Wat staat er in het akkoord?

De kern van het principeakkoord is dat werknemers langer gaan werken en minder zekerheid hebben over de opbouw van hun pensioen dan nu.

De huidige pensioen- en AOW-leeftijd van 65 jaar wordt in 2020 wettelijk verhoogd naar 66 jaar en in 2025 waarschijnlijk naar 67 jaar. Vanaf 2020 wordt om de vijf jaar bekeken of de pensioenleeftijd verder moet worden verhoogd in verband met de stijgende levensverwachting.

Eerder stoppen met werken blijft mogelijk. Per jaar dat werknemers vóór de pensioenleeftijd stoppen, worden ze de rest van hun leven 6,5 procent gekort op hun AOW. Per jaar dat ze langer doorwerken ontvangen werknemers juist 6,5 procent extra.

Vanaf 2013 en tot 2028 wordt de AOW jaarlijks verhoogd met 0,6 procent, bovenop de cao-stijging.

De premie voor de pensioenen blijft in principe stabiel (eenderde voor de werknemer, tweederde voor de werkgever). Pensioenfondsen krijgen van De Nederlandsche Bank meer tijd (10 jaar) om tekorten aan te vullen. Financiële nood moet niet meer worden opgelost met snelle versobering van de pensioenen. Pensioenfondsen mogen zelf kiezen of ze met veel risico willen beleggen, maar moeten hier transparant in zijn.