Wat zijn de gevolgen van het nieuwe pensioenakkoord voor jongeren?

Niet alleen werkt iedereen onder de 52 straks waarschijnlijk tot 67 jaar, het is vooral de uitbetaling van het pensioen en de AOW voor die groep die deskundigen zorgen baart.

De redenen zijn onder meer de vergrijzing en de stijgende levensverwachting. Over 20 à 30 jaar zijn er twee keer zoveel gepensioneerden dan nu. Dat betekent minder premiebetalers en meer kosten voor de werkende mensen. Nu werken er 10 miljoen mensen in Nederland en zijn 2,5 miljoen mensen gepensioneerd. In 2035 zijn er nog 9,3 miljoen werkenden en 4,5 miljoen gepensioneerden. Voor de AOW heeft dat de volgende gevolgen: nu betalen 10 miljoen werkenden de kosten à 25 miljard euro. Straks, in 2025, gaat er 45 miljard heen en zijn er nog 9,3 miljoen mensen om de rekening te betalen.

Het ‘streven’ van het principeakkoord dat de huidige werknemers straks net zoveel te besteden hebben als de gepensioneerden van nu, is helemaal niet zeker.

Werknemers lopen meer risico bij hun pensioenopbouw door soepeler regels voor pensioenfondsen. Zo hoeven de financiële buffers van de fondsen niet meer aan een bepaald minimum te voldoen. En de fondsen kunnen de pensioenopbouw rooskleurig voorstellen omdat ze voortaan met meer risico’s mogen beleggen. Een aantal fondsen wil graag snel indexeren (dat betekent: pensioenen mee laten stijgen met de lonen en prijzen) om de koopkracht van pensioengerechtigden te verhogen. De kritiek is dat deze fondsen bij tegenslagen op de beurs geen financiële reserves meer hebben om hun tekorten aan te vullen. De rekening zou dan vereffend worden met de pensioenen.

Hoe dat concreet werkt? Stel dat iemand een pensioen van 1.000 euro per maand heeft opgebouwd. Vervolgens komt het pensioenfonds in financiële problemen door tegenslagen op de beurs. Het fonds kan maar aan 80 procent van zijn pensioenverplichtingen voldoen. De ontbrekende 200 euro wordt grotendeels verrekend met de mensen die nog pensioen opbouwen.

Dat scenario is met de scheve verhouding in de risicoverdeling tussen jongeren en ouderen in het nieuwe akkoord best realistisch, zegt Theo Kocken, hoogleraar Risicomanagement aan de VU en directeur van adviesbureau Cardano. Want als een fonds nu 10 procent meer uitgeeft aan gepensioneerden, heeft dat drastische gevolgen voor werkenden. Per persoon gaat er in veel gevallen omgerekend zo’n 20 procent af van zijn pensioen in opbouw. Kocken: „In de jaren negentig hadden de staatspensioenfonden in de VS een soortgelijk systeem bedacht. Er waren hoge rendementen in de beginjaren maar over tien jaar is de pot leeg. ‘Dat nooit meer’ zeggen ze daar nu.”

Op Opinie (pagina’s 14 en 15) meer hierover in ‘Kabinet staat diefstal pensioen jongeren toe’