School bezuinigt op leraren

Dat doen de scholen omdat zij van de overheid te weinig geld krijgen om de kosten te dekken.

Scholen bezuinigen fors op het aantal leerkrachten. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van CPS, een commerciële adviesorganisatie voor het onderwijs. Vier op de vijf scholen in het basisonderwijs besparen dit jaar gemiddeld 12 procent op het aantal leraren. Tweederde besteedt minder geld aan nascholing. In het voortgezet onderwijs is gemiddeld 16 procent op docenten bespaard en eenderde op nascholing. De enquête is gehouden onder 1.400 directeuren en schoolbestuurders.

De cijfers zijn onaangenaam voor het kabinet, dat de positie van de leerkracht met prestatiebeloning en bijscholing juist wil versterken. Het ministerie van Onderwijs laat weten dat de bezuinigingen grotendeels teruggaan naar het onderwijs. „Vanaf volgend jaar wordt jaarlijks 100 miljoen en vanaf 2013 jaarlijks 150 miljoen extra geïnvesteerd in leraren.” Ook wordt de bezuiniging op passend onderwijs vertraagd.

Scholen krijgen van de overheid jaarlijks een totaalbedrag (lumpsum) dat afhangt van factoren als schoolgrootte en sociale achtergrond van de leerlingen. Daaruit mogen ze naar eigen inzicht personeels- en andere kosten betalen. „Die lumpsum is al jaren onvoldoende om de kosten te dekken”, zegt Jan Guldemond, bestuurslid van de Stichting School in Lelystad, die 21 basisscholen met 4.500 kinderen beheert. „Zo zijn bijvoorbeeld de energielasten hoger dan binnen de lumpsum is vastgesteld. Na jarenlang de kaasschaaf, ontkomen we er nu niet meer aan om op personeelskosten te bezuinigen.” (NRC)