De Uitspraak: Mag een Riagg via een subsidiestop een meldcode worden opgedrongen?

Mag Rotterdam met een subsidiestop afdwingen dat het Riagg ieder vermoeden van mishandeling aanmeldt? Met commentaar van NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar bestuursrecht in Leiden en advocaat in Amsterdam.

De zaak. De gemeente Rotterdam weigert het Riagg, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg, drie ton subsidie. Voor een project dat depressie bij allochtonen moet voorkomen. Een over huiselijk geweld. En een over ‘emotionele problematiek’ bij jongeren.

Als motief verwijst de gemeente naar de weigering van het Riagg om de gemeentelijke meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te tekenen. Rotterdam heeft alle instanties op het terrein van welzijn, zorg, onderwijs en veiligheid verplicht om bij ernstig vermoedens van huiselijk geweld dat te melden aan de Verwijsindex Risico Jongeren. Ook moeten ze de meldcode „adequaat implementeren” in hun organisatie. Deze verplichting heeft juridisch de vorm van een ‘bijzondere voorwaarde’ om subsidie te mogen ontvangen.

Waarom weigert het Riagg? Die wil de eigen professionals laten beslissen of en wanneer het een melding doorgeeft. Daartoe houdt het zich vrijwillig aan de codes van de KNMG. De gemeentelijke code vindt het Riagg te ver gaan. Het Riagg wil de vertrouwensrelatie met patiënten kunnen beschermen. En geen verlengstuk worden van de gemeente. De beslissing van Rotterdam om de drie projecten niet te financieren vindt het Riagg een politiek gemotiveerde strafkorting. Het Riagg zegt ‘heus wel eens’ een melding te doen, maar vindt privacy ook belangrijk en wil de drempel naar behandeling laag kunnen houden. De helft van de aangiftes wegens huiselijk geweld zijn bovendien onterecht. Het Riagg spreekt van subsidiedwang voor alle gemeentelijke instanties die loyaal gemaakt moeten worden.

Wat is juridisch de vraag?

Het Riagg stelt dat Rotterdam inbreuk met de meldplicht maakt op het grondrecht van bescherming van het privé- en gezinsleven. En: de gemeente mag volgens de Algemene wet bestuursrecht alleen verplichtingen opleggen die „strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie”. Subsidievoorwaarden moeten een zogeheten doelbinding hebben: bepalend zijn voor de subsidie. In dit geval moet er dus een duidelijk verband zijn tussen de preventieprojecten over depressie en ‘emotionele jongerenproblematiek’ en het melden van huiselijk geweld.

Hoe oordeelt de rechter?

Die maakt er de spreekwoordelijke korte metten mee. De verplichtingen uit de Meldcode hebben niets te maken met de projecten over depressie of emotionele problematiek. Huiselijk gezegd: de bijzondere voorwaarde om de Meldcode te tekenen, is door de gemeente gebruikt als een stok om de hond te slaan. In de Meldcode staat niets over de manier waarop het Riagg dit soort cursussen zou moeten geven. Verder is iedereen die aan dit soort cursussen deelneemt volgens het Riagg al lang en breed bekend bij alle hulpinstanties. Dus er valt ook weinig te melden. De gemeente moet betalen, aldus het vonnis.

Met een toegift. De rechter wijst er ‘ten overvloede’ nog even op dat de Wet op de Jeugdzorg bij een vermoeden van huiselijk geweld alleen een bevoegdheid om te melden toekent. De Rotterdamse Meldcode legt echter een plicht op. „Dat lijkt derhalve in strijd te zijn” met de Wjz. Anders gezegd: Rotterdam probeert met een oneigenlijk middel iets af te dwingen wat tegen een landelijke wet indruist.

De uitspraak (LJ BQ6861) is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.