Klimmen naar kruishoogte (9)

Anita Janssen en Tosca Niterink lopen de langste pelgrimsroute in Spanje, de Via de la Plata, en doen wekelijks verslag.

Zal je altijd zien, heb je je jas naar huis gestuurd, want ballast, zakt de temperatuur naar 1 graad (boven nul, dat wel).

Vandaar dat men Annie kon zien rondschuiven in de vroegte met slaapzak om, als een Peruaanse met poncho en hoed, zonder panfluit. In de wilde natte koude, de vreselijke ochtendvroegte, de belachelijke wandelaarsuren waarin elk normaal mens zich nog eens omdraait, maar waarin freaks zo nodig de dauw willen zien verdampen in het ochtendgloren. (Die heb je ook!)

Want lieve mensen, de ochtenden in Galicië, zijn zo prachtig.

De groene landschappen zijn stuk voor stuk een legpuzzel van vele duizenden stukjes. Je weet wel zo een waar een bejaarde een biljart- of pingpongtafel voor nodig heeft om alle schakeringen groen en blauw tot uitdrukking te brengen.

Over bejaarden gesproken, de vergrijzing heeft in dit deel van Europa ernstig huisgehouden, het lijkt wel of er in de vervallen dorpen alleen oude mensen en dito honden leven.

Heel mooi en stil, laten we het alsjeblieft zo houden, laat dit bericht alsjeblieft niemand op het idee brengen om hier de boel op te kopen, onder het oog van een of andere camera-, verbouw-, of makelaarsploeg en de boel te verbed en- breakfasten.

We proberen het te vermijden, maar soms ben je erop aangewezen, is er niks anders na dertig kilometer door berg en dal te zijn gelopen: geen hotel, hostal, zelfs geen verbouwde casa rural (authentieke logeerboerderij van natuursteen met krulbed en dure zeepjes). Dan moet je naar de auberge.

Klinkt superromantisch maar het komt erop neer dat je in stapelbedden naar elkaars gesnurk moet luisteren en elkaars onfrisse knoflookadem vermengd met wandelzweet moet innemen.

In Rionegro was het weer zover, na een paar uur in het benedenbed met een rollende en knorrende potente pelgrim boven mij, vond ik mijzelf om vier uur in de ochtend terug, opgerold in mijn slaapzak op de kokosmat, voor de paraplubak in de hal. Een goede plek om vanaf half vijf alle early birds in vijf talen buen camino te wensen.

Ik ben super uitgestapelbed, dat wou ik even zeggen.

Annie en ik hebben om de beurt ‘onze dag’: dan mogen we zeggen hoe laat we opstaan en hoever we lopen. Vanmorgen echter, riep ik bij het opstaan, (we zijn net over een niet misselijk gebergte Galicië binnengeklommen): „Neen! Ik zet vandaag geen stap, want spierpijn en zeer zeer moede!” Waarop Annie riep: „Het is mijn dag!” Waarop ik weer riep: „Geeft niks, ik maak gebruik van mijn veto. (Ik zet de joker in, zo u wilt.) Ik zet vandaag geen stap, draai mij een twee drie en andermaal om, Annie, morgen weer jouw dag!”

Fijn zo een afspraak, op reis, bij ‘jouw dag’ hoort ook altijd, dat je om una cama moet vragen (een bed) dus dat je in de lobby van een hotel voor je geaardheid uit moet komen, op een moment dat je daar, geloof mij, zeker geen zin in hebt. Heldenmoed vereist, dus ook op jouw dag!

O ja, terwijl u dit leest, zitten we al voorbij Laza, via Rionegro, Puebla de Sanabria, Padornelo en A Gudiña. Nog een krappe 200 kilometer tot Santiago de Compostella

Dag! allemaal!

Tosca & Anita

PS: Dank voor de lieve twitterberichten trouwens, die houden ons op de been, de mooiste tot nu toe vond ik deze: „De Mercedes staat klaar, een belletje en we komen jullie halen”.

Dagelijks: wildwifeadventures.nl