Keyzer

Dirigent Jaap van Zweden heeft Bodega Restaurant Keyzer gekocht, voor de helft. De andere helft is nu van de makelaar Jan Wieger van der Linden. Een musicus die in het onroerend goed gaat? In dit geval ligt het voor de hand. Keyzer ligt aan de Van Baerlestraat, naast het Concertgebouw. Het is niet een doorsnee restaurant maar een instituut met een lange traditie. Opgericht in 1905, heeft het zich in de loop van de tijd ontwikkeld tot een eet-, drink-, en vergaderplaats voor muziekliefhebbers, dichters, journalisten, kunstenaars, de bohème. Voor het eerst was ik er in 1936, als jongetje van negen, aan de hand van mijn vader. Tussen het deel van het restaurant en het café stond toen nog een geweldige potkachel. Terwijl ik van mijn glaasje fosco zat te genieten kwam er een grote man binnen. Kijk, daar heb je meneer Wijdeveld, zei mijn vader. Hij is architect, hij wil een reusachtig bouwwerk oprichten in het Vondelpark. Dat wekte mijn eerbied.

In de jaren zestig ben ik stamgast geworden. Ergens aan de rechterkant was een ruime nis, waar onder voorzitterschap van directeur Geert Lubberhuizen De Bezige Bij redactievergaderingen hield. Daarin hadden Jan Vrijman, Willem Nagel en ik van tijd tot tijd ook een functie. Geert noemde deze ruimte het kombofje. Iedere vrijdag kwamen de commentatoren van deze krant er bij elkaar, onder voorzitterschap van de hoofdredacteur. Wim T.Schippers heeft er grote delen van zijn Barend Servet en Fred Haché show geschreven. Prins Willem Alexander en prinses Máxima zijn er gesignaleerd en het Republikeins Genootschap hield er zijn vergaderingen. Keyzer was een tehuis waar je vrienden kon ontmoeten of als je dat wilde met rust werd gelaten. En al was het geen driesterrenrestaurant, het had een goede keuken.

Iedere stad van enige intellectuele allure heeft zo’n instituut, één op z’n minst. In Parijs werd in 1689 le Procope opgericht. Het bestaat nog steeds, ligt in een steeg tussen de Seine en de Boulevard St. Germain. Daar kwamen de Encyclopedisten bijelkaar, Diderot, d’Alembert, Voltaire, Rousseau. Zonder le Procope was er misschien geen Franse Revolutie geweest. Vlak in de buurt heb je Les deux magots waar je Jean Paul Sartre kon zien zitten, soms in gezelschap van Simone de Beauvoir. En eindje verder was Brasserie Lipp. Premier Pierre Mendès France kwam er graag lunchen. In New York was het Algonquin indertijd beroemd. Verder had je er de White Horse, in de West Village aan de Hudson Street. Stamkroeg van Dylon Thomas. Een naamplaatje aan de muur geeft aan waar hij zijn tafeltje had.

Tegen het einde van de vorige eeuw begon Keyzer te verzakken. Renovatie was onvermijdelijk. Op 1 mei 2002 werd het tijdelijk gesloten; voor een maand of negen was er beloofd. Omstreeks die tijd is het gekocht door de grote horecatycoon en -verwoester Sjoerd Kooistra. Zoals dat dan in Amsterdam gaat, het duurde veel langer, het is jaren dicht gebleven. Toen het weer werd geopend heb ik er één keer voorzichtig om de hoek gekeken. Het was onherkenbaar geworden.

Nu is dus Jaap van Zweden eigenaar geworden, voor de helft. Wat zal hij ermee gaan doen? Valt in dit tijdvak van Facebook, Twitter, Hyves, het hele internet zo’n oud centrum van de bohème nog te reanimeren? Over een jaar weten we meer. Een advies: richt een klein rooksalonnetje in.

En nu iets heel anders. In mijn vorige stukje heb ik Bonifacius in 814 laten sterven. Dat was Karel de Grote. Bonifacius werd in 754 vermoord. Ik schaam me.