Creativiteit is het ware geluk

Lila Azam Zanganeh: De tovenaar. Nabokov en geluk. Vertaald door Maarten Polman. Contact, 252 blz. € 24,95

Lila Azam Zanganeh heeft een obsessieve manier van lezen: uit angst iets te missen leest ze een regel telkens over. ‘Toegegeven, een zo aandachtige manier van lezen is, volgens de meeste voorschriften op het gebied van geestelijke gezondheid, een nodeloos moeizame taak.’ Maar het is wel dé manier om Vladimir Nabokov te lezen, de schepper van het kleurrijkste proza van de vorige eeuw, waaronder Lolita, ‘met meer vondsten per bladzijde dan van veel andere schrijvers in het verzameld werk,’ zoals Rudy Kousbroek schreef.

Nabokov zei het zelf, in antwoord op de kritiek dat zijn werk ondoorgrondelijk zou zijn: ‘Waarom zou men de lezer niet zo nu en dan een zin laten overlezen? Dat kan geen kwaad.’ Hij voegde eraan toe dat een goede lezer altijd een woordenboek binnen handbereik heeft; en heeft hij zijn scrupuleuze lectuur eenmaal volbracht, dan moet het echte werk nog beginnen. Volgens Nabokov is herlezen namelijk het ware lezen; na een keer of vier gaat de lezer het boek als geheel zien, zoals we bij een schilderij in één oogopslag doen. Van literatuur genieten, het is hard werken.

Azam Zanganeh (1976) is een vurig bewonderaarster van Nabokov. Ze oppert dat dit mede te maken heeft met een gevoel van verlies dat ze delen. Nabokov (1899-1977) werd uit zijn geboorteland verdreven door de Russische revolutie, de ouders van Azam Zanganeh, die destijds twee jaar oud was, ontvluchtten de islamitische revolutie in Iran. Voor beiden is Engels de verworven schrijftaal, niet de moedertaal.

Havik

De tovenaar. Nabokov en geluk is het eerste boek van Azam Zanganeh, en je kunt slechter debuteren. Het is speels, fragmentarisch opgezet, bevat flarden biografie en autobiografie, samenvattingen van Lolita en Ada, een gefingeerd interview met de beroemde schrijver (afgezaagd idee) en een verslag van ontmoetingen met Dimitri Nabokov, wiens toestemming onontbeerlijk was wegens de talrijke citaten in het boek, en die als een havik op het literaire testament van zijn vader zit. In de onorthodoxe opzet en de tot deugd verheven subjectiviteit doet De tovenaar denken aan Nabokovs boek over Gogol.

Zoals de ondertitel aanduidt is geluk het centrale thema. Dat ligt misschien niet voor de hand, geeft Azam Zanganeh toe, bij ‘een schrijver die zo vaak geassocieerd wordt met morele en seksuele malaise’. Nabokov schreef geen vrolijke verhalen met opgewekte personages. Het geluk dat de schrijfster in Nabokovs werk ervaart is ‘een speciale manier van zien’. Wie zijn boeken leest, gaat de wereld aandachtiger waarnemen en wordt nieuwsgieriger. Hij gaat ook zelf door ‘een Nabokoviaanse lens’ kijken en begint het unieke in het alledaagse te zien. Hij wordt zich scherper bewust van de dingen... en van zichzelf. Bij Nabokov stonden alle zintuigen altijd open, waarvoor hij de dure prijs van levenslange slapeloosheid betaalde. De opperste vorm van Nabokoviaans geluk is gelegen in creativiteit: wanneer men woorden vindt voor de waarneming. Dat zal, naast zijn stijl, een reden zijn waarom Nabokov zo geliefd is onder schrijvers.

Welbewust rommelig presenteert Azam Zanganeh een aantal Nabokoviaanse sleutelbegrippen. Zoals de tovenaar, zijn favoriete beeld van de schrijver. De schrijver neemt elementen uit de werkelijkheid en voert daarmee een truc uit, met een nieuwe werkelijkheid als resultaat. Literatuur is geen spiegel van de werkelijkheid; als de literaire creatie iets weerspiegelt, is het de originaliteit en begaafdheid van de tovenaar.

Synesthesie

Een ander kernwoord is kleur. Wie Nabokov leest, ziet alle kleuren van de regenboog: ‘Een groene regenachtige dag’. De schrijver maakte in interviews melding van zijn synesthesie: in zijn brein waren letters onverbrekelijk met kleuren verbonden. Vlinders. Nabokov studeerde entomologie in Cambridge, verrichtte wetenschappelijk onderzoek en gaf zijn naam aan ten minste vier nieuwe soorten en zeven ondersoorten. Herinnering. ‘Onthoud dat,’ zei zijn moeder tegen de jeugdige Vladimir, wijzend op de pootafdruk van een vogeltje in verse sneeuw op hun landgoed. En Vladimir zou zijn leven lang geluk putten uit dergelijke, onaantastbaar opgeslagen details. Een van zijn mooiste boeken is het autobiografische Geheugen, spreek.

Losjes geeft Azam Zanganeh een beeld van de schrijver en zijn werk en – zonder op de voorgrond te treden – zichzelf. In een citaat van aanbeveling stelt Dimitri Nakokov dat ze schrijft in een ‘zeer toegankelijke stijl, zonder haar geliefde onderwerp te imiteren’. Dat is hoffelijk van Dimitri, en volkomen onwaar, want Azam Zanganeh schrijft geregeld als een derderangs Nabokov, maar dat valt te rechtvaardigen door haar onvoorwaardelijke bewondering voor de auteur. Het stoort niet al te erg.

De tovenaar is een sympathiek, aanstekelijk boek, een stimulans om de meester zelf te (her)lezen. Het enige wat onderbelicht blijft is zijn humor. Als ieder genie was Nabokov slechts genie in deeltijd, en met zijn briljante vondsten moet je soms ook vermoeiende gekunsteldheid voor lief nemen. Het is zijn geestigheid, die gewoonlijk de vorm van ironische formulering aanneemt, die je dan bij de les houdt. En Nabokovs humor zit het lezersgeluk ook bepaald niet in de weg.