Museum Boerhaave weg: ik durf het nooit te vertellen

Ze konden hun ogen niet geloven, mijn vele buitenlandse collegae die ik tijdens een bezoek aan Leiden enkele uren meenam naar het Museum Boerhaave. Ze zagen de eerste microscoop, de eerste nierdialysemachine en het enorm grote eerste elektrocardiografieapparaat. Deze zijn allemaal uitgevonden door Nederlanders. Daarna zagen ze een van de eerste hartlongmachines en een van de oudste ‘ijzeren longen’, waarbij Nederlandse onderzoekers ook tot de pioniers behoorden, met daarbij telkens een replica en een video die aanschouwelijk uitlegden hoe het werkte. Als mijn collegae hun kinderen hadden meegebracht, konden die aan wat knoppen draaien om het te begrijpen. Achteloze tussendoortjes waren het eerste slingeruurwerk, originele houten blokjes om Napieriaanse logaritmen uit te werken, scheikundige modellen en mechanische voorstellingen van het heelal uit vroeger eeuwen.

Zelf bezocht ik wetenschappelijke musea in Oxford, Cambridge en Bethesda. Geen enkel museum kon tippen aan de rijkdom van de voorwerpen van het Boerhaave. Vierhonderd jaar medische en natuurwetenschappelijke geschiedenis, nergens ter wereld uitgestald met zo veel originele voorwerpen die de geneeskunde en de natuurkunde tot op de dag van vandaag veranderden, moet weg omwille van een kabinet dat weigert om een bedrag te overbruggen dat kleiner is dan de bonus van één bankier. Ik zal het mijn collegae nooit durven te vertellen.

Jan P. Vandenbroucke

Akademiehoogleraar en hoogleraar klinische epidemiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum