Oude verdeeldheid herleeft in Europa

Europa dreigt te worden gespleten tussen de oude kern en de nieuwkomers, waarschuwt Mathieu Segers.

Het draait in de eurocrisis niet zozeer om een discrepantie tussen de belangen van ‘noordelijke’ en ‘zuidelijke’ lidstaten. De overlap in belangen is veel groter. Zelfs Nederland, de meest hardvochtige schuldeiser van Griekenland, is vanuit welbegrepen eigenbelang niet van plan om de euro op het spel te zetten.

De Griekse – en Ierse en Portugese – schulden vormen een relatief klein probleem in het geheel van de eurozone. Mogelijke oplossingen zijn dus tamelijk eenvoudig voorhanden. Dan is het wel noodzakelijk om de vicieuze cirkel van schuldfinanciering met steeds versere leningen – en steeds strengere voorwaarden – te doorbreken. Die ondergraaft de geloofwaardigheid al voordat de debiteur de lening heeft ingeboekt.

Tot nu toe zijn de rijke regeringen wel bereid om genoeg miljarden te betalen voor de redding van ‘nationale’ banken maar niet voor de schulden van de noodlijdende Europese landen. Terwijl de redding van Griekenland juist van eminent belang is voor het uiteindelijk overleven van die nationale banken.

We zijn getuige van een heropleving van een oud conflict tussen twee visies op het integratieproces. Eind jaren vijftig dreigde West-Europa te worden gespleten tussen de Inner Six (de oude Europese Economische Gemeenschap) en de Outer Seven (de latere Europese Vrijhandelsassociatie, EFTA). De dominante visies in beide kampen verschilden vooral in het instrumentarium om verheffing en groei van de West-Europese samenleving en economie te bereiken.

De outsiders bepleitten een zo groot mogelijke vrijhandelszone. In dat model fungeert de markt uiteindelijk als de stuwende en bindende kracht die convergentie van nationaal beleid en internationale beleidscoördinatie afdwingt. Afstemming tussen regeringen vormt slechts een mogelijke aanvulling.

Binnen de groep van insiders had het model van institutioneel georganiseerde solidariteit de overhand. Die solidariteit moest zo nodig op voorhand kunnen worden vastgelegd in bovenstatelijke instituties, ‘Europese gemeenschappen’, waarvan de Economische en Monetaire Unie de jongste is. Het is geen toeval dat de outsiders die inmiddels lid zijn geworden van de Europese Unie, outsiders zijn gebleven wat betreft het europroject – op Oostenrijk en Portugal na.

De outsiders willen niet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan bovenstatelijke samenwerking. Zij zien hun scepsis bevestigd in de eurocrisis. De EU vormt een onaffe solidariteitsgemeenschap. Dat maakt kwetsbaar. Marktkrachten speculeren op de ineenstorting van de houtje-touwtjesolidariteit in euroland. Europese solidariteit is geen zekere belegging. Dat ondervindt de Europese Centrale Bank (ECB) – die een voorschot nam op de Europese solidariteit door Grieks schuldpapier op te kopen – aan den lijve nu marktgeoriënteerde voorstellen voor het afboeken van schulden opgeld doen. Het kapitaal en de reputatie van de ECB dreigen daarmee te grabbel te worden gegooid. De wetten van de markt gaan dan voor de Europese solidariteit.

Ziedaar het echte probleem van de eurocrisis – een dreigende EU-splijting langs de lijnen van de vroegere ‘Zes’ en ‘Zeven’. Daarbij mag niet worden vergeten dat de EFTA de culminatie vormde van de Britse poging om ‘de Zes’ uiteen te spelen en te vervangen door een Angelsaksisch en intergouvernementeel alternatief. De smadelijke mislukking ervan vormt een onuitputtelijke bron voor opgewonden euroscepsis bij de sympathisanten. In dat soort opwinding schuilt het ware gevaar van de eurocrisis. De krachten die de EU splijten, vreten de communautaire kern van de euro aan.

Duitsland en Nederland zijn de swing states in de strijd om de toekomst van de euro en de EU. Daar ligt de sleutel tot de oplossing van de eurocrisis. De vraag is of genoeg politieke wil kan worden opgebracht voor de enige mogelijkheid om de euro te redden.

Dit behelst een dubbel waagstuk. Ten eerste – verdiep de integratie in euroland. Dat wil zeggen: vorm een bovenstatelijke organisatie van welvaartstransfers binnen de eurozone, om de solidariteit geloofwaardig genoeg te maken om de markten terug in de mand te sturen (en de realiteitszin te doen terugkeren).

Ten tweede – voorkom dat een dergelijke integratieverdieping in euroland de scheiding der geesten binnen de EU vergroot langs de lijnen van de voormalige insiders en outsiders. Parallel aan euroverdieping moet het ouderwetse ‘Westen’ worden versterkt, door verregaande samenwerking met de – noodlijdende – Verenigde Staten. Zo zouden de gezamenlijke westerse belangen krachtiger kunnen worden verdedigd gedurende de aanstaande verbouwing van het naoorlogse multilaterale bestel – waarnaar het Franse voorzitterschap van de G-20 naarstig zoekt.

Mathieu Segers is verbonden aan het departement geschiedenis van de Universiteit Utrecht.