Heel Europa kijkt naar Papandreou

Om de Griekse crisis te bestrijden zijn snel effectieve besluiten nodig. Maar in de eurozone kan elk land steeds weer voor problemen zorgen.

In Griekenland is een formidabele politieke crisis uitgebroken. Heel Europa houdt de adem in. Het is onvoorstelbaar maar waar: dat de toekomst van de eurozone zo afhankelijk is van democratische processen in een economietje dat nog geen 3 procent uitmaakt van de totale Europese economie.

De omvorming van de regering van premier George Papandreou kan een kettingreactie in heel Europa teweegbrengen. Dat is niet omdat de Grieken een speciale ‘eurosleutel’ in handen hebben die anderen niet hebben. Het is eerder het zoveelste voorbeeld van de onwerkbare paradox dat zeventien landen één munt delen maar hun eigen politieke dynamiek hebben. Als er besluiten moeten vallen over die munt, hebben alle nationale parlementen daar iets over te zeggen. En daarmee de publieke opinie. Bij voorspoed was het een helse klus voor eurolanden te doen wat goed was voor de munt. Nu de nood aan de man is, leidt dit systeem ertoe dat Europese politici de schuldencrisis niet adequaat kunnen bestrijden. Steeds steekt een ander euroland een spaak in het wiel. Besluiten die de eurozone van de ondergang kunnen redden, worden zo vertraagd en verwaterd. Ze missen daardoor deels hun uitwerking.

Recente voorbeelden? Een Finse politieke partij wilde geen noodleningen aan Portugal verstrekken. Het Duitse parlement eiste dat banken en pensioenfondsen eindelijk meebetalen aan nieuwe leningen voor Griekenland. Nu ligt de Griekse premier op het nationale offerblok, omdat zelfs zijn socialistische partijgenoten vinden dat bezuinigingen en hervormingen geen resultaat hebben. Maar als Papandreou geen brede parlementaire steun krijgt voor extra bezuinigingen, krijgt Griekenland later dit jaar geen leningen meer van IMF en noodfonds EFSF.

Naar verwachting krijgt hij in juli nog wel de volgende portie – dankzij lastminute coulance van het IMF. Want zonder extra leningen gaat niet alleen Griekenland failliet, maar lopen Noord-Europese banken grote risico’s. Kredietbeoordelaars waarschuwen Franse banken al voor afwaardering vanwege de berg Grieks schuldpapier dat zij in huis hebben. Beleggers halen euro’s uit Griekenland. Hetzelfde gebeurt in andere perifere eurolanden als Spanje en Portugal. Zo werken politieke, diep -democratische processen in eurolanden steeds meer collectieve financiële ellende in de hand. Omgekeerd kan die ellende leiden tot emotionele overreacties in eurolanden. Dat bemoeilijkt kloeke, rationele beslissingen die nodig zijn.

De komende voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, hintte dinsdag dat Europa op een vulkaan danst. Door de kredietcrisis hebben we geleerd banken te managen, zei hij. „Maar we hebben niet geleerd om landen te managen.” Draghi vindt het gevaarlijk om juist nu banken, verzekeraars en pensioenfondsen te verplichten de risico’s van leningen aan Griekenland te delen met overheden. De Europese economie is door voortgaande liberalisering afgelopen tien, twintig jaar zeer afhankelijk geworden van de financiële sector. Als beleggers te veel getergd worden, trekken ze in een paar dagen het kleed onder de eurozone vandaan. De aanleiding kan van alles zijn: Duitse parlementariërs die het bloed van bankiers wel kunnen drinken, Papandreou die extra bezuinigingen niet door het parlement krijgt, een escalatie van de straatprotesten in Spanje, of een miscalculatie in de ‘haircuts’ die Ierland beleggers wil opleggen.

Elke dag kan elk euroland om legitieme, begrijpelijke redenen met weer nieuwe bezwaren komen. Dat maakt het voor de regeringsleiders, die volgende week in Brussel bijeenkomen, extreem lastig te doen wat nodig is voor het overleven van de eurozone. Tot nog toe namen zij verregaande besluiten. Maar die gingen net niet ver genoeg en kwamen net te laat om de rot te stoppen. In Brussel beginnen sommigen zich af te vragen hoe lang de politici het schip nog drijvend kunnen houden. De problemen van Papandreou geven hun alle reden om die vraag nog pertinenter te stellen.

Commentaar: pagina 2

Vier scenario’s: pagina 27-28