De beste dubbelaar komt uit Nederlandse Antillen

Jean-Julien Rojer speelt nog altijd onder de vlag van de Nederlandse Antillen. De dubbelspecialist zou in de toekomst graag voor Nederland uitkomen.

Jean-Julien Rojer is de enige Nederlandse tennisser die dit jaar hoge ogen gooide op een grandslamtoernooi. De 29-jarige prof stond in januari van dit jaar zelfs in de halve finales van de Australian Open. Maar op het grastoernooi van Rosmalen is de op Curaçao geboren speler met zijn Amerikaanse dubbelpartner Eric Butorac veroordeeld tot een bijbaantje.

Op baan 2 loopt hij na een nederlaag tegen de Italiaan Daniele Bracciali en de Tsjech Frantisek Cermák in twee sets (7-6 en 7-6) voor zo’n honderd toeschouwers een plaats bij de laatste vier duo’s van het dubbeltoernooi mis. „Ik vind het altijd leuk om hier voor vrienden en familie te spelen”, zegt Rojer na zijn partij in de playerslounge. „Nederland is speciaal voor me.”

Rojer staat twintigste op de wereldranglijst en is met afstand de hoogst genoteerde Nederlandse dubbelaar. Rogier Wassen en Robin Haase zijn pas terug te vinden op respectievelijk de 65ste en 76ste positie op de dubbelranglijst van de Association of Tennis Professionals (ATP). Toch maakt Jan Siemerink, non-playing-captain van het Nederlandse Davis-Cupteam, volgende maand in Potchefstroom tegen Zuid-Afrika geen gebruik van de diensten van Jean-Julien Rojer.

Hij speelt nu nog officieel onder de vlag van de Nederlandse Antillen, maar kan in theorie zo overstappen naar Nederland. Hij zal volgende maand in ieder geval niet meedoen in een uitwedstrijd van de Nederlandse Antillen tegen El Salvador – mogelijk het laatste duel in naam van een land dat niet meer bestaat. „Ik had graag met Nederland willen meedoen, maar het duel met Zuid-Afrika komt te vroeg”, stelt Rojer. „Wie weet wat er in de toekomst mogelijk is. Spelen voor Nederland is voor mij een droom.”

De Nederlandse Antillen zijn sinds 10 oktober vorig jaar in theorie opgeheven. Toen kregen Curaçao en St. Maarten, net als eerder Aruba, een status aparte als autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De eilanden Bonaire, Saba en St. Eustatius gelden nu als ‘bijzondere’ gemeenten in Nederland.

In het internationale tennis bestaan de Nederlandse Antillen echter nog steeds. Zo staat achter de naam van Rojer ‘AHO’ tijdens het toernooi van Rosmalen. „Eigenlijk bizar”, zegt Rojer. „Ik speel voor een land dat er niet meer is. Een beslissing over onze toekomst wordt steeds maar uitgesteld.” Tennisland Nederlandse Antillen heeft voor 2011 dispensatie gekregen van de internationale tennisfederatie (ITF) omdat voor de staatsrechterlijke wijziging al was geloot voor het Davis-Cuptoernooi.

De meeste sporters die voorheen voor de Nederlandse Antillen uitkwamen, hebben hun keuze al gemaakt. Tophonkballers als Andruw Jones, Jair Jurrjens en Roger Bernadina speelden jaren geleden al voor Nederland. Topatleet Churandy Martina komt sinds kort voor Nederland uit, omdat het Internationaal Olympisch Comité geen sporters onder vlag van Curaçao wil laten uitkomen op de Spelen. Maar de wereldvoetbalbond heeft Curaçao wel als FIFA-lid erkend. Vooralsnog hebben Curaçao en Bonaire het ITF-lidmaatschap aangevraagd. Tijdens een congres op 23 september in Bangkok zal een beslissing vallen of Curaçao een eigen Davis-Cupploeg krijgt.

Jean-Julien Rojer was jaren achtereen de dragende man van de Davis-Cupploeg van de Nederlandse Antillen, dat sinds 1998 meedoet aan landentennis. Rojer kan met veertig overwinningen en negen nederlagen indrukwekkende cijfers overleggen. Maar sinds 2007 speelde hij om verschillende redenen niet meer voor zijn land. Het afgelopen jaar gaf hij de voorkeur aan zijn eigen dubbelcarrière. „Ik heb het er wel eens met Robin Haase over. We zouden samen [voor Nederland] kunnen dubbelen in de Davis Cup en en op de Olympische Spelen. Dat zou een echte uitdaging voor me zijn.”

Rojer zal echter altijd een kind van Curaçao blijven. Als zoon van een tandarts en een lerares woonde hij in zijn jeugd naast een tennisclub. „Jongeren groeien met sport op. Het is een middel om op Curaçao iets te bereiken in het leven.” Op zijn dertiende vertrok Rojer naar de VS voor een toekomst als proftennisser. Vijf jaar later kreeg hij een beurs en combineerde hij een studie sociologie met tennis.

In 2002 werd Rojer professional en probeerde hij een plek in de tophonderd af te dwingen. Na zeven jaar in het enkelspel actief te zijn geweest bleek de 218de plaats de hoogst haalbare positie. Een burn-out maakte een voorlopig einde aan zijn tenniscarrière. Vijf maanden lang raakte hij geen racket aan.

Tot de Braziliaan Marcio Torres hem over de telefoon overhaalde terug te keren in het profcircuit – dit keer als dubbelaar. Na een paar jaar opnieuw in de marge te hebben getennist volgde aan de hand van zijn Amerikaanse dubbelpartner Eric Butorac alsnog een succesverhaal. Rojer mocht op de grote podia uitkomen en won de afgelopen twaalf maanden in totaal vier ATP-toernooien. Maar het bereiken van de halve finales van de Australian Open in Melbourne was in januari 2011 zijn voorlopige hoogtepunt.

Rojer is eindelijk op het punt aangekomen dat hij kan leven van het proftennis. „Ik vergeet nooit waar ik vandaan kom. Het kan zomaar voorbij zijn. Daarom probeer ik van iedere dag te genieten zolang ik in het proftennis actief ben. Nu lonkt Wimbledon alweer.” En dan lachend: „En misschien later de Davis Cup en de Spelen voor Nederland.”