Ik was altijd al computergek

‘Oh, Marissa, moet je dat niet op je iPad zetten?”, „Heb je je iPad niet bij je?” en „Welke telefoon heb je nú weer?” zijn ‘grappen’ met ondertoon die klasgenoten (en sommige docenten) maken over mijn iPad en iPhone. Ik vind het minder grappig, maar ik ga uitleggen hoe het allemaal begon en het eigenlijk zit.

Als meisje van een jaar of vijf speelde ik voor het eerst met de computer. Zo’n computer waar je een diskette in moest steken om een programma te starten. Mijn allereerste computerervaring was een spelletje waarmee je kleurplaten kon inkleuren. Ik vond het fan-tas-tisch. Op de basisschool mocht ik uitleggen hoe de computer werkte aan klasgenootjes, juffen en meesters. Iedereen vond dat heel gek, ik niet.

Mijn ouders proberen mij hierin te stimuleren, net zoals een ouder dat aan de zijlijn bij voetbal doet. In september 2010 heb ik mijn iPad gekregen en in maart dit jaar kreeg ik mijn iPhone. Ik ben mijn ouders enorm dankbaar dat ze mij dit geven en gunnen. Of ik verwend ben? Zo zou je het kunnen noemen. Mijn ouders zien dit echter als een ‘eerste levensbehoefte’. Ik heb leren lopen, leren fietsen en leren zwemmen en op dit moment ben ik aan het leren hoe ik hier mee om kan en moet gaan.

Zij begrijpen niet altijd alles, maar dat hoeft ook niet. Laatst vroeg mijn vader: „Zeg, Maris, wat is dat Linkelinkol?” Hij bedoelde LinkedIn. Op dat soort momenten lach ik en vertel ik mijn vader wat het is. Ik vind het mooi dat ze mij de vrijheid geven om dit te doen, maar ik moet wel mijn verantwoordelijkheid nemen door schoolwerk af te maken. Anders is het ‘twexit’.

Marissa van Loon