'In 2013 doe ik hier gewoon het licht uit'

Film

Ook in de filmsector dreigen harde klappen te vallen na de aangekondigde bezuiniging. „Mijn eerste reactie was: maak er een gokpaleis van.”

Er komen een derde minder Nederlandse speelfilms per jaar. Twee postdoctorale instellingen, Binger Filmlab en het Nederlandse Instituut voor Animatiefilm, kunnen het licht uitdoen. En een prestigieus nieuw filmmuseum tegenover Centraal Station heeft kopzorgen.

Ook in de filmsector komen de maatregelen die staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) vrijdag aankondigde keihard aan. Verliezers zijn er in overvloed en de winnaars staan niet te juichen. Het Filmfonds, de belangrijkste filmfinancier in Nederland, verliest 7,7 miljoen euro van zijn budget en komt zo uit op een kleine 29 miljoen: een korting van 22 procent. Twee kleinere filmfestivals verliezen hun rijkssubsidie: Cinekid en het Holland Animation Film Festival. Het Eye Film Instituut krijgt geen geld om films uit te brengen, maar moet zich concentreren op ‘collectietaken’.

Doreen Boonekamp, directeur van het Filmfonds, verwacht de komende jaren ruim een derde minder speelfilms: van dertig films per jaar naar circa achttien. „Ook bij grote publieksfilms deinzen private investeerders vaak terug wegens de risico’s. Nemen de subsidies af, dan zal ook de bereidheid van private investeerders slinken om geld in films te steken.” Zo wordt het niet eenvoudig Zijlstra’s ambitie waar te maken om het marktaandeel van Nederlandse film (nu 16 procent) te bestendigen en de internationale positie van de Nederlandse film te versterken.

Filminstituut Eye, voorheen het Filmmuseum, wordt op het eerste gezicht ontzien: de rijkssubsidie gaat van nu 7,2 miljoen per jaar naar 6,7 na 2013. Maar waar blijft de jaarlijks twee miljoen die Plasterk, de vorige minister van Cultuur, beloofde omdat Eye een sectorinstituut werd en veel duurdere huisvesting heeft na zijn verhuizing over het IJ? Begin volgend jaar verhuist Eye namelijk van een negentiende-eeuws gebouw met twee zaaltjes in het Vondelpark naar een nieuw complex met vier zalen en een grote expositieruimte tegenover het Centraal Station. Dat futuristische, wit betegelde gebouw moet hét centrum voor beeldcultuur in Nederland worden en jaarlijks 225.000 bezoekers trekken.

Geen sinecure, alleen al omdat de de locatie alleen met pont of auto is te bereiken, en Amsterdam geen gebrek aan filmhuizen heeft. Anders dan het Rotterdamse filmhuis Lantaren/Venster, dat vorig jaar ook uit het centrum verdween en de rivier overstak naar de Wilhelminapier, is er verder weinig te beleven op de nieuwe locatie. Twee restaurants, dat is het zo’n beetje. Om het nieuwe Eye op de kaart te zetten, moet er wat gebeuren: aansprekende exposities, spannende programmering. Kan dat met een kwart minder subsidie, wat het geval is als Eye de door Plasterk aangezegde twee miljoen euro inderdaad niet krijgt?

„Mijn eerste reactie was: bel dan Holland Casino en maak er een gokpaleis van. Maar inmiddels hebben we scenario’s hoe we dat zouden opvangen”, zegt directeur Sandra den Hamer van Eye. Op verzoek van het ministerie van OCW zijn zeven scenario’s opgesteld die uitgaan van de vraag: wat te doen met 1,8 of 1,3 miljoen minder? „Het zal dan moeten komen uit het beheer van historisch erfgoed en het afstoten van taken. Dan kunnen we geen film meer digitaliseren, grote restauratieprojecten doen. We hebben onze ambitie op wetenschappelijk terrein al moeten bijstellen: voorlopig geen bijzonder hoogleraar filmcultuur aan de UvA.”

De zorgen van het Eye vallen weer in het niet bij die van twee postdoctorale instellingen waarvoor Zijlstra geen toekomst ziet: het Binger Filmlab en het Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf). Directeur Gamila Ylstra van het Binger Lab, dat filmprofessionals opleidt, doet haar best niet defaitistisch te klinken. Hoewel Binger er bepaald somber voorstaat: vrijwel haar gehele begroting komt van OCW, 1,8 miljoen euro. Ylstra kan zich moeilijk voorstellen dat haar instituut in januari 2013 zomaar in een zwart gat verdwijnt. Ze hoopt op interventie van de Tweede Kamer, nieuwe fondsen bij Economische Zaken of de EU. En extra tijd. „Je kan ons de tijd geven voor een doorstart of iedereen gewoon op straat zetten en afrekenen”, zegt ze.

Collega-directeur Ton Crone van het NIAf voorziet dat laatste. „In 2013 doe ik hier gewoon het licht uit, vrees ik.” Het NIAf is voor tweederde (450.000 euro) afhankelijk van het rijk, de rest van het budget komt van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg. Crone kan niet aankloppen bij Economische Zaken. „Wij doen hier aan vernieuwende animatie, daar krijg je alleen subsidie als je innoveert in software bijvoorbeeld.” Mecenassen ziet hij niet zo snel. „Die financieren projecten, geen lopende begroting.”

Waar anderen Zijlstra gebrek aan visie verwijten, doet Crone dat niet. „Zijn visie is helder: de markt lost het maar op. In de kunst keren we terug naar het tijdperk vóór de Verlichting, met voor kunstenaars alleen opdrachtwerk.”