Is dat een haring onder zee of een Russische duikboot?

Huib Stam: Haring. Een liefdesgeschiedenis. Meulenhoff, 316 blz. € 22,50

Huib Stams fraai geïllustreerde Haring. Een liefdesgeschiedenis zag het licht. De omslag is voorzien van een haringvlaggetje met de tekst ‘Alles over de vis die Nederland groot maakte’. Alles over de haring, we wrijven ons in de handen. De eiwitrijke haring was er bij de vleet, letterlijk, het was eeuwenlang vooraanstaand volksvoedsel. De haringvisserij was in de Gouden Eeuw zo prominent dat je het net zo goed de Zilveren Eeuw kunt noemen.

Stam beschrijft de ontwikkeling van de haringvisserij van de Middeleeuwen tot nu, in een afwisseling van journalistieke reportage en historische overzichtjes. Veel wetenswaardigheden. Scheepstypen, de rol van de Hanze, productie van het zout, visserskennis, vissersgeloof (is haring een protestante vis?), de gestage teruggang van de branche sinds 1650, het kaken en Willem Beukelszoon, vissersvoedsel op zee (haring), gevaren buitengaats (storm, kapers), het geslachtsleven van de haring, en bovenal: bewaarmethode en smaak.

Het zijn niet de minsten die haring eten en aten. Koningin Juliana was er dol op. ‘Delicieus!’ riep ook Multatuli, eigenlijk een bokkingman – de gerookte haringvariant. Welke bokking? Wilde hij de grote vette, zwaar gezouten en koudgerookte spekbokking (ook wel ‘Engelse bokking’), of ging het om IJ- of Kiel-bokking? Het antwoord is simpel: Multatuli wilde een bokking zoals je die in zijn Amsterdamse jeugd op straat kocht. Zo simpel is het bokkingprobleem echter niet – lees er alles over bij Huib Stam.

Alles? In deze ‘liefdesgeschiedenis’ vinden we niets over de bokking als mollengif, zoals gemeld in Vaderlandsche Letteroefeningen uit 1777: ‘Neem een Bokking, snyd die aan stukken, stop die in een molshoop. Het zal de Mol tot een doodlyk vergif strekken.’ Mooi is weer wel dat Stam melding maakt van een flatulente haringgewoonte, de scheten van de vis werden rond 1970 door de Zweedse marine aangezien voor Russisch onderzeebootgeruis.

In een aantal opzichten is Stams Haring een teleurstellend boek. Vooral de eerste helft van deze liefdesgeschiedenis is rommelig en ronduit slecht geschreven. Zijn historische overzichten geven de indruk van haastig plak- en knipwerk. Praktische gegevens worden gepresenteerd in weinig sprekende citaten, soms tweemaal. De toon is vaak onnodig populair – getuige het hoofdstuk ‘Haringvissers en kapers’: ‘Met de cowboy en de ridder ijvert de piraat om de voorkeurspositie van jongensidool.’

En waarom zo karig met de haring in de literatuur? Een passage uit Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst (1584) van de renaissancist Hendrik Laurensz. Spieghel was toch leuk geweest: ‘Alzó het klein landeken den inwoonders niet al voeden magh; zwerft een gróót deel der zelver met houten huyzen in zee om den haring te verlacken hen ende al hun naburen tót voetsel te geven.’

Er kleven een hoop bezwaren aan Stams haringgeschiedenis. Terwijl er een prachtig voorbeeld is hoe je zo’n onderwerp beter aan zou kunnen snijden, Mark Kurlansky’s cultuurgeschiedenis De kabeljauw. Biografie van een vis die de wereld veranderde (1998). Toegegeven: Stam wilde geen cultuur- maar een liefdesgeschiedenis schrijven. En dankzij hem kennen we nu onze behoefte aan het echte grote ‘alles over-boek’ op het stuk van haring. We kunnen nauwelijks wachten.