'Talloze militairen willen deserteren'

Syrische vluchtelingen in Turkije vertellen dat de tweespalt binnen het leger groeit – en hoe de Syrische troepen hun huizen en gewassen verwoesten.

In Turkije zijn inmiddels ongeveer negenduizend vluchtelingen uit Syrië aangekomen, op de vlucht voor de oprukkende regeringstroepen. Het gaat nu niet alleen meer om vluchtelingen uit Jisr al Shughour die naar Güvecci vluchten, een afstand van ongeveer twintig kilometer. Ook verderop naar het noordoosten proberen Syriërs de grens met Turkije over te komen. Turkije heeft nu op verscheidene plaatsen langs de grens vluchtelingenkampen ingericht. Volgens het Turkse persbureau Anatolia waren er gisteren vier kampen open en worden er voorbereidingen getroffen voor nog meer. In het zuiden vluchten Syriërs naar Libanon.

De Turkse politie weert journalisten uit de kampen, maar verslaggevers van het persbureau AFP slaagden erin met een paar vluchtelingen te spreken. Die kunnen, vanuit hun persoonlijke perspectief, iets meer vertellen over wat er gebeurt in Syrië, waar geen onafhankelijke journalisten actief mogen zijn.

Zo liet kolonel Hussein Harmoush zijn militaire identiteitsbewijs zien en vertelde hij dat hij is gedeserteerd wegens „de aanvallen op onschuldige burgers, die niets anders in hun hand hadden dan een olijftak.”

„Het leger heeft de opdracht ontvangen om tegen iedere prijs te voorkomen dat er demonstraties worden gehouden en om de mensen tot zwijgen te brengen. Men heeft ons bevolen het vuur te openen op de mensen als de betogingen zouden doorgaan. Ik heb deze orders niet geaccepteerd. Maar ik heb gezien wat sommige andere soldaten hebben gedaan. Ik heb gezien hoe tanks steden beschoten, hoe de artillerie het vuur openden, hoe vanuit helikopters werd geschoten met automatische wapens.”

„Het Syrische leger doodt burgers en jaagt de mensen uit hun huizen”, zei hij. „De dorpen zijn leeg, de mensen weggejaagd naar de grens en andere landen.”

„Talloze officieren en soldaten willen deserteren”, zei kolonel Harmoush. „Maar ze doen dat niet uit angst dat dat hun eigen dood betekent, of die van familieleden. Een lid van de inlichtingendienst had de opdracht gekregen burgers te doden en hij heeft dat niet gedaan. Toen is zijn vrouw verkracht.”

Hij bevestigde berichten dat aan de kant van de Syrische regeringstroepen soldaten uit Iran meevechten en leden van de shi’itische Hezbollah-militie uit Libanon. „Ik herinner me dat in Damascus, in de wijk Sakba, mensen aan het betogen waren. Ik heb gezien hoe er sluipschutters zaten op hoger gelegen gebouwen, sluipschutters uit Iran en van de Hezbollah, die het vuur openden op de menigte.”

Kolonel Harmoush vertelde dat hij heeft geprobeerd de opmars van het leger naar Jisr al-Shughour te vertragen, om meer burgers de kans te geven te vluchten. Hij was gedeserteerd met een groep soldaten, met weinig meer dan wat lichte wapens en landmijnen. Harmoush vertelde dat hij mijnen had gelegd op plaatsen waar de tanks en artillerie van het leger langs moest, maar sprak berichten tegen dat hierdoor bruggen waren vernield.

Enkele andere getuigen in Turkse vluchtelingenkampen bevestigen dat er verzet is binnen het leger. Abdullah, 35 jaar, vertelde dat hij heeft gezien hoe tanks het vuur op elkaar openden. Ali, 27 jaar, zei: „Er is nu een scheiding binnen het leger, want een groep probeert de mensen te beschermen.” Hij vertelde hoe de troepen doorgaan met hun opmars in het noorden en zijn opgerukt naar Ziayni, een dorpje op zes kilometer van de Turkse grens. „Ze hebben de oogst in brand gestoken met brandbommen, ze hebben de geiten en koeien gedood. In het dorp zijn de levensmiddelenwinkels geplunderd. Er is niets meer. De deuren zijn ingetrapt. Ze hebben de gevangenis gebombardeerd en die helemaal vernietigd. Ze hebben geschoten op de moskees en op huizen. Het gemeentehuis en het postkantoor zijn ook vernield. Het zijn vooral de soennitische dorpen die ze aanvallen. Die zijn vernietigd. Mensen zijn met hun kinderen gevlucht, in de regen, en veel van hen zijn ziek geworden.”