De Grieken koken van woede om het gedrag van hun parlementariërs

Het Griekse parlement vergaderde gisteren voor het eerst over de nieuwe omvangrijke bezuinigingen.

Schijnbaar onbewogen voor het protest buiten.

De veldslag buiten dringt alleen via kieren het omsingelde parlement binnen. De luiken voor de ramen van het okerkleurige paleis middenin Athene blijven woensdag dicht. Dikke muren dempen de spreekkoren en knallen.

Wie vanaf de tweede verdieping naar buiten gluurt kan de verwensingen op de spandoeken lezen. ‘Tuig, waar jullie ook heen gaan, we weten je te vinden’. Een raampje openen is als aan een volumeknop draaien. „We fikken dit hele hoerenhuis af”, roepen opeens honderden stemmen. Afgewisseld met een spreekkoor. ‘Dieven, dieven.’ Er vliegen flesjes door de lucht en de metalen politiebarricade beweegt vervaarlijk onder de stoten.

Parlementsmedewerkers kijken angstig naar buiten. Op het marmeren bordes staat een brandweerwagen klaar. Een dik kordon politie schermt de volksvertegenwoordigers af, die krampachtig willen doen of dit een gewone werkdag is.

In binnen- en buitenland zijn alle ogen gericht op het belegerde Griekse parlement. Dat houdt deze middag een eerste belangrijke vergadering over de omstreden jongste bezuinigings- en hervormingsplannen van de regering. De oppositiepartijen zijn tegen. „We zijn ziek, maar het medicijn werkt niet. Nu schrijft dezelfde slechte dokter een dubbele dosis voor, hoe kun je verwachten dat ik daarvoor stem?”, zegt Dimitris Papadimoulis van Synaspismos, de coalitie van linkse partijen.

De krappe parlementaire meerderheid van regeringspartij Pasok lijkt met het uur verder af te brokkelen. Pasok heet socialistisch, maar wie dat in Griekenland nu nog zegt heeft daarbij zijn vingers in de lucht om het woord tussen aanhalingstekens te plaatsen. De Pasokregering heeft het afgelopen crisisjaar ingrijpend bezuinigd en liberale hervormingen doorgevoerd, die een deel van de parlementariërs nu niet langer zegt te kunnen verantwoorden.

Rodoula Zisi is in alle vroegte op haar werkkamer om een debat voor te bereiden dat ze moet voorzitten. „Het parlement staakt niet”, zegt de Pasok-parlementariër en ‘voor’ stemmer parmantig. Over de onversneden haat buiten doet ze mild. „Mensen denken dat wij het probleem zijn, maar dat is niet zo. Wij vertegenwoordigen ze juist.” En een kloof tussen politiek en burgers bestaat overal.

Zisi gaat eraan voorbij dat een groot deel van de Grieken zich niet vertegenwoordigd, maar bedrogen voelt. Ze zien het parlement als een van de voornaamste oorzaken van de crisis waarin het land zich bevindt. De samenvatting van hun oordeel staat op t-shirts: ‘kies Ali Baba. Hij heeft maar veertig rovers’.

Met corruptie en cliëntelisme is Griekenland aan de rand van de afgrond gebracht. Nu het erop aankomt, vertoont het parlement nog weinig tekenen van zelfreflectie en verandering. Terwijl vrijwel alle ambtenaren hun dertiende en veertiende maand moesten inleveren, behielden parlementsmedewerkers – het zijn er opvallend veel – bijvoorbeeld hun zestiende maand. De volksvertegenwoordigers stemden tegen onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken van de hoge schuld.

„Mensen hebben gelijk met een roep om gerechtigheid”, zegt Christos Staikouras van de grootste oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) bezwerend. „Aan de andere kant zijn we hier toch echt met z’n allen de afgelopen dertig jaar verantwoordelijk voor geweest.” Het zijn uitspraken zoals deze die bij demonstranten het bloed doet koken.

Terwijl buiten met de politie en door demonstranten onderling wordt gevochten, begint om tien uur ’s ochtends in de plenaire zaal een debat over orgaandonatie. Minister van Volksgezondheid Andreas Loverdos wijdt een paar korte zinnen aan de betogers die buiten probeerden foto’s te maken van de kentekenplaten van parlementariërs. „Het is onze taak extremisten te marginaliseren”, zegt hij met stemverheffing. En: „De democratie kan niet worden gestopt.”

Die democratie draait intussen buiten beeld op volle toeren. Achter de hoge gesloten deuren in het parlementsgebouw en op de partijkantoren elders in de hoofdstad wordt koortsachtig overlegd. Een ‘nee’ tegen de bezuinigingen en privatiseringen betekent dat het IMF binnenkort niet meer uitbetaalt en de staat op 3 juli de facto failliet is.

Om één uur ’s middags brengt een vermoeid ogende premier George Papandreou een bezoek aan president Karolos Papoulias. Hij vertrekt na een fotomoment, zonder opzienbarende mededelingen. De geruchtenstroom draait op volle toeren. Feitelijke informatie, ook over de opstand buiten, is er weinig. Journalisten en persvoorlichters doen tot halverwege de dag mee aan de staking.

Aan het einde van de middag is het traangas in de lucht in het parlementsgebouw niet meer te harden en de spanning te snijden. Jonge medewerksters lopen in groepjes rond met mondkapjes op. Parlementariërs kijken in het rookhok met journalisten zenuwachtig naar de doorlopende nieuwsuitzendingen vol ruwe arrestaties en brandende containers. Onderin beeld staat urenlang de aankondiging dat er dramatische politieke veranderingen op komst zijn.

Rond zes uur lijkt er een doorbraak te zijn. Het nieuws lekt uit dat premier Papandreou de oppositie heeft uitgenodigd in een regering van nationale eenheid. ND-leider Antonis Samaras toont interesse, op de voorwaarde dat Papandreou opstapt.

Het is even alsof de partijen onder druk van het traangas uit hun loopgraven komen en de turbulente dag voor de Griekse democratie meer eenheid heeft gebracht. „Wow”, zegt een verslaggever van een staatspersbureau. „Het zou voor het eerst in decennia zijn dat politici zich echt rekenschap geven van een volksprotest.” Dat komt denkt hij doordat het protest de afgelopen weken een ander karakter had. Niet de vakbonden, maar het electoraat van Pasok kampeerde voor het parlement.

Aan het begin van de avond is de rust in de straten wedergekeerd. De speculaties gaan onverminderd door. De speech waarmee Papandreou daaraan om tien uur ’s avonds een einde maakt is een ontgoocheling. Hij doet twee korte mededelingen. Donderdag presenteert hij een nieuw kabinet en hij zal het parlement de vertrouwensvraag stellen.

Weer niets veranderd.