Fuga's als voorbeeld voor politici

Daniel Barenboim is pianist, dirigent en levende legende. Vandaag krijgt hij in Den Haag de Edison Klassiek Oeuvreprijs.

De Edison Klassiek Oeuvreprijs gaat vandaag naar Daniel Barenboim (68). Zijn enorme discografie is natuurlijk een goede aanleiding voor deze bekroning. Maar voor Barenboim heeft muziek ook buiten het podium en de opnamestudio een cruciale betekenis. Voor Barenboim staat de muziek gelijk aan het hele leven. „Muziek roept door haar ambivalente natuur een veel grotere wereld aan associaties op dan woorden”, stelt hij in een essay; „we kunnen in het dagelijks leven heel veel leren van de structuren, wetten en principes die in de muziek geldig zijn.”

Barenboim is pianist, dirigent en levende legende. Dat blijkt wel uit een repetitie van het Koninklijk Concertgebouworkest voor het verjaardagsconcert van prinses Máxima, waarbij Barenboim soleert in de pianoconcerten van Liszt. ’s Ochtends in het Concertgebouw geeft hij voortdurend aanwijzingen; chef-dirigent Mariss Jansons accepteert dat zijn solist af en toe de rol van orkestleider overneemt. Hij mag dan klein van stuk zijn, vol vertrouwen, soms nonchalant en met krachtig toucher rolt Barenboim over de toetsen.

’s Avonds in het bijzijn van de koninklijke familie demonstreert Barenboim de belangrijkste les die hij leerde van zijn grote voorbeeld, de dirigent Wilhelm Furtwängler. „Hij geloofde impliciet in het gegeven dat het niet alleen is toegestaan, maar zelfs noodzakelijk is om fluctuaties in tempo aan te brengen”, schrijft Barenboim in de bundel Parallels and Paradoxes. „Paradoxaal genoeg wordt zo niet slechts aan elk muzikaal molecuul, maar ook aan de overkoepelende vorm uitdrukking gegeven, als in een spel van eb en vloed.” Barenboim brengt dit het mooist tot uitdrukking in de langzame delen van Liszts concerten, waarin hij met spannend getimed rubato de vleugel intens laat zingen. Lastiger passages in de snelle delen moffelt hij weg met superieure bluf, muzikale uitroeptekens worden ferm en effectief geplaatst. Bij het stormachtig slotapplaus neemt Barenboim Jansons aan de hand alsof het zijn jongere broer is.

De volgende ochtend ontvangt Barenboim in de lobby van het Okura Hotel. Hij heeft grote wallen onder zijn priemende ogen, maar is strijdbaar als altijd. „Ik kom heel graag in het Concertgebouw. Concertzalen zijn meestal te droog, of te ruim bemeten waardoor de details verdwijnen”, poneert hij. „Het Concertgebouw daarentegen heeft de perfecte akoestiek: er is voldoende nagalm, maar het geluid klinkt er toch transparant.”

Des te opmerkelijker dus, dat Barenboim pas sinds deze eeuw weer wat vaker in Nederland te horen is; tussen zijn Amsterdamse recitals van 1972 en 2002 gaapt een lange leegte, en als dirigent maakte hij pas in 2007 zijn Concertgebouwdebuut met de Staatskapelle Berlin waarvan hij Generalmusikdirektor is. „Ik reis heel weinig”, verklaart de in Berlijn wonende Barenboim verontschuldigend, „en het leven verloopt onvoorspelbaar. Toen ik bijvoorbeeld music director van de Chicago Symphony Orchestra was, kwam ik wel in New York maar niet in Boston of Philadelphia.” Ongetwijfeld helpt het dat Barenboim bevriend is met Jansons. Tijdens de Kerstmatinee 2004 soleerde hij als pianist voor het eerst bij het Concertgebouworkest, hetgeen onder de eerdere chefs Haitink en Chailly nooit gebeurde. Barenboim: „Het is geweldig om met Jansons te spelen. Er zijn slechts weinig dirigenten die zo nauwkeurig een solist kunnen begeleiden als hij. We zitten geheel op één lijn.”

Er bestaat nauwelijks een beter voorbeeld van de muzikale wereldburger dan Daniel Barenboim. Zijn grootouders emigreerden, op de vlucht voor pogroms, aan het begin van de twintigste eeuw van Rusland naar Argentinië. Hier bracht Barenboim zijn eerste tien jaar door, alvorens met zijn ouders naar de jonge staat Israël te verhuizen; zijn familie wilden hem laten opgroeien als lid van een Joodse meerderheid. Ondertussen kreeg Barenboim pianolessen van zijn belangrijkste leraar, zijn vader. Via uitstapjes naar Europa kwam hij in contact met musici als Igor Markevitch, Nadia Boulanger en Furtwängler. Een enorme dosis talent en charisma deden Barenboim uitgroeien tot een wereldberoemd pianist en dirigent, uitblinkend in repertoire van Bach en Beethoven tot Pierre Boulez.

Maar Barenboim beperkt zich niet tot de noten. Hij werd een uitgesproken criticus van Israëls officiële houding tegenover de Palestijnen, doorbrak een taboe door de muziek van Wagner in Israël te dirigeren, en gaf concerten in Ramallah en onlangs in de Gazastrook. Uit dank ontving Barenboim als eerste Joods staatsburger ook een symbolisch Palestijns burgerschap. De tastbaarste vrucht van Barenboims betrokkenheid in het Midden-Oosten is het West-Eastern Divan Orchestra, opgericht met de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said, waarin jonge musici uit Israël, Spanje en Arabische landen samenspelen.

Muziek, mens en maatschappij zijn wat Barenboim betreft dan ook onlosmakelijk verbonden, zoals de titel van zijn essaybundel Everything is connected (2008) suggereert. Hierin trekt Barenboim bijvoorbeeld een parallel tussen de juiste snelheid waarmee een harmonische overgang dient te geschieden, en de keuze van het tempo dat een politiek proces kan maken of breken. Niet iedereen kan zich in deze vergelijkingen vinden. ‘Sommige van zijn music-as-life metaforen zijn te geforceerd,’ concludeerde The Daily Telegraph naar aanleiding van de wijze waarop Barenboim onopgeloste harmonieën in Wagners Tristan und Isolde vergelijkt met de hegemonie van Amerika na de Koude Oorlog.

„Het spijt me, maar dergelijke critici begrijpen niets van de diepte van muziek”, reageert Barenboim gepikeerd. „Wat kan ik verder zeggen? Je hebt mensen die muziek geheel los zien van de wereld. Dat verklaart excessen, monsters als Hitler en Stalin, die miljoenen uitmoordden maar tot tranen geroerd naar muziek luisterden, die muziek als een afgesloten wereld beschouwden zonder enige verbinding met de realiteit. Anders valt niet te verklaren dat Hitler zo geëmotioneerd kon worden van bijvoorbeeld Wagners Lohengrin.”

Barenboim noemt zich ondanks zijn uitgesproken maatschappelijke standpunten ‘geen politiek persoon’. „Het conflict in het Midden-Oosten is niet politiek”, zegt hij op besliste toon. „Het is geen conflict tussen twee staten, zoals er honderden van zijn geweest in de geschiedenis. In het geval van Israël en de Palestijnen staan twee volken tegenover elkaar, die menen allebei recht te hebben op hetzelfde stukje land. Dit kun je nooit op politieke wijze oplossen. Het moet op menselijke wijze worden opgelost, door middel van begrip, nadenken, een gevoel van rechtvaardigheid en wederzijdse inleving. Meneer Obama bedoelt het goed, de EU bedoelt het goed. Maar dat lost niets op, het probleem ligt bij de bron. Premier Netanyahu benadrukte laatst weer dat Israël nauwelijks concessies zal doen. Dit is zelfmoord, het einde van Israël, omdat uiteindelijk niemand Israëls standpunt nog zal accepteren. Terwijl Israël met zijn machtige leger nu juist een morele verantwoordelijkheid draagt. Iedereen behalve Netanyahu weet dat het ooit op een tweestatenoplossing moet uitdraaien.”

Het West-Eastern Divan Orchestra zal geen vrede bewerkstelligen, zegt Barenboim. „Maar het orkest biedt een alternatieve denkwijze voor orkestleden van diverse komaf, die elkaar op neutraal terrein en door middel van muziek beter kunnen leren begrijpen. In muziek kunnen meerdere stemmen elkaar ook aanvullen en tegenspreken, luister maar naar de fuga’s van Bach.”

Over politici gesproken: bij het verjaardagsconcert van Máxima waren ook een aantal kabinetsleden aanwezig onder wie Rutte en Verhagen, prominente vertegenwoordigers van een regering die vérgaande bezuinigingen in de kunstsector wil doorvoeren. „Ik heb niet met hen gesproken, na afloop wisselde ik slechts wat woorden met de koningin”, zegt Barenboim. „Maar die bezuinigingen beperken zich niet alleen tot Nederland, je ziet het overal. Verschrikkelijk: als dit zo doorzet is er over twintig jaar geen noemenswaardige cultuur meer over. Het toenemende gebrek aan educatie is het grootste probleem. Hoe kun je concerten en opera’s op waarde schatten als je er niets van af weet? Kijk naar Egypte, daar was de revolutie mogelijk door de technologie van het internet, maar ook door de kennis om die technologie te gebruiken. Het is erg als je geen informatie hebt. Nog erger is het als je wel over informatie beschikt, maar geen idee hebt hoe er mee om te gaan. Dan krijg je een vicieuze cirkel. Een radicale oplossing is nodig, muziek moet je vanaf de kleuterschool onderwijzen. Kunst is er niet slechts voor de gecultiveerde minderheid. Zo’n prachtig concert met een geweldig orkest, dat is voor jou en voor mij en voor de koningin en voor de hotelportier een mogelijkheid om ontroerd te raken. Door te bezuinigen maken politici van deze kunst juist iets elitairs.”

Sinds een jaar of tien profileert Barenboim zich weer duidelijker als pianist. Zijn recitals leiden tot brede waardering maar ook terugkerende kritiek: Barenboims spel is soms wat slordig. Heeft hij genoeg tijd om te oefenen? „Nee! Dat is een probleem. Ik moet mijn leven herinrichten. Als dirigent concentreer ik me op mijn eigen Staatskapelle Berlin, de daarbij horende Staatsoper Unter den Linden, de Scala van Milaan en het Divanorkest. Voor gastdirecties is nauwelijks tijd, ik denk niet dat ik ooit het Concertgebouworkest zal dirigeren, al hoop ik er als pianist snel terug te keren.”

Ontelbare opnames maakte hij, een nieuw contract bij Decca en Deutsche Grammophon belooft nog veel meer. Onlangs verscheen zijn eerste opname van de pianoconcerten van Chopin, evenals een live-registratie van het jeugdig enthousiaste West-Eastern Divan Orchestra. De Edison Oeuvreprijs is slechts één van de talloze erkenningen van Barenboims arbeid. „Ik ben inderdaad zo gelukkig al veel prijzen te hebben mogen ontvangen”, erkent hij. „Maar het zijn geen trofeeën waarmee ik trots voor de spiegel sta. Ik kijk vooruit. Elliott Carter schrijft voor mijn zeventigste verjaardag volgend jaar een pianoconcert. Ik hoop nog veel te kunnen doen dat belangrijk voor me is. Dat is de meest zinnige manier om een prijs te interpreteren: als aanmoediging van een medemens.’

De uitreiking van de Klassieke Edisons wordt 19 juni uitgezonden op Ned. 2, 21.05u.