Asfalt en kitsch

Nederland wordt lelijk. Zo’n land waar je je met de nodige huiver doorheen beweegt. Aangetaste landschappen, verslonzende steden. En daartussen steeds meer asfalt, want daar kunnen we geen genoeg van krijgen. Asfalt is het tegengif voor de file, zo heeft het kabinet-Rutte ontdekt, en dus krijgen we 800 kilometer extra rijbanen. Zóefff…

VVD-minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu koestert nog meer drastische plannen. Provincies en gemeenten mogen zelf bepalen waar bedrijven en woningen komen. Kleinschalige woonwijken in het Groene Hart? Moet kunnen. Aanleg van nóg meer bedrijventerreinen langs de snelwegen? Waarom niet? De minister is van Infrastructuur en Milieu – in die volgorde, en geen andere.

Wat de minister ook onzinnig vindt, zijn die ‘nationale snelwegpanorama’s’ die haar voorganger had bedacht. Dat je als automobilist op een zonnige dag vanaf de snelweg naar het landschap kon kijken en denken: „Goh, mooi hier.”

Sentimentele flauwekul, vindt de minister. Wij zijn op Nederlandse aarde om ons van de ene naar de andere rijbaan te verplaatsen, met neergeslagen blik, want van mooie uitzichten ga je maar dromen en dat kunnen we ons in tijden van bezuinigingen niet veroorloven.

Minder kunst, meer asfalt – het nieuwe Nederland.

Om ons te troosten heeft de minister ook nog een frivool ideetje: we mogen qua ruimtelijke ordening best wat meer op België gaan lijken. Je kunt merken dat ze uit een politieke partij komt waar ze meer van dixieland dan van klassiek houden. Nu zeg ik, sinds ik een Belgische hoofdredacteur heb, geen kwaad woord meer over België, maar ik vroeg me toch wel af wat de minister hier precies bedoelde. Gaan we net als de Belgen ons landje volbouwen zoals ieder van ons het beste uitkomt? Ieder zijn eigen paleisje?

Laat het maar aan de provincies en de gemeenten over, zegt de minister, dan komt het allemaal wel goed. Ik woon in Amsterdam en ik val wel eens bijna te pletter in de zoveelste eeuwige bouwput – dus ik weet dat dit voornemen van de minister zijn gevaarlijke kanten heeft. Maar laat ik eens een kleinschaliger voorbeeld geven dan de Noord/Zuidlijn.

In de Jordaan liep ik laatst door de Anjeliersstraat waar op de nummers 80-82 een nieuw appartementengebouw is verrezen. De zeven appartementen zijn nog steeds niet verkocht, wat me niet helemaal verbaasde omdat er met de voorgevel iets verschrikkelijk mis is gegaan. De architect had het een leuk (‘frivool’) idee gevonden om op een richel tussen de begane grond en de eerste verdieping drie manshoge, spierwitte beelden naast elkaar te plaatsen. Ze moeten muzikanten van vroeger voorstellen.

Waarom? Ik begreep er niets van, tot navraag mij leerde dat hier lang geleden een opslagplaats voor draaiorgels was geweest. Als het een paardenstal was geweest, zou die architect dus drie paarden tegen de gevel hebben gekwakt. Een openbare latrine zou hem misschien tot drie wc-potten geïnspireerd hebben.

De buurt mort. „Dit is meer een soort van woonwagengebeuren”, zegt een bewoner op een Jordanese website. Men begrijpt niet dat de gemeente er toestemming voor heeft kunnen geven. „Als je een andere deurknop wil, krijg je geen toestemming en dit mag dus wel.”

Je kunt zoiets vergelijken met de dwaze, overbodige beelden die je ook overal in de stad ziet verrijzen. Olifanten, varkens, André Hazes.

Ieder zijn eigen kitschbeeld in frivool Nederland.