan als zelfstandig naamwoord. „Hier is dan het hele zwemgebeuren”, dat kon een badmeester bij een rondleiding door het zwembad zeggen.

‘Gebeuren’ is een vaag woord. Het zegt niets over hoe lang iets gebeurt. Of wie het doet.

Een moment maakt daarentegen alles flitsender en actiever. „Hee jongens, even een controlemoment: heeft iedereen z’n paspoort bij zich? Oké, want anders redden we dat koffiemoment niet meer.”

Koffiemoment, dat zeg ik zelf heel erg vaak, moet ik bekennen.

Als twee mensen elkaar leuk vinden krijg je op een gegeven moment (daar zijn we weer) het zoenmoment. En als daar niet op ingesprongen wordt, dan is het moment alweer voorbij.

Je zou kunnen zeggen dat het tijdperk waarin wij leven er een van momenten is.

Ooit was er Derrick, die zo bloedeloos kon zeggen: „Moment, bitte.” Bij hem was ‘moment’ een pauze. Een niets tussen het een en het ander. Nu zijn momenten de dingen die we doen.

Dat is niet erg. Soms maken momenten dingen dragelijker. Toen ik nog studeerde was er een hoogleraar die op zijn deur had hangen: Spreekuur van 13u tot 13u30. Daar had iemand, trillend van woede, ondergeschreven: Spreekmoment!!! Want het was duidelijk dat deze hoogleraar niet een heel uur wilde luisteren naar wauwelende studenten.

Persoonlijk denk ik dat het vragenuurtje in de Tweede Kamer er ook aan gaat. Dat verkleinende ‘uurtje’ geeft al aan waar het heen gaat.

Dat wordt het wekelijkse vragenmoment.