Nog even en Turkije heeft EU niets meer te zeggen

Na de verkiezingen in Turkije hopen politici in Brussel op een ‘nieuwe impuls’ aan de EU-toetredingsgesprekken. In werkelijkheid zitten die onderhandelingen muurvast.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu zei dit voorjaar in Brussel dat het bijna feest was. Hij had net de negenveertigste officiële bijeenkomst gehad met de Europese Unie over de toetreding van zijn land. „Volgend jaar hebben we iets te vieren.” Want vijftig van zulke bijeenkomsten – dat was nog eens wat. Maar hij verlangde naar de dag dat ze niet meer nodig waren, als Turkije bij de EU hoort. „Dat moet er toch eens van komen.”

Maar het komt er nog lang niet van. Europarlementariërs vergaderen nog wel over het aanstaand EU-lidmaatschap van Turkije, maar voor Europese ministers, diplomaten en ambtenaren is het een onderwerp waar ze het al heel lang liever niet over hebben. Te pijnlijk, te uitzichtloos. „De relatie met Turkije is aan het doodbloeden”, zegt een diplomaat. „Op het directoraat-generaal Turkije, bij de Europese Commissie, hebben ze niets meer te doen.”

Van de 35 ‘hoofdstukken’, onderwerpen die besproken worden in de onderhandelingen met een kandidaat-lid van de EU, wordt een flink aantal geblokkeerd door Frankrijk, dat Turkije liever niet bij de EU heeft, of door Cyprus, dat een conflict heeft met Turkije over Noord-Cyprus. Turkije zelf heeft weinig zin om te beginnen aan onderwerpen die andere landen pas in de laatste fase van hun toetreding bespreken, zoals openbare aanbestedingen. Nog even en er zijn geen thema’s meer voor de onderhandelingen.

De Turkse verkiezingen van afgelopen weekend, met de partij van premier Erdogan als winnaar, zullen daar weinig aan veranderen. De voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, Herman Van Rompuy, en de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, zeiden in een verklaring wel meteen dat de uitslag een „nieuwe impuls” zou geven aan de onderhandelingen. Maar er is geen reden om te denken dat Cyprus of Frankrijk Turkije opeens anders zien. Ook Duitsland wil Turkije er niet zomaar bij.

Hoe moet het dan verder? De Europese Unie, inclusief Frankrijk en Duitsland, wil niet dat Turkije vervreemd raakt van Europa. „Het is in het belang van iedereen”, zegt een diplomaat, „dat we aan onze grenzen een vredelievend, stabiel land hebben en toetredingsonderhandelingen zijn dan een breekijzer.” Als die vastlopen, moet er een andere bijzondere relatie worden bedacht met Turkije. Een zogenoemd ‘geprivilegieerd partnerschap’, dat Frankrijk en Duitsland hebben voorgesteld, wordt door de Turken gezien als een fopspeen: ze willen het echte lidmaatschap en anders niks.

De eurocommissaris voor Uitbreiding Stefan Füle en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid Catherine Ashton proberen Turkije nu een belangrijke, strategische rol te geven in de Europese plannen met de buurlanden van de EU, zoals Noord-Afrikaanse landen. „Door Turkije daar sterk bij te betrekken, wil de EU de band met het land goed houden”, zegt oud-Europarlementariër Joost Lagendijk, nu politiek analist bij het Turkse ‘Istanbul Policy Center’. Lagendijk denkt dat de EU en Turkije twee jaar moeten overbruggen: dan zijn de presidentsverkiezingen in Frankrijk en de Bondsdagverkiezingen in Duitsland voorbij. „Sarkozy zal nu geen water in de wijn doen. In Duitsland is de verwachting dat er een regeringswissel komt. Tot die tijd kan er niet echt worden onderhandeld met Turkije.”

Lagendijk verwacht dat Turkije in de omgang met Noord-Afrika nu wel wil samenwerken met de EU. „Een half jaar geleden zou Turkije nog hebben gezegd: dat doen we zelf. Maar de opstanden in Libië en Syrië zijn een les geweest. In Libië heeft Turkije zich uiteindelijk toch bij de NAVO aangesloten en tegenover Syrië is de toon verhard. Turkije krijgt in zijn eentje weinig voor elkaar.”

Maar de Turken, die in Brussel bekend staan als extreem harde onderhandelaars, doen ook weer niet zomaar mee. Op de negenenveertigste officiële bijeenkomst met de EU, dit voorjaar in Brussel, zei Turkije volgens een betrokkene dat de EU een vernieuwde strategische relatie met Turkije voorlopig wel kan vergeten. De Turken willen eerst zeker weten dat ze op een dag zonder visa door Europa kunnen reizen. „Ze zeggen: ‘Servië is nog niet eens kandidaat-lid zoals wij en heeft dat recht wel. Hoe komen jullie er dan bij dat wij zo’n belangrijke strategische partner moeten worden?’ We praatten volledig langs elkaar heen en kwamen geen stap verder.”