Een preektoon in elke huiskamer

In een losse parlando-stijl stelde chroniqueur Tjalie Robinson de Hollandse hokjesgeest, verzuiling en discriminatie aan de orde. Ruim vijftig jaar later is is zijn kritiek op Nederland nog steeds actueel.

Tjalie Robinson: Kind van Batavia. Verhalen van een straatslijper. Bezorgd en ingeleid door Wim Willems, Prometheus, 272 blz. € 24,95

Tjalie Robinson: Een land met gesloten deuren. Bezorgd en ingeleid door Wim Willems. Tekeningen Peter van Dongen, 227 blz. € 65,-

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Tjalie Robinson (1911- 1974) wijdde het literaire tijdschrift De Gids begin dit jaar een themanummer aan deze markante maar nog altijd weinig bekende, in Nederland geboren Indo-schrijver en journalist. Er stonden twee opstellen in van Robinson zelf: ‘Een portret van tante Trui’ en ‘Een land met gesloten deuren’, allebei afleveringen van zijn rubriek ‘Piekerans van een straatslijper’ die in de jaren vijftig verschenen in de Indonesische kranten Nieuwsgier (Jakarta) en De Vrije Pers (Soerabaja).

Bij lezing van deze stukken, ruim een halve eeuw na verschijning, verbaasde ik me over de losse parlando-stijl en de moderne, strijdbare strekking van deze tegen de Hollandse hokjesgeest, verzuiling en discriminatie gerichte artikelen. Mijn herinneringen aan conservatieve Indisch-Nederlanders die in de jaren vijftig verbitterd terugverlangden naar de koloniale wereld van weleer waren zo anders dan de relativerende, zelfs humoristische nostalgie van deze zoon van een Javaans-Engelse moeder en een Nederlandse KNIL-militair, dat ik meer van hem wilde lezen. Inmiddels ben ik, met twee verse bloemlezingen, op mijn wenken bediend.

In de bundel Kind van Batavia zijn behalve ‘Een portret van Tante Trui’ nog ruim veertig andere, niet eerder gebundelde krantenbijdragen van deze lichtvoetige chroniqueur van een verdwenen wereld opgenomen. De rijke verzameling kronieken over het vooroorlogse Nederlands-Indië is voorzien van een informatieve inleiding van hoogleraar sociale geschiedenis Wim Willems, die drie jaar geleden al een veelgeprezen biografie van Tjalie Robinson publiceerde. Enigszins irritant aan Willems’ aanpak is alleen zijn overdrijving van de betekenis van Robinson als literator. In iedere inleiding, verantwoording of flaptekst vermeldt hij instemmend dat Rudy Kousbroek Robinson ‘een van de grootste Nederlandse schrijvers’ heeft genoemd.

Ook in de schitterende bibliofiele uitgave Een land met gesloten deuren, met 24 nooit eerder gepubliceerde opstellen van Robinson daterend van na zijn ‘repatriëring’ naar Nederland, ontbreekt een inleiding van Wim Willems met een verwijzing naar Kousbroek niet. In mijn ogen zijn diens loftuitingen zwaar overdreven en zelfs een beetje denigrerend: alsof een zielige Indo boven kritiek verheven is.

Ten eerste was Robinson niet zielig en ten tweede waren lang niet al zijn artikelen even sterk. Wat niet wegneemt dat Een land met gesloten deuren, ontroerend mooi geïllustreerd door de van andere Indische (strip)boeken bekende Peter van Dongen, rake observaties bevat over het naoorlogse Nederland. In het essay ‘Een ander soort Hollanders’ betoogt Robinson bijvoorbeeld dat de Nederlanders die hij in de tropen kende fatsoenlijker waren dan de Hollanders hier. In Indië waren Hollanders volgens hem tolerant jegens minderheden, in Nederland niet. ‘Tegen Joden is men (vooral na deze oorlog) officieel erg aardig, maar komt er eens herrie, dan roept men luid dat alle Joden vergast hadden moeten worden.’

In een ander stuk, ‘Een winterse zomer in Holland’, sprak hij zijn bewondering uit voor in Nederland levende moslims: ‘Evenals ginds is de moslim hier ongemerkt gelovig. Hij praat nooit over de Koran of wat erin staat. Hij heeft het nooit over zijn godsdienstplichten en hij vermijdt discussies over geloofszaken.’ Nee, dan de christenen. Daar had Tjalie Robinson in Indonesië evenmin last van als van moslims, maar in Nederland des te meer. ‘De radio spuit doorlopend christelijke lezingen, gesprekken, muziek en leringen. De preektoon leeft letterlijk in elke huiskamer. Misschien merkt de Nederlander het zelf niet, maar als nieuweling constateer je een soort wedijver in christelijkheid tussen protestanten en katholieken.’

Tjalie Robinson heeft het in vrijwel alle bijdragen van Een land met gesloten deuren over de onmogelijkheid om te integreren in de Nederlandse samenleving. Dat kwam volgens hem door het verouderde en nutteloze denken in termen van rassen en nationaliteiten. Maar ondanks de gesloten deurenmentaliteit in Nederland was hij optimistisch. ‘Gelukkig bestaat verreweg het grootste deel van het Nederlandse volk niet uit diehards, zodat geen enkele bruine man in Nederland zich bijzonder bedreigd of zelfs maar gesignaleerd weet, zoals bijvoorbeeld negers in de Verenigde Staten. […] Ik ben hier maar één keer uitgescholden, in Rotterdam, door een fietser die ‘monjet’ (aap) naar me schreeuwde. Dus blijkbaar iemand die in Indonesië geweest was. De plotselinge uitval van zo’n net burgermannetje nota bene in een andere taal trof me zó, dat ik in de lach schoot.’

Het lachen zou Tjalie Robinson ongetwijfeld vergaan, als hij de opmerkingen over bruine mensen van hedendaagse nette burgermannetjes zou horen, in een Nederland waarvan de deuren nog altijd potdicht zitten.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Peter van Dongens illustratie van de Amsterdamse Rai tijdens een Pasar Malam in de jaren zestig (Boeken 16-6-11) was afkomstig uit de bibliofiele Tjalie Robinson-uitgave Een land met gesloten deuren (Statenhofpers).