De list regeert het leven

Op de vlucht voor de nazi’s schreef Heinrich Mann een roman over de ‘goede’ Franse volkskoning Henri (1553-1610). In het verborgene maken ook nazi’s hun opwachting.

Heinrich Mann: De jeugd van koning Henri Quatre. Uit het Duits vertaald door José Rijnaarts. Met een nawoord van Theo Kramer. Atlas, 590 blz. € 49,95

Zijn glorietijd beleefde Heinrich Mann (1871-1950) in de jaren twintig en dertig, tijdens de Republiek van Weimar. De Duitse lezers droegen hem op handen, hij was nog populairder dan zijn vier jaar jongere broer Thomas. Met zijn sociale engagement gold Heinrich als het morele en politieke geweten van alles wat links en fatsoenlijk was in Duitsland. Sommigen zagen in hem zelfs een serieuze kandidaat voor het presidentschap.

In 1933, vlak na Hitlers machtsovername, moest hij hals over kop naar Frankrijk vluchten – en dat betekende de grote ommekeer in zijn leven. Voortaan verscheen zijn werk in kleine oplagen bij de emigrantenafdeling van Querido in Amsterdam. De laatste fase van zijn leven bracht Heinrich Mann in Californië door, berooid, eenzaam, meestal ziek. Vlakbij lag de villa van zijn succesvolle broer, die hem financieel steunde.

Wat is er overgebleven van Heinrich Mann? Nog steeds veel gelezen worden zijn satirische romans Professor Unrat (1905; beroemd geworden door de film Der blaue Engel met Marlene Dietrich) en Der Untertan (1918), waarmee hij de kleinburger- en onderdanenmentaliteit van zijn Duitse tijdgenoten bespotte. Beter nog, hoewel minder populair, is de in Italië gesitueerde roman Die kleine Stadt (1909) en vooral de nu vertaalde historische roman De jeugd van koning Henri Quatre, onbetwist zijn magnum opus.

Vele jaren had Heinrich Mann met het plan rondgelopen om een roman over de ‘goede’ volkskoning te schrijven; tijdens een bezoek in 1925 aan het Zuid-Franse Pau, de geboorteplaats van Henri (1553-1610), was het idee ontstaan. Mann documenteerde zich zorgvuldig, verdiepte zich in historische werken en biografieën en in 1935 kon hij het manuscript in Amsterdam inleveren; drie jaar later publiceerde hij nog een (minder sterk) vervolg over de volwassen koning, Die Vollendung des Königs Henri Quatre. Zijn broer Thomas, doorgaans kritisch over Heinrichs werk, was blijkens een dagboekfragment van 25 september 1935 lyrisch over het eerste deel: ‘Las ’s avonds Heinrichs Henri IV uit, een uitzonderlijk boek, alles ver achter zich latend wat heden ten dage in Duitsland wordt geproduceerd, een grote rijkdom en beweeglijkheid van de artistieke middelen [...] Grandioze totaalindruk.’

Heinrich Mann bewonderde en idealiseerde de vooruitstrevende Franse koning, zijn liefde voor het gewone volk en sociale rechtvaardigheid. Hij zag in hem een voorloper van de Franse Revolutie van 1789. De roman begint als Henri, prins van Navarra, vier jaar oud is en eindigt ruim dertig jaar later met het begin van zijn koningschap. De jonge Henri wordt in de Pyreneeën streng protestants opgevoed door zijn bigotte moeder, al vroeg raakt hij betrokken bij de godsdienstoorlogen en complotten die Frankrijk teisteren. Aan het hof in Parijs, waar Caterina de’ Medici en haar zoon Karel IX de scepter zwaaien, leert hij op zevenjarige leeftijd de katholieke prinses Margot (Marguerite) kennen, met wie hij later – een ultieme verzoeningspoging tussen katholieken en protestanten – in het huwelijk treedt. Tijdens de Bartholomeusnacht (1572), die volgt op de beruchte ‘bloedbruiloft’, worden duizenden Hugenoten vermoord – Henri blijft ongedeerd en wordt noodgedwongen katholiek.

Later zal Henri nog enkele keren vrijwillig van godsdienst wisselen. Religieuze principes maakt hij dan ondergeschikt aan humaniteit, vooruitgang en zucht naar macht. Tot zijn nieuwe opvattingen komt hij vooral na de (door Heinrich Mann gefingeerde) gesprekken met de filosoof Michel de Montaigne, die op Henri’s vraag naar de juiste religie het beroemde sceptische antwoord Que sais-je? (Wat weet ik?) ten beste geeft. Henri leert van de filosoof dat macht uitsluitend in combinatie met goedheid en rechtvaardigheid legitiem is. Door in overeenstemming met deze regels te leven, en ook door zijn sociale vaardigheid, lukt het hem om het volk aan zijn zijde te krijgen en uiteindelijk de Franse troon te bestijgen.

Heinrich Mann benadrukt de anti-elitaire en zelfs volkse kanten van Henri, zijn goede humeur, sluwheid en blijkbaar aangeboren theatraliteit: ‘Hij was pas vier, maar had al gevoel voor effect’. Maar ook zijn buitengewone seksuele activiteit – Henri was een vermaarde homme à femmes – vormt een opvallende constante; al geldt dit zeker niet alleen voor hem – dit is een uitgesproken vitale en zinnelijke roman. Margot bijvoorbeeld, Henri’s even aantrekkelijke als erudiete eerste vrouw, ligt ook graag in vreemde bedden: ‘Een kenner van het welgevormde, of het nu mannenlichamen of Latijnse verzen waren.’

Goebbels

Mann schreef De jeugd van koning Henri Quatre in ballingschap, op de vlucht voor de nazi’s. Dat is te merken aan de inhoud, die heel wat verborgen en onverborgen verwijzingen naar de dictatuur van het nationaal-socialisme bevat – en dat is ook Manns tijdgenoten meteen opgevallen. Deels mag je zelfs van een parabel spreken. De prediker-demagoog Boucher, ‘een nieuw soort redenaar’, heeft sterke overeenkomsten met propagandaminister Goebbels: ‘Zijn taal ontaardde al snel in geblaf’. De slinkse leider van de katholieke Liga Henri de Guise heeft het nodige met Hitler gemeen, zijn broer Mayenne lijkt op rijksmaarschalk Göring. Deze laatste werd in 1934 verantwoordelijk gehouden voor de beruchte Röhm-Putsch oftewel ‘Nacht van de Lange Messen’ toen de SA’er Röhm en tweehonderd andere tegenstanders van de nazi’s werden vermoord. De Röhm-Putsch wordt in de roman weerspiegeld door de Bartholomeusnacht.

De jeugd van koning Henri Quatre is in de eerste plaats een historische roman met verwijzingen naar de actualiteit van de jaren dertig; niet ongebruikelijk overigens onder de Duitse emigranten want ook Stefan Zweigs Erasmus-boek uit 1934 of Lion Feuchtwangers roman Der falsche Nero uit 1936 bevatten overduidelijke toespelingen op het nationaal-socialisme. Maar je kunt net zo goed van een ontwikkelings-, avonturen- of zelfs schelmenroman spreken (‘De list regeert het leven’, zegt Henri ergens).

De roman bevat talrijke verwijzingen naar de klassieke Duitse- en internationale literatuur, waarbij vooral Goethe en Thomas Mann genoemd moeten worden. Wie meer wil weten over de delicate verhouding tussen de gebroeders Manns leze overigens de sublieme studie Thomas Mann-Heinrich Mann: Die ungleichen Brüder (2005) van Helmut Koopmann. De bekende Duitse literatuurwetenschapper toont hier aan dat er talloze parallellen bestaan tussen De jeugd van koning Henri Quatre en de (deels) eerder verschenen historische roman Joseph und seine Brüder van Thomas Mann: het humanisme, de godsdienstkwestie, de rusteloosheid en ook de grote erotische aantrekkingskracht van de hoofdpersonen.

Via tientallen korte scènes slingert De jeugd van koning Henri Quatre welhaast meanderend naar het sterke einde. Soms is het moeilijk om alle leden van de Franse, Spaanse, Engelse of Oostenrijkse vorstenhuizen uit elkaar te houden, de vele conflicten en intriges te doorgronden. Toch blijf je geboeid doorlezen, niet in de laatste plaats door Manns uiterst directe en snelle stijl, zijn gevoel voor humor, satire en gags. Stilistisch zorgt hij voor afwisseling met innerlijke monologen, perspectiefwisselingen en vervreemdingseffecten. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een in het Frans geschreven ‘Moralité’, in de aanhang vertaald.

Fraaie billen

Sommige fragmenten zijn onvergetelijk. Dat geldt voor het hoofdstuk ‘Familietafereel’ waarin prinses Margot een liefdesavontuur beleeft met bovengenoemde Henri de Guise en daarbij betrapt wordt door haar moeder, die haar pardoes en niet zonder gevolgen in de fraaie billen bijt. In het latere hoofdstuk met de titel ‘Het litteken’, dat zich afspeelt tijdens de huwelijksnacht van Margot en Henri, komt de aap uit de mouw – althans bijna, want ook Margot is een listige vrouw.

Net zo sterk is de voorafgaande beschrijving van de huwelijksplechtigheid in de Parijse Notre-Dame, met alle pracht en praal en beginnend vanuit het perspectief van het gewone volk. Maar het mooiste en wat mij betreft ontroerendste fragment is ‘De dood en de min’, waarin het sterfbed wordt beschreven van Karel IX, Margots broer. (Een fragment dat Thomas Mann tot tranen toe ontoerde.)

De Nederlandse uitgave van De jeugd van koning Henri Quatre verschijnt in de onvolprezen ‘Duitse Bibliotheek’ van uitgeverij Atlas, bijna een garantie voor een goede vertaling. José Rijnaarts laat zich van haar beste kant zien, een voortreffelijk werkstuk, afgerond door een informatief nawoord van Theo Kramer. Op het omslag is De Bartholomeusnacht van François Dubois afgebeeld, tegenwoordig in een museum in Lausanne.

Heinrich Mann heeft het beroemde schilderij goed gekend en zich erdoor laten inspireren, al noemt hij het nergens. In het hoofdstuk ‘De afloop’ geeft hij er een gedetailleerde beschrijving van.