Wethouders: de regels waren rigide

De ‘rode contouren’ zijn er nog steeds, maar de ‘contingentering’ was al afgeschaft. Het werd in het Groene Hart de laatste jaren al makkelijker om te bouwen.

Bouwen in het Groene Hart wordt af en toe mogelijk, stelt minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD). Niet dat nu overal nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen mogen verrijzen, maar bij voorkeur aan de randen van deze groene long in de volle Randstad zou bebouwing toch mogelijk moeten zijn. Ook al omdat het Groene Hart niet overal even waardevol is: sommige landschappen, vooral in het oostelijke deel, zijn ecologisch bij wijze van spreken heilig, andere bestaan uit niet meer dan een onbeduidend stel weilanden. Aldus de visie.

De liberalisering voor het Groene Hart is niet nieuw, zegt wethouder Herman Haarman (D66) van de gemeente Rijnwoude, tussen Leiden en Zoetermeer. „Rijnwoude is al twintig jaar aan het krimpen als gevolg van het restrictieve beleid van de rijksoverheid. We konden niet in onze eigen woningbehoefte voorzien. Dat betekende dat jongeren het Groene Hart moesten verlaten en dat was weer slecht voor de sportclubs en de winkels hier. Een drama. Maar dat restrictieve beleid is verlaten, sinds ongeveer zeven jaar de vorige Nota Ruimte verscheen. Vroeger hadden we niet alleen te maken met de zogenoemde rode contour om onze vier dorpen waarbuiten we niet mochten bouwen. Ook hadden we te maken met de contingentering, dat wil zeggen maximum aantal te bouwen woningen. Die contingentering is weg. De rode contouren zijn gebleven, maar die liggen niet heel dicht om de dorpen. Wij willen de komende jaren een inhaalslag maken, door jaarlijks een vast aantal woningen per dorp te bouwen. Dan kan en mag nu al.”

De zorgen van wethouder Haarman betreffen inmiddels vooral de markt. „Kunnen en durven mensen de stap nog te maken om in deze tijd nog een huis te kopen? We moeten dus niet onze goddelijke gang gaan, want voordat je het weet is er een overaanbod van woningen, vergelijkbaar met het huidige overaanbod van kantoren. Bovendien moeten we oppassen dat niet iedere wethouder economische zaken in de omgeving zijn eigen bedrijventerrein wil aanleggen, dat daardoor concurrentie tussen gemeenten ontstaan en de prijs van de grond daalt. Er komt dan een trek naar de nieuwe terreinen op gang, wat leidt tot verloedering van bestaande terreinen. Als het Rijk nu zegt dat men het toezicht daarop wil overlaten aan de provincies of regionale samenwerkingsverbanden, dan moeten die daarvoor wel dezelfde instrumenten krijgen. Dat is nu niet zo.”

Alphen aan den Rijn ligt ook in het Groene Hart en zegt wel degelijk nog steeds onder de regels te lijden. Wethouder Tseard Hoekstra (VVD): „We willen het Groene Hart ook het Groene Hart laten. Maar af en toe zijn de regels te rigide.” Niet dat de gemeente groots wil uitbreiden. Maar de zogenoemde rode contouren liggen zó nauw om bepaalde delen van de stad en de gemeentelijke dorpen Zwammerdam en Aarlanderveen, dat zelfs een geringe verandering vrijwel onmogelijk is. Hoekstra: „Als wij een loonwerkersbedrijf uit een dorp willen verplaatsen naar de rand van dat dorp, zodat zijn grote trekkers niet dwars door dat dorp hoeven te rijden, dan kan dat niet. Het mag dus nog wel wat wat flexibeler.”

Aan de rand van het Groene Hart ligt Uithoorn. Wordt daar gebouwd? Wethouder Jeroen Verheijen (VVD): „Voor de gebieden van onze gemeente die in het Groene Hart liggen, hebben wij geen bouwplannen. We hebben weinig last van regels. Maar ik kan me goed voorstellen dat andere gemeenten er wel last van hebben.”