De Hedwige: 78 alternatieven en nog steeds is het lot ongewis

De Hedwigepolder is een klein stukje land, maar het zorgt voor veel politiek en juridisch getouwtrek. In 1907 werd hij drooggelegd, nu moet hij weer onder water worden gezet. Of toch niet?

Het is een polder zoals vele. „Niets bijzonders eigenlijk”, zegt Bert Denneman van Vogelbescherming Nederland vanuit het vliegtuigje dat, vertrokken vanaf het vliegveldje in Arnemuiden, boven de Westerschelde hangt. Beneden ons, naast het natuurgebied Verdronken Land van Saeftinghe, ligt de driehonderd hectare grote Hedwigepolder, op de grens met Vlaanderen. De polder werd in 1907 drooggelegd, nu is hij onderwerp van hevige debatten over de wenselijkheid van ontpoldering, als methode om aangetaste natuur te herstellen.

Jarenlang was het de bedoeling om de landbouwpolder weer onder water te zetten, samen met nóg driehonderd hectare, op verschillende plaatsen elders langs de Westerschelde. Zo staat het in een verdrag tussen Vlaanderen en Nederland dat, zes jaar geleden, drie zaken regelde. Eén: de door de Belgen gewenste verdieping van de vaargeul van de Westerschelde voor containerschepen. Twee: verbetering van de veiligheid tegen overstromingen langs de zeearm. En drie: herstel van de natuur in het Europese natuurgebied Westerschelde, dat zich volgens officiële stukken in een „zeer ongunstige staat van instandhouding” bevindt.

De vaargeul is verdiept. Aan de veiligheid wordt gewerkt. Maar van natuurherstel is nog steeds geen sprake. De Westerschelde is een fragiel getijdengebied vol nevengeulen, zandbanken en schorren en slikken met kleine kreekjes, die bij vloed overstromen en bij eb droog komen te liggen. Ideaal voor wadpieren en vogels. Ze zijn er nog wel, die schorren en slikken, maar minder dan voorheen. Schorren zijn begroeide modderbanken die alleen bij heel hoog tij onder water lopen. Slikken zijn onbegroeide modderbanken, veelal gelegen tussen schorren en geulen, die elke dag twee keer onderlopen en waar beschermde vogelsoorten, zoals steltlopers, eten zoeken. Denneman: „Zulke schorren en slikken zijn er steeds minder. Ga eens kijken in het estuarium van de Seine in Frankrijk. Dat was ooit net zo’n mooi intergetijdengebied. Nu is het een soort kanaal met één geul. De tranen schieten je ervan in de ogen. Zoiets dreigt hier ook te gebeuren.”

Ontpolderen is volgens ecologen de beste methode om dit estuarium in oude glorie te herstellen. Maar het verzet in Zeeland en ook daarbuiten is groot. Natuur is mooi maar waarom zou je er land voor prijsgeven? Boeren en burgers zien er het nut niet van in, en zo werden de plannen voor de Hedwigepolder een symbool van „doorgeschoten natuurbeleid”, zoals Ad Koppejan het formuleert, het Zeeuwse Tweede Kamerlid (CDA) dat volgens de boeren een standbeeld verdient voor zijn niet aflatende strijd tegen de ontpolderingen. Hij was het die eerdere kabinetten dwong commissies in te stellen die moesten nagaan of er toch echt geen alternatieven waren voor dat verspillen van vruchtbare landbouwgrond. De afgelopen vijf jaar is dat meermaals gebeurd, maar tot een bevredigende oplossing kwam het niet, en het verzet tegen ontpolderen werd alleen maar groter.

Het vorige kabinet-Balkenende besloot uiteindelijk niet te ontpolderen, tenzij de Europese Commissie dat onmogelijk zou maken. De Vogelbescherming stapte daarop naar de bestuursrechter. Die schortte vervolgens de complete verdieping van de vaargeul op. De Vlamingen schrokken daarvan, en eisten garanties van Nederland. En opnieuw besloot het kabinet tot een onderzoek naar mogelijke alternatieven. Dit resulteerde in een plan voor de aanleg van schorren langs de oevers van de Westerschelde. Ook dat was geen alternatief, oordeelden de deskundigen. Het kabinet besloot daarop toch te ontpolderen.

Inmiddels is de situatie alweer anders: het kabinet-Rutte haalde in zijn regeerakkoord alles overhoop. Kamerlid Koppejan schreef voor dat akkoord een alinea, waarin staat dat er een alternatief moet worden ontwikkeld, „in overleg met Vlaanderen”. Er zijn Kamerleden, onder wie Stientje van Veldhoven van D66, die veronderstellen dat zonder deze toezegging het hele kabinet er niet had kunnen komen. Koppejan was immers, samen met Kamerlid Ferrier, een dissident die grote moeite had met een samenwerking met de PVV van Wilders. „Je zou kunnen zeggen dat Koppejan het kabinet gijzelt met dit besluit”, zegt Van Veldhoven. Zelf ontkent Koppejan dit ten stelligste. „Zelfs toen deze zin al in het ontwerp-regeerakkoord stond, heb ik me samen met Kathleen Ferrier tegen de gedoogsteunconstructie uitgesproken. En ook op het befaamde CDA-congres hebben wij tegen het regeerakkoord gestemd. Pas na de uitspraak van het congres hebben wij ingestemd met het regeerakkoord.”

Hoe dan ook, een meerderheid in de Tweede Kamer voelt niets voor ontpolderen. De tegenstanders hebben in verantwoordelijk staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) een ideale voorvechter. Hij beloofde al snel „alles uit de kast halen” om te komen tot een „nuchter voorstel tot natuurherstel, zonder ontpoldering”. Dat zou, zei hij, een „aangename verrassing” voor Vlaanderen worden. Hij stelde zich voor dat het herstel van de natuur zich niet zou hoeven te beperken tot de Westerschelde, maar tot de hele zuidwestelijke delta. En hij bestelde wéér een onderzoek, dit keer van instituut Deltares.

Dat onderzoek is klaar. Bleker weigerde het tot heden naar de Kamer te sturen. „De resultaten van het onderzoek moeten ook extern worden getoetst”, schreef hij vorige week aan de Kamer. Van Veldhoven (D66): „Volslagen onzinnig om zo’n onderzoek weer extern te laten toetsen.” Kamerlid Ouwehand van de Partij voor de Dieren vindt dat het kabinet de wettelijke informatieplicht aan de Kamer niet serieus neemt. Intussen heeft de Vogelbescherming het kabinet een ultimatum gesteld. Als het binnen twee weken niet alsnog besluit tot ontpoldering, dan moet de burgerlijke rechter er maar een oordeel over vellen.

Politiek-strategisch gezien heeft het kabinet geen enkel belang om in te stemmen met ontpoldering. Een meerderheid in de Kamer voelt er niet voor. In Zeeland is het verzet zo groot, dat zelfs milieugroepen de strijd hebben gestaakt. En als het er straks toch van moet komen, bijvoorbeeld omdat de Europese Commissie dat eist, of de rechter het gebiedt, dan zijn de bewindslieden in elk geval strijdend ten onder gegaan. „Volksverlakkerij”, vindt Kamerlid Ouwehand dat. „Partijpolitiek belang gaat kennelijk boven het landsbelang.” Moreel verwerpelijk, zegt Van Veldhoven erover. „Het kabinet weet dat het moet ontpolderen. Door dat te ontkennen, maakt het kabinet Zeeland blij met een dooie mus.”

Het onderzoek van Deltares noemt naar verluidt verschillende alternatieven. Maar of die haalbaar zijn? Of daarmee het gewenste herstel van de natuur wordt gehaald? En of die alternatief niet veel duurder uitvallen? Oud-minister Ed Nijpels was voorzitter van de tweede commissie die onderzoek deed. Hij zegt: „Wij hebben destijds alle alternatieven, in totaal 78, doorgenomen, en de Hedwigepolder kwam daar om meerdere redenen als aantrekkelijkste uit.” Kamerlid Van Veldhoven: „Zulke alternatieven kosten honderden miljoenen euro’s meer. Even veel geld als sommige bezuinigingen waarover wij in de Kamer spreken. Onverantwoord. En dan heb ik het nog niet eens over de boetes die de Europese Commissie ons kan opleggen.”

Het woord is aan het kabinet.