Jack en het Toeval, een sprookje

Gisteren werd bekend dat een Haagse communicatieadviseur directeur wordt bij een groot Amerikaans bureau. Nieuws dat de krant niet haalt en binnen de branche onder het vermoeide kopje ‘nieuwe uitdagingen’ pleegt te worden verspreid.

Hier betreft het echter oud-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (CDA), die directeur wordt bij uitgerekend het communicatiebureau Hill & Knowlton. Dat bureau behartigde de belangen van de Nederlandse luchtvaartindustrie in het JSF-project in de periode dat De Vries daar als staatssecretaris politiek voor verantwoordelijk was.

Wat is er aan de hand? Is dit een gewone overstap van een ex-politicus die doet wat hij hoort te doen, namelijk van zijn wachtgeld afkomen? En die als beroepslobbyist binnen zijn vakgebied een nette betrekking accepteert? Of moet de burger zich zorgen maken als een voormalige staatssecretaris die vertrouwelijke informatie heeft over een van de gevoeligste dossiers over de aanschaf van militair materieel in dienst treedt van de lobbyist van de luchtvaartindustrie? Mogelijk met kennis van concurrentiegevoelige informatie en nog afgezien van de strategische en militaire geheimen die met de JSF zijn gemoeid?

Wij denken dat hier toch bezwaren zijn.

In de aankondiging van de opmerkelijke overstap door De Vries en zijn nieuwe werkgever wordt geen woord gewijd aan de samenloop van belangen. Het is één en al rozegeur en maneschijn in de verklaring. De Vries blijft bovendien met één been in de politiek. Hij is lid van het ‘strategisch beraad’ van het CDA. Waarom wordt de integriteitskwestie niet gesignaleerd? Waarom zeggen De Vries en zijn nieuwe werkgever niet dat het JSF-dossier uiteraard buiten zijn portefeuille zal vallen? Vermoedelijk omdat zulks niet het geval is. Toeval bestaat niet.

Net als bij de iets te vlotte overstap van oud-minister Eurlings (CDA) van Verkeer naar KLM doet zich het gemis aan een gedragscode voor bewindslieden voelen. Dit kabinet vond algemene regels over wachtgeldtermijnen en onverenigbare functies onnodig. Een openbaar register voor lobbyisten ontbreekt bij de Staten-Generaal. Alleen Defensie heeft zich recentelijk rekenschap gegeven. Oud-bewindslieden zijn de eerste twee jaar na hun vertrek ‘onacceptabel’ als zakelijk gesprekspartner voor het ministerie, „gezien de bijzondere positie en de grote financiële belangen”. Dat is terecht. Dit type schimmige overstapjes van politiek naar commercie is schadelijk voor de politiek. En in zekere zin ook voor de lobbysector. Defensie kan nu niet anders dan adviseur De Vries voorlopig van de JSF-tafel weghouden. De Vries heeft dit obstakel kennelijk niet gezien, wat voor een specialist op dit gebied vrij sloom is. De burger mag hopen dat dit opzetje verder ook vruchteloos blijft.