Kortkolom wetenschap

Breintraining maakt bepaalde kinderen slim

Rotterdam. Het oefenen van het werkgeheugen kan schoolkinderen helpen om ook op andere vlakken slimmer te worden. Maar het werkt alleen bij kinderen die beduidend langere reeksen van opeenvolgende figuurtjes leren onthouden in de loop van een oefenmaand. Die scoren daarna iets beter op tests voor abstract denken, zelfs nog drie maanden later, schreven Amerikaanse psychologen gisteren in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Kinderen die nauwelijks vooruit gingen op de werkgeheugentaak, en kinderen die ter controle een maand lang een woordenschatquiz oefenden die niets met het werkgeheugen te maken had, werden niet beter in abstract redeneren. Er is wel een lichtpuntje: die controlegroep was na drie maanden toch weer even goed in abstract denken als de goed geoefende groep. Erg lang geeft een succesvolle werkgeheugentraining dus geen voorsprong. (NRC)

Genen tarweschimmel in kaart gebracht

Rotterdam. De genetische informatie van de ziekteverwekkende plantenschimmel Mycosphaerella graminicola is bekend. Wetenschappers onder leiding van plantenziektekundige Gert Kema van de Wageningen Universiteit publiceerden deze week de DNA-volgorde van de schadelijke schimmel in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Genetics. Het oogstverlies door bladvlekziekte die de schimmel in Europa veroorzaakt wordt geschat op jaarlijks 600 miljoen euro. Aan de hand van het genoom begrijpen de onderzoekers voor het eerst goed wat Mycosphaerella tot zo’n vernietigende schimmel maakt. In vergelijking met andere plantenschimmels produceert Mycosphaerella heel weinig celwandafbrekende enzymen, waardoor de plant de infectie niet tijdig detecteert. Het arsenaal aan eiwit- en zetmeelverterende enzymen is juist vergroot. De schimmel heeft dankzij zijn seksuele voortplanting een enorme genetische variatie, waardoor hij zich telkens aanpast aan nieuwe situaties. Zo krijgen bestrijdingsmiddelen er geen vat op. (NRC)

Zwangeren kunnen best op linkerzij slapen

Rotterdam. Vrouwen die laat in de zwangerschap een doodgeboren kind kregen sliepen vaker op hun rug of op hun rechterzij. En ze stonden ’s nachts ook niet zo vaak op, om bijvoorbeeld naar de wc te gaan. Hoogzwangeren die de (kleine) kans op een doodgeboren kind willen verlagen kunnen daarom het best op hun linkerzij slapen, en ’s nachts nu en dan eens gaan plassen. Dat schrijven Nieuw-Zeelandse onderzoekers vandaag in een artikel in het British Medical Journal. Het was een onderzoek naar beïnvloedbare kansen op een late miskraam, na de 28-ste week van de zwangerschap. Zo’n tragedie overkomt drie op de duizend zwangeren in de Westerse wereld en vaak wordt er geen verklaring voor gevonden. De laatste jaren is eigenlijk alleen bekend geworden dat obese zwangeren een grotere kans op een doodgeboren kind hebben. Over de nu gevonden risico’s schrijven de onderzoekers dat er vervolgonderzoek nodig is om te kijken of ze wel echt zijn. Er is altijd nog een kleine kans dat dit resultaat toeval is, ondanks dat de statistiek zegt dat er een ‘significant’ risicoverschil is. (NRC)

Veel tv-kijken leidt tot iets vroegere dood

Rotterdam. Mensen die meer dan drie uur per dag televisiekijken hebben een iets grotere kans om binnen een jaar dood te gaan. Ze krijgen ook eerder suikerziekte dan mensen die niet zo vaak voor de buis zitten. De sterftekans loopt op met 20 procent met iedere twee uur meer tv-kijken. Dat schrijven onderzoekers van een Deense universiteit vandaag in een meta-analyse van het Journal of the American Medical Association. (NRC)