Studies naar leed bij dieren 'slecht'

Twee onderzoeken van de Wageningen Universiteit naar het leed van ritueel geslachte dieren zijn van onvoldoende wetenschappelijke kwaliteit. Dat concludeert onderzoeksinstituut TNO, dat de onderzoeken tegen het licht heeft gehouden in opdracht van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). Het NIK is tegenstander van een verbod op onverdoofd ritueel slachten.

De onderzoeken uit Wageningen spelen een prominente rol in het Kamerdebat over een initiatiefwet van de Partij voor de Dieren (PvdD) dat zo’n verbod regelt. De onderzoekers concluderen dat dieren pijn en stress ervaren na een door het ritueel vereiste halssnede.

„Het is stuitend en ongelofelijk dat de rapporten de toets van het acceptabele niet kunnen doorstaan”, verklaart Ronnie Eisenmann, voorzitter van de belangenorganisatie Joodse Gemeente Amsterdam. „Het aanpassen van de wet ten nadele van de joodse bevolkingsgroep op basis van de voorliggende rapporten is hiermee volstrekt ondenkbaar en onmogelijk geworden”, meent Eisenmann.

Bert Lambooij, de wetenschapper die verantwoordelijk is voor een van de Wageningse onderzoeken, zegt dat TNO „spijkers op laag water heeft gezocht”. Lambooij: „Ze stellen eisen aan het onderzoek die niemand ooit redelijkerwijs zou stellen. Zoals vermelding van het merk mes gebruikt bij de slacht. Nu vraag ik je.”

Ook de voorstanders van een verbod zitten niet stil. Het wetenschappelijk bureau van de PvdD kwam vanmorgen met een „aanvullend videodocument” dat „schrijnende beelden” uit kosjere slachthuizen in Noord- en Zuid-Amerika laat zien. Tot nu toe speelden alleen beelden van de islamitische slacht een rol in het Kamerdebat. Het enige Nederlandse joodse slachthuis liet het instituut niet toe beelden te maken. Op de beelden zijn volgens het instituut dieren te zien die na de halssnede nog naschokken en spartelen.