Henk en Ingrid als Russische boeren

Voor de voorstelling De Russen! voegde Tom Lanoye twee stukken van Tsjechov samen. Het is geen politiek stuk volgens de schrijver, maar toch steekt de Nederlandse politiek in gesprekken met schrijver Tom Lanoye en met regisseur Ivo van Hove steeds de kop op. „Als groot minnaar van Nederland is het mij wee om het hart.”

‘Straks wek ik nog de indruk dat De Russen! een heel politieke voorstelling is”, zegt Tom Lanoye. Hij heeft dan naar aanleiding van de door hem voor Toneelgroep Amsterdam geschreven monsterproductie al een uurtje gesproken over de Nederlandse politiek: over de gedoogconstructie „waarbij mijn verstand tekort schiet” en over de komende subsidieaanslag op de kunsten „waardoor ons Vlaamse beeld van Nederland een knauw heeft gekregen. Als groot minnaar van Nederland is het mij wee om het hart”.

Ook Ivo van Hove, regisseur van De Russen!, zegt in een vraaggesprek meteen al in het begin dat „het stuk wel erg dicht op de tijdgeest in Nederland zit. Nergens in de wereld begrijpt men dat het land van de tolerantie dat in de twintigste eeuw zoveel geesten heeft geopend nu helemaal de andere kant is opgegaan en mensen wil uitsluiten in plaats van te luisteren”. Maar een politieke voorstelling? Nee, dat is het ook volgens Van Hove niet. „Theater is er niet om te zeggen wat je moet doen”.

Twee gescheiden interviews zijn het, met enkele dagen ertussen en in twee steden, hoewel Lanoye (1958) en Van Hove (1958) stadgenoten (Antwerpen) zijn.

Lanoye had net de première in de Antwerpse Bourla-schouwburg van Bloed en rozen achter de rug, bedoeld om deze zomer te schitteren op de cour d’honneur van het festival in Avignon. Bloed en rozen is wel een politieke voorstelling, meent hij. Het is het vierde deel van een serie die Lanoye met regisseur Guy Cassiers gemaakt heeft over macht. Deze gaat over de macht van de kerk, een soort mysteriespel zonder mysterie over de maagd Jeanne d’Arc die op de brandstapel eindigt en het monster Gilles de Rais dat hetzelfde overkomt.

Van Hove is in een filmstudio in Amsterdam-West, waar iedere tien minuten een vliegtuig overkomt, doende met de repetities voor De Russen!, waar 18 van de 21 acteurs van Toneelgroep Amsterdam bij betrokken zijn. Het uiteindelijk resultaat, zegt hij, kan vier of vijf of zes uur lang zijn – afhankelijk onder andere van coupures die nog worden aangebracht. Het is Van Hoves eerste marathonvoorstelling sinds hij in 2007 drie stukken van Shakespeare aaneen koppelde tot Romeinse tragedies dat, zegt hij, wel duidelijk over politiek ging: „hoe politieke idealen pure machtsambities kunnen worden”.

Maar als De Russen!, dat beiden onmiddellijk aanzet tot bespiegelingen over het Nederland van nu, niet over politiek gaat, waar gaat het dan wel over?

Op initiatief van Van Hove heeft Lanoye („Het was onmogelijk om nee te zeggen”) twee vroege werken van de Russische toneelschrijver Anton Tsjechov (1860-1904) – Ivanov uit 1887 en Platonov uit (vermoedelijk) 1881 – ineen geschoven. Beide stukken hebben een vergelijkbare problematiek, die ook in het latere werk van Tsjechov een grote rol speelt: maatschappelijke onvrede bij de progressieven van weleer, die zich met ergernis realiseren dat hun dromen over de toekomst van Rusland niet zijn uitgekomen, en zich op het kwijnende platteland hebben teruggetrokken. Naar een schema dat hij maakte met dramaturg Peter van Kraaij heeft Tom Lanoye de twee stukken tot één herschreven, daarbij personages samenvoegend zodat zij in de beide nieuwe verhaallijnen optreden. Lanoye schreef ook tekst bij – waardoor bijvoorbeeld de vrouwenrollen veel belangrijker zijn in De Russen! dan in de oorspronkelijke teksten en de personages Ivanov en Platonov elkaar ontmoeten. En een van de belangrijkste veranderingen is nog wel, meent Lanoye, dat Tsjechov uit de stoffige sfeer van het negentiende-eeuwse kostuumdrama is gehaald, en uit de saus van nostalgie waarin opvoeringen van zijn werk maar al te vaak verdrinken. „Tsjechov is een Woody Allen avant la lettre”. Lanoye wist bij het schrijven wie welke rol zou vertolken, en heeft geprobeerd op de acteurs te schrijven.

„Tsjechov is voor mij iemand die als eerste een modern levensgevoel op de planken zet”, zegt Lanoye. En wat is dat gevoel? „Een soort mal de vivre, een lusteloze verveling die tegelijkertijd heel lichtvoetig is en heel veel deernis in zich heeft. De personages in De Russen! weten dat ze individueel en collectief vast zitten en niet meer beantwoorden aan de idealen die ze zich ooit gesteld hadden. Dus gaan ze steeds wilder om zich heen slaan, en zoeken schuldigen – die ze in deze vroege Tsjechov-stukken vinden in ‘de joden’. Als ondanks de afschaffing van de lijfeigenschap, bijvoorbeeld, de moderne tijd toch niet lijkt aangebroken, worden ze van hemelbestormers tot gulzige zwartkijkers. Als je dan niet de bevrijders kunt zijn, dan maar de grootste losers en mislukkelingen. Dat is helemaal van deze, onze tijd, vind ik. Dat gulzig genot waarmee men het tegendeel wil zijn van alles wat tot voor kort politiek correct genoemd werd”.

Daar heb je het weer: Lanoye is nog maar net begonnen over De Russen! en de politiek-maatschappelijke ontwikkeling van nu steekt alweer onweerstaanbaar de kop op.

De stukken van Tsjechov refereren aan ideologische debatten die Rusland in de negentiende eeuw teisterden, over de precieze aard van de Russische natie en de Russische ziel. Was Rusland een Europees land, waar democratie zou moeten bestaan, of eerder een Oosters autocratisch land? Schuilde de nationale ziel in het ‘Europese’ Sint-Petersburg als hoofdstad, of in het ‘oosterse’ Moskou? Was de boer wellicht de ziel van de natie, als verheerlijkt, mythisch begrip?

Allemaal zaken die Lanoye aan Vlaanderen en Nederland doen denken. „Zo’n uitspraak dat ‘de rechten van het eigen volk belangrijker zijn dan de rechten van de mens’, dat werd hier net zo door het Vlaams Blok gezegd. En wat zijn de ‘Henk en Ingrid’ van de PVV anders dan zo’n fictieve homme sauvage als de Russische boer moest zijn? Die premier van jullie, de man die het land leidt en toch zegt dat „Nederland moet worden teruggegeven aan de Nederlanders”, komt hij zelf van Mars, dan? Wie is die Nederlander dan eigenlijk? Je kunt natuurlijk zeggen: het is normaal dat we discussiëren over wat onze identiteit is, terwijl gans Europa bezig lijkt met unificatie en de hele wereld met globalisering. Maar mijn angst is – en die zie ik helaas nu in mijn geliefde Nederland bevestigd – dat die discussie begint met de vraag ‘wat is het’ en na een kwartier overgaat in ‘wat is het niet’. Het wordt altijd een discussie over uitsluiting”.

Vlaams particularisme is Lanoye vreemd. Nu zijn werk in het Frans wordt vertaald, te beginnen met de roman Sprakeloos (‘La langue de ma mère’) kan hij eindelijk in boekhandels in Namen of Luik gaan voorlezen, vertelt hij opgetogen. Dat ze hem daar begrijpen, is voor hem het bewijs dat ‘belgitude’ bestaat, als identiteitsbegrip bovenop de ‘Vlaamse eigenheid’. Niet weinig trots is hij op het feit dat Bloed en rozen in Avignon in het Nederlands zal worden opgevoerd, met Franse boventitels. „Echte flaminganten maken zich daar natuurlijk boos over – dat Fransen niet doen wat ze geacht worden te doen en neerkijken op een voorstelling in het Nederlands”.

De idee van Nederland als een beter Vlaanderen – die is hem de afgelopen tijd een beetje ontvallen. Zeker, er zijn nog steeds dingen om te bewonderen – dat allochtonen een veel grote rol spelen in de cultuur in Nederland dan in Vlaanderen bijvoorbeeld. Maar het stoort hem dat in Nederland zo gering gedacht wordt over het cordon sanitaire tegen het Vlaams Belang (vroeger Vlaams Blok), waarvoor hij zeer heeft geijverd. „Ik zat laatst in een discussie in Nederland waar iemand zei dat ons cordon sanitaire was mislukt. Hoezo? Het doel was tweeledig: dat het Vlaams Belang op geen enkel bestuursniveau aan de macht kwam en dat het op den duur zou imploderen. Dat is allebei gelukt. Waarom worden verifieerbare feiten zo gretig ontkend? Voor de Nederlandse gedoogconstructie schiet mijn verstand te kort. Waarom breng je je grootste tegenstander in een positie waarin hij invloed heeft zonder verantwoordelijkheid? Ach, misschien is Nederland van idool een land van vlees en bloed geworden”.

Toch nog maar even over De Russen! „Ik zie dat als de röntgenfoto van een generatie”, zegt Lanoye. „Er is woede dat de democratie niet vanzelf gaat, en dat niet het Walhalla is aangebroken maar dezelfde tekort schietende mensen als bij eerdere generaties aan de macht zijn. Iedere generatie denkt dat toch? Dat er na jou nooit meer iets te verbeteren zal vallen. Maar good old mother earth blijft je problemen in de schoot leggen”.

„Ze zijn eigenlijk een soort hangvolwassenen geworden”, zegt Van Hove in Amsterdam over de personages in De Russen. „Ze zijn van individuen individualisten geworden, die voornamelijk nog denken aan eigen overleven, eigen gewin, eigen gezinnetje soms. Het is een menselijk drama over mensen die ontevreden zijn en de schuld daarvoor bij anderen leggen”. Theater, meent hij, is er niet voor bedoeld om directe actualiteit te behandelen. „Theater draait om de diepste, foutste instincten, om vieze onderbuikgevoelens. Die kunnen maar beter niet in de politiek aan bod komen – wat ze nu helaas wel doen – maar in de kunsten wél, om dan zuiverend te werken – als bij psychotherapie. Want we hebben die gevoelens, elk van ons, ze gaan niet weg. Eigenlijk begrijp ik wel dat de PVV wil dat de kunst verdwijnt, want zij gebruiken die onderbuikgevoelens. Als wij er in zouden slagen dat domein helemaal te beheren, hebben zij nog maar weinig functie. Het theater gaat over de grote taboes, die niet worden opgelost want de mens blijft een mens”.

De Russen! Première 19/6 in de Stadsschouwburg Amsterdam, Holland Festival. Inl.: toneelgroepamsterdam.nl. De Russen van Tom Lanoye is zojuist in boekvorm verschenen bij uitg. Prometheus.