Bij Omar Fast is niets wat het eigenlijk lijkt

Tentoonstelling Omer Fast. T/m 23 juli. NIMk, Keizersgracht 264, Amsterdam. Di t/m vr 11-18u, elke eerste zo van de maand 13-18u. Inl: 020-6237101, www.nimk.nl *****

Laten we beginnen met het beeld. Een stevige blanke man in camouflagepak maakt ergens in een onbekend bos een wildstrik van takken en touwtjes. Het is in de stijl van een instructiefilm: doe zus, doe zo, dan heb je in een oogwenk je eigen patrijs aan het spit. Op de achtergrond klinkt de stem van nog een andere man. Hij vertelt over een gruwelijk leven als kindsoldaat in de Nigerdelta, over een vlucht en een ontmoeting met een man die hem leert een val voor patrijzen te maken.

Is de man de man die we voor onze ogen zien?

Is de val waarover hij spreekt de val in beeld?

We lopen de volgende verduisterde ruimte binnen. Op twee schermen bootsen twee mannen een gesprek na. De één, een Britse immigratiebeambte, ondervraagt een vluchteling uit de Nigerdelta. De mannen lijken op slecht geschoolde acteurs. De vluchteling vertelt. Steeds keren dezelfde woorden terug: apen vangen, apen opeten, kindsoldaat. „Hoe zag je omgeving er uit?” vraagt de beambte. „Nou gewoon,” zegt de Nigeriaan, „huizen, honden, bomen, apen, en een val voor patrijzen. Mijn vader leerde me hoe je een val voor patrijzen maakt.”

In het videodrieluik Nostalgia (2009) serveert de Israëlische kunstenaar Omer Fast de valstrik voor patrijzen in brokjes aan de kijker – bij iedere installatie een nieuwe invalshoek. Net als de stukjes plot die in David Mitchells prachtige roman Cloud Atlas van de ene hoofdpersoon naar de andere worden doorgeschoven, van de ene eeuw naar de andere worden doorgegeven, zo schuift Omer Fast flarden van plots door. In Nostalgia betovert hij ons met beeldverhalen die poëtisch zijn, soms zo uit een horrorfilm lijken te komen, helemaal echt en soms ook ontzettend nep lijken, maar altijd houden de verhalen op een raadselachtige manier verband met elkaar.

In het door de bezuinigingen met opheffing bedreigde Nederlands Instituut voor Mediakunst in Amsterdam is nu een solotentoonstelling te zien van de getalenteerde en internationaal flink aan de weg timmerende Fast. De kunstenaar, die in 1972 in Jeruzalem werd geboren, is opgeleid aan het New Yorkse Hunter College en woont inmiddels in Berlijn. Zijn werk, dat in grote musea in New York, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië wordt tentoongesteld en nu ook op de Biënnale van Venetië staat, heeft raar genoeg Nederland nooit bereikt. Zeer welkom dat het Nederlands Instituut voor Mediakunst daar nu verandering in brengt.

Behalve Nostalgia, waarmee Fast in 2009 de meest prestigieuze prijs voor beeldende kunst in Duitsland won - de Preis der Nationalgalerie für junge Kunst - is er het vierkanaals werk The Casting (2007) te zien, waarmee de kunstenaar in 2008 de Whitney Museum’s Award in de wacht sleepte, en De Grote Boodschap (2007).

De Grote Boodschap is Omar Fasts meest eenvoudige werk – als je bij Fast tenminste van eenvoudig kunt spreken. In deze installatie reizen we vermomd als vlieg met een camera mee die door verschillende appartementen in een huis in het Belgische Mechelen dwaalt. We pikken hier en daar flarden op: een oude vrouw herinnert zich hoe haar vader diamanten doorslikte omdat de ingewanden de veiligste plek zijn om kostbaarheden te bewaren, een beatboxer probeert zijn vriendin te verleiden met zijn beste trucs, maar gek genoeg verandert hij langzaam in iemand anders.

Niets is uiteindelijk wat het lijkt in De Grote Boodschap, niemand vertelt ook maar één zin waar je op kunt bouwen, iedereen lijkt een oplichter of een fantast, en van een ondubbelzinnige boodschap is al helemaal geen sprake.

The Casting is niet Fasts nieuwste maar wel zijn meest gecompliceerde werk. Voor dit vierkanaals werk, dat op zowel de voorkant als de achterkant van twee schermen draait, interviewde Fast in 2006 een Amerikaanse soldaat die voor de tweede keer naar Irak gaat. Verschillende herinneringen worden door elkaar geweven: herinneringen aan een vriendin die van snelle auto’s houdt en zichzelf graag snijdt, en herinneringen aan een oorlogstreffen in Irak, als de soldaat een auto met een ongewapend gezin onder vuur neemt en per ongeluk de zoon van het gezin doodt. Dit verhaal wordt verteld door een man die in een casting zit voor een film over de oorlog in Irak, maar het wordt door Omar Fast ook getoond in tableaux vivants. De scènes van de paniek van het gezin, de stress onder de schietende soldaten, de morsige auto en ten slotte de met bloed bevlekte moeder die om haar vermoorde zoon rouwt, zijn clichébeelden, bekend van televisie en uit kranten. Deze ‘readymade-herkenbaarheid’ – zoals Fast het zelf noemt – voegt een extra dimensie toe aan de ongeloofwaardigheid van de herinnerde tragiek.

Getuigenissen van vluchtelingen en niet-vluchtelingen, van soldaten en gewone burgers, van zwart en blank, voelen bij Fast anoniem en niet-echt. Ingrijpende politieke gebeurtenissen worden herverteld, herinneringen opgediept, afgestoft, vervormd door de tijd en uiteindelijk verminkt. Zogenaamd objectieve vraaggesprekken zijn de basis van Fasts videowerk. Maar die gesprekken verrafelen gaandeweg de film, als touwen in de wind. De werkelijkheid lijkt grijpbaar, maar is het niet. Zoals in een heel mooi en heel eng sprookje.