'Woede is een uiterst legitiem gevoel'

De geëngageerde filmmaker Ken Loach richt zijn verontwaardiging op de oorlog in Irak. ,,Ik wilde geen catharsis toestaan bij de toeschouwer.”

Ken Loach, de gerespecteerde Britse regisseur van sociaal-geëngageerd drama, wilde hoe dan ook een film over de Irakoorlog maken, vertelt hij tijdens het filmfestival van Cannes. Die film werd Route Irish, over ex-soldaat Fergus, die goed geld heeft verdiend door zich als beveiliger te verhuren in Irak. Maar als zijn beste vriend wordt vermoord, stuit hij op een doofpotoperatie en beseft hij pas hoe smerig zijn werkkring eigenlijk is.

In de meeste landen heeft de publieke opinie zich al lang tegen de oorlog in Irak gekeerd. Heeft het dan nog wel zin om een anti-oorlogsfilm te maken?

„Veel mensen zijn nu tegen de oorlog, ja. Maar onze regeringen niet. De Amerikaanse regering is nog steeds actief in Irak. De privatisering van oorlogsvoering in Irak gaat ook nog steeds door. We geven nog steeds miljarden uit voor de illegale bezetting van het land. Daar zijn nog steeds heel veel verhalen over te vertellen. Denk eens aan hoeveel films er al over de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt. Dit is zo’n groot onderwerp. Daar zijn we nog lang niet klaar mee.”

Waarom koos u voor een thriller?

,,Daar waren we niet op uit, want ik heb een grote hekel aan thrillers. Een conventionele thriller zou ook heel anders gemonteerd zijn en veel zwaardere muziek gebruiken. We wilden alleen het hoofdpersonage, Fergus, een puzzel laten oplossen en dat vervolgens zo logisch en dwingend mogelijk over het voetlicht brengen.”

De film is in zekere zin ook een anti-thriller, want de scène waarin Fergus de man martelt die hij verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn vriend is allesbehalve bevredigend, zoals in de meeste amusementsfilms.

„Mensen zijn bereid om alles te zeggen als ze worden gemarteld, of het nu waar is of niet. Dat wilde ik laten zien. Het kan zijn dat Fergus de juiste man te pakken neemt, maar het zou ook kunnen dat hij een gruwelijke vergissing begaat. Op dat punt wilde ik inderdaad geen catharsis toestaan bij de toeschouwer. Als ik daarmee een filmconventie op zijn kop zet, is dat een onbedoeld neveneffect, waar ik best tevreden mee ben.”

Heeft u de film gemaakt uit woede?

„Woede is enige denkbare reactie op wat er in Irak is gebeurd. Ik beschouw woede als een volstrekt legitiem gevoel, ook in naam van al die mensen die hier woedend over zijn, maar die geen toegang hebben tot film of tot de media, die zelf geen stem hebben.”

Fergus is een held met een nogal duistere kant.

„We zijn allemaal in verschillende omstandigheden heel verschillende personen. Ik wil geen moreel oordeel vellen over een personage als Fergus, die al heel jong soldaat is geworden en dan kans ziet om eindelijk wat geld te verdienen in de private sector. Onze morele veroordeling moet uitgaan naar de mensen achter hem, die heel veel geld verdienen aan dit soort jongens. Of naar de samenleving die jongens zoals Fergus voortbrengt.”

Hoe voorkomt u dat zo’n personage niet meer is dan de vertolker van uw eigen politieke standpunten?

„Daar moet je voor waken, zeker. In het verleden ben ik ook weleens in die val gestapt. Maar juist in deze film heeft Fergus helemaal geen politieke standpunten. Hij heeft geen enkele politieke gedachte in zijn hoofd. Hij wordt alleen voortgedreven door zijn demonen en hij wil de dood van zijn vriend wreken. Gaandeweg bekruipt hem hoogstens een gevoel van walging over de wereld waarin hij verstrikt is geraakt.

„Maar iets heel anders is dat je wel degelijk fictie en drama kunt maken met filmpersonages die politiek bewust zijn. Dat deed Shakespeare al in stukken als Julius Caesar en Coriolanus. Ook personages uit de arbeidersklasse kunnen politieke standpunten innemen. Filmrecensenten, vooral in Engeland, hebben daar een enorme hekel aan en geloven zulke personages vaak niet. Een mijnwerker mag alleen een mijnwerker zijn en niets meer dan dat. Dat komt omdat die recensenten nog nooit een politieke discussie hebben meegemaakt op de werkvloer of tijdens een vakbondsvergadering. Ook arbeiders kunnen politiek bewust zijn en zeer welbespraakt.”