Rituele slacht verdeelt partijen intern

Komt er een verbod op onverdoofd slachten? Dat is steeds onzekerder. Seculiere partijen in de Kamer maken zich zorgen over de godsdienstvrijheid.

In de bijna vijf jaar dat de Partij voor de Dieren twee zetels in de Tweede Kamer bezet, is het de partij nauwelijks gelukt Kamermeerderheden te creëren voor vergaande voorstellen tegen de bio-industrie. Daarom was het voor de partij ook zo’n succes, twee maanden geleden, toen zich wel een comfortabele Kamermeerderheid aftekende voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Want alle kleine beetjes helpen, redeneert de PvdD. Toch is het vandaag, een dag voor een hoorzitting over de kwestie in de Kamer, onduidelijk of het voorstel nog op een meerderheid kan reken.

Al in 2008 kwam partijleider Marianne Thieme met haar initiatiefwetsvoorstel. Dat schrapte de uitzondering voor religieuze groeperingen op een algeheel geldend verbod op onverdoofd slachten. Twee maanden geleden waren alleen nog de christelijke partijen tegen haar voorstel: CDA, ChristenUnie en SGP. Dat betekent: niet meer dan 28 van de 150 Kamerzetels.

Morgen, wanneer de Tweede Kamer op voorstel van die christelijke partijen een hoorzitting houdt, zullen vooral D66, PvdA en VVD goed luisteren naar de antwoorden die deskundigen en betrokkenen de Kamer geven. Deze drie seculiere partijen, tot voor kort voorstanders, twijfelen nu openlijk. Ze zijn essentieel voor een meerderheid. Na een heftig maatschappelijk debat vragen ze zich af of de verbetering voor het welzijn van dieren door een verdoving opweegt tegen de inbreuk die het verbod vormt op de godsdienstvrijheid.

Eerder volgden deze partijen de publieke opinie, die zich volgens een peiling in grote meerderheid uitsprak voor een verbod. Maar de politici hadden niet gerekend op stevig verzet onder actieve en soms prominente leden binnen de eigen partij. Zo keerde bij de PvdA de Amsterdamse afdeling zich tegen een verbod. Enkele islamitische Statenleden dreigden zelfs op een andere partij te stemmen bij de Eerste Kamerverkiezingen als zij niet eerst de gelegenheid kregen de Kamerfractie op andere gedachten te brengen. Partijvoorzitter Lilianne Ploumen heeft inmiddels publiekelijk haar excuses gemaakt: de beslissing het verbod te steunen was te snel gemaakt.

Bij D66 riep het partijcongres de fractie terug, waardoor Stientje van Veldhoven een uitspraak van de eigen leden trotseert als ze vasthoudt aan haar standpunt. Die D66-leden hebben een gezaghebbende bondgenoot in de Raad van State, die al in 2008 oordeelde dat het voorstel van Thieme een ontoelaatbare inbreuk is op de vrijheid van godsdienst. Het adviesorgaan laakte vooral Thiemes bewering dat het verdoven van dieren niet „de kern” van het joodse en islamitische geloof raakt. Het is niet aan haar of de overheid om dat te bepalen, aldus de Raad van State.

Bij de VVD komt het verzet vooral uit de Eerste Kamerfractie, met daarin de uitgesproken tegenstander Eduard Asscher. Hij kreeg steun van oud-partijleider Frits Bolkestein. „Alle antisemitische oprispingen in het verleden”, beweerde Bolkestein in het tv-programma Nieuwsuur, „zijn begonnen met kritiek op de joodse wijze van slachten”.

De uitspraak is typerend voor de wijze waarop beide kampen elkaar bestrijden. Vertegenwoordigers van joodse organisaties hebben Thieme in allerhande opinieartikelen beschuldigd van regelrecht antisemitisme. Tegelijk spreekt geharnast voorstander van een verbod Dion Graus (PVV) in de Kamer over „ritueel martelen” en „middeleeuwse methoden” die de overheid dient uit te bannen. „We leven niet meer in het Stenen Tijdperk.”

De heftigheid van het debat heeft de Kamerfracties van PvdA, D66 en VVD overvallen. Politiek is dat wel verklaarbaar. Ze hadden de kwestie aan backbenchers overgelaten, die bovendien in grote vrijheid konden denken en discussiëren. Het verbod is immers niet vastgelegd in het regeer- of gedoogakkoord. Bovendien heeft het kabinet zich niet gecommitteerd aan een voor- of tegenstem; het voorstel komt uit de Kamer zelf.

Ook spelen geen grote economische belangen die de zaak al in een eerder stadium op scherp zouden hebben gezet. Of het moeten de bijna een miljoen halal geslachte dieren zijn. Maar de belangen van Nederlandse moslims en hun organisaties worden in de Tweede Kamer weinig effectief behartigd.

In theorie is een compromis mogelijk. Dat blijkt in landen als Oostenrijk, Slowakije en Estland, waar de wet voorschrijft dat dieren direct na de rituele slacht alsnog worden verdoofd, om uit te sluiten dat zij onnodig lang lijden. Gezien de aard van het debat hier, zal zo’n compromis er niet komen. Zoals Thieme gisteren zelf letterlijk zei: „Een compromis is onmogelijk.” Ook het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap voelt daar niet voor. En in een open brief aan premier Rutte heeft Chanan Hertzberger, voorzitter van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge, geschreven dat als het voorstel van Thieme wet wordt, de joodse gemeenschap in Amsterdam zich er niet aan zal houden.

Mogelijk hoeft het niet zo ver te komen. De SGP speelt met de gedachte een amendement in te dienen dat de dierenwelzijnseisen zo stelt dat alleen de kosjere slacht mogelijk blijft. Worden wet en amendement aangenomen, dan mogen alleen moslims niet meer ritueel slachten.