Leef alsof je dineert bij de goden

Niet de gebeurtenissen zelf maken dat we ons naar voelen, maar de manier waarop we ernaar kijken. Dit idee maakt Epictetus tot inspiratiebron voor moderne psychologen. Zijn leer blijkt veel duisterder te zijn.

Epictetus: Verzameld werk. Vert. uit het Grieks door Gerard Boter en Rob Brouwer. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 461 blz. € 34,95.

Wie kent Epictetus nog? Rondvragen levert veel verontschuldigende blikken op. En de vraag ‘was het een oude Griek of een oude Romein?’ Strikt genomen: geen van beide – of allebei. Epictetus was een oude Turk, leren we uit de inleiding op de mooie nieuwe Nederlandse vertaling van zijn werk door Gerard Boter en Rob Brouwer. Hij werd rond 50 na Christus als zoon van een slavin geboren in Hiërapolis (bij Pamukkale, West-Turkije, tegenwoordig op de Werelderfgoedlijst). Vervolgens werd hij slaaf, in Rome, van de secretaris van keizer Nero en keizer Domitianus. Rond zijn 40ste vertrok hij, kennelijk vrijgelaten, naar Nicopolis (West- Griekenland) om daar de school voor stoïsche filosofie te stichten waar we hem nu nog allemaal van zouden moeten kennen.

Maar, eerlijk is eerlijk, daar kende ik hem zelf ook niet direct van. Ik herinnerde me hem in eerste instantie uit A Man in Full (1998), een van de grote Amerikaanse romans van Tom Wolfe. Daarin verliest een werkloos geraakte jonge vader, Conrad Hensley, zijn zelfbeheersing als het hem niet lukt om zijn ten onrechte weggesleepte Hyundai terug te krijgen. Hij belandt in de gevangenis – zo’n nare Amerikaanse. En wanneer hij daar een boek aanvraagt om de tijd te doden, krijgt hij niet de thriller met Stoics in de titel die hij wilde, maar het verzameld werk van Epictetus en andere stoïcijnen. Tot zijn verbazing raken de geschriften hem diep. Hij begint zelfs tot Zeus te bidden, wat hem de kracht geeft om de vingers van zijn grootste vijand in de gevangenis te breken. Door een aardbeving – door Zeus gezonden, denkt hij – ontkomt hij aan de wraak van zijn medegevangenen. Dat kan de leer van Epictetus dus doen met een mens.

Maar wat is die leer dan? Een deel ervan is: het zijn niet de gebeurtenissen zelf die maken dat we ons vervelend voelen, maar de manier waarop we naar die gebeurtenissen kijken. Zo werd en wordt Epictetus althans altijd geciteerd door psycholoog Albert Ellis (1913-2007) en zijn volgelingen. Ellis is de grondlegger van de Rationeel-Emotieve Therapie, waaruit de cognitieve gedragstherapie is voortgekomen (en inderdaad, uit die context herinnerde ik me de oude filosoof in tweede instantie). Maar de leer van Epictetus is,aldus Boter en Brouwer, uiteraard uitgebreider en complexer. Ook religieuzer en duisterder.

Lichaam

Je moet willen wat er gebeurt, dat is het uitgangspunt, en je moet niet verlangen wat er niet is. De geest is vrij, zelfs als het lichaam gevangen is – dat vond Conrad Hensley vooral zo’n prettige gedachte. Als mens heb je volgens Epictetus louter controle over je reactie op wat je overkomt. Al het andere – of je succes hebt of niet, of je ziek wordt of ontslagen, of je geliefden sterven – heb je allemaal niet onder controle. En dat kan ‘dus’ niet goed of slecht zijn, zegt Epictetus. Alleen je reactie erop kan goed of slecht zijn. Negatieve emoties – woede, angst, afkeer – zijn slecht. Aanvaarding is goed, actief willen wat er gebeurt is nog beter. Problemen? Mooi. Daarmee kun je jezelf geestelijk trainen, zoals een sportman doet met zware gewichten. Epictetus vergelijkt het leven verder met een etentje bij de goden: gedraag je beleefd, stel geen eisen, geniet van het gebodene, speel je rol, vervul je plicht. Wie zo leeft, zal gelukkig worden, en is ook en vooral een goed mens.

En dat is misschien wel zo, maar zo’n houding komt de mens niet aanwaaien, ook al noemt Epictetus het ‘in overeenstemming met de natuur leven’. Het kost wilskracht, oefening en om te beginnen natuurlijk inzicht. Epictetus heeft er vele colleges voor nodig om aan zijn volgelingen duidelijk te maken hoe je je in verschillende situaties moet gedragen. Eén van die volgelingen, de Romeinse legerofficier Arrianus, heeft daar aantekeningen van gemaakt (Epictetus schreef zelf nooit iets op). Wie die colleges leest, en de theoretische beschouwingen die ook bewaard zijn gebleven, merkt dat gezondverstandpsycholoog Albert Ellis en zijn navolgers er de beste dingen wel uit hebben gepikt: ‘een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest’ en ‘maak je geen zorgen om iets wat je toch niet kunt veranderen’. Het idee dat acceptatie tot meer geluk leidt dan het nastreven van een te hoog gegrepen ideaal leven, wordt de laatste tijd regelmatig door onderzoek ondersteund – en vermarkt als ‘acceptatie- en commitmenttherapie’.

Andere ideeën van Epictetus zijn moeilijker te verkopen. Waarom zouden we geen enkele invloed kunnen hebben op ons eigen succes, op onze eigen gezondheid? Waarom zou het slecht zijn om ook daarnaar te streven, naast het streven naar een mooie ziel door rationeel nadenken, zoals Epictetus predikt? En soms is de oude filosoof ook gewoon te verheven voor dagelijks gebruik. Is een op overspel betrapte man nou echt ‘een kwaadaardig en nutteloos wezen’, dat ‘geen enkele menselijke rol meer kan vervullen’? En wie bij elk ziekte- of sterfgeval verkondigt dat we onze geliefden nu eenmaal in bruikleen hebben van Zeus en de andere goden, mag dan gelijk hebben, maar zal weinig vrienden overhouden. Hooguit wat gelijkgestemden.

Verderf

Dat lijkt Epictetus trouwens geen probleem te vinden: ‘Je moet er in de allereerste plaats voor oppassen dat je in je omgang met je vroegere vrienden en bekenden niet tot hetzelfde niveau als zij afdaalt’, tekent Arrianus uit zijn mond op, ‘doe je dat wel, dan stort je je in het verderf.’ Het geeft een sektarisch smaakje aan Epictetus’ leer: het doet denken aan van die dure spirituele groeicursussen die met enige regelmaat in de mode zijn en waar mensen ook zoemend van de ‘alles is goed zoals het is’-gevoelens uitkomen, ziekte en oorlog als ‘mooie problemen’ verheerlijkend. Epictetus zelf lijkt charismatisch genoeg te zijn geweest om zo’n soort sekte te leiden: in zijn colleges is hij dan weer begripvol, dan weer bot als Diogenes of zuigend als Socrates (zijn grote held).

Strikt volgens Epictetus leven lijkt al met al maar voor een beperkte groep mensen weggelegd, of zinvol. Voor slaven en voor gevangenen, die niets anders hebben dan hun wilskracht – dat had Tom Wolfe goed gezien. Voor spirituele gelukszoekers die zich graag buiten het alledaagse plaatsen. Of voor verslaafden – je zou er vast een geweldig twaalfstappenprogramma op kunnen baseren. De rest van ons moet, net als Albert Ellis, maar voor zichzelf het beste uit zijn filosofie halen. De geest is tenslotte vrij. En die vrijheid is een bron van geluk – daar had Epictetus gelijk in.