'Ik ben zo kort na de ramp niet blij met WK in Tokio'

Turner Jeffrey Wammes (24) heeft zijn zinnen op de Olympische Spelen gezet. Nadat hij vier jaar geleden plaatsing voor ‘Peking’ net had gemist, wil hij er volgend jaar zomer in Londen hoe dan ook bij zijn. Voor dat heilige doel moet alles wijken, waarschijnlijk ook de Nederlandse kampioenschappen van komend weekeinde in Heerenveen. Die passen niet in zijn olympische schema.

1Zijn de NK tegen het licht van de Olympische Spelen niet belangrijk genoeg?

„Het is nog niet zeker of ik afzeg, dat beslis ik pas eind deze week na overleg met mijn trainer Bram van Bokhoven. Maar eigenlijk passen de NK niet in mijn trainingsopbouw voor de wereldkampioenschappen in oktober in Tokio. Daar kan ik me kwalificeren voor de Olympische Spelen. En daar wil ik helemaal naar toewerken. Als je me op dit moment vraagt naar de kansen op deelname aan de NK zeg ik: minder dan vijftig procent.”

2Zijn de Olympische Spelen dan zo groot dat alle andere toernooien daarbij in de schaduw staan?

„Ja. Ik wil er volgend jaar in Londen hoe dan ook bij zijn. En ik wil er een medaille halen. Dat vind ik nog belangrijker dan een medaille op de WK. Om me te plaatsen voor de Spelen moet ik bij de WK in Tokio bij de eerste drie eindigen op een toestel. Dat is pittig. Ik denk meer kans te maken op het extra kwalificatietoernooi in januari in Londen. Er is ook een mogelijkheid om de Spelen met een ploeg via de landenwedstrijd te halen. Maar dat wordt lastig. Dan moeten we in Tokio bij de eerste acht eindigen of in januari in Londen een van de vier resterende plaatsen veroveren. Maar dan moet ieder teamlid wel een perfecte score turnen. En dat is niet heel erg realistisch.”

3Je was ontgoocheld door het missen van de Spelen van Peking. Heb je die teleurstelling verwerkt?

Lachend: „Alleen als ik dit keer wel mag gaan. Nee hoor, ik zal niet stoppen als het deze keer opnieuw niet lukt. Ik denk dat ik nog wat jaartjes doorga met turnen. Het gaat nog steeds goed en ik vind het nog veel te leuk om te doen. Ik ga door tot ik er geen zin meer in heb of mijn lichaam gaar protesteren.”

4Je doet al jaren aan alle grote wedstrijden mee. Waarom is plaatsing voor de Olympische Spelen zo moeilijk?

„Je ziet een patroon. Twee jaar voor elke Spelen melden zich nieuwe sterke turners. Daar is bijna niet tegenop te boksen. Die komen uit landen waar de begeleiding tot in de perfectie is doorgevoerd. Neem Engeland, dat zich de laatste jaren als turnland sterk heeft ontwikkeld. En zo zijn er meer landen. Ja, bij ons gaan de vorderingen minder snel. Dat heeft alles met de begeleiding te maken. Bij de concurrenten zijn veel meer trainers. Eén op drie of vier turners. Dat is bij ons ondenkbaar. Ik ben al blij dat Van Bokhoven ons fulltime ter beschikking staat. Zo nu en dan komt onze Japanse coach Sadao Hamada over. Maar hij is er speciaal voor de ploeg en dan moet hij zijn aandacht over twaalf turners verdelen. Meer persoonlijke begeleiding zou ideaal zijn. Maar helaas is dat in Nederland onmogelijk.”

5Vind je een bezoek aan Tokio verstandig zo kort na de kernramp?

„Daar ben ik niet blij mee. Van mij hadden de WK verplaatst mogen worden naar Moskou, waar enige tijd sprake van is geweest. Ik ga er maar van uit dat er in oktober geen stralingsgevaar meer is in Tokio. Anders zouden ze ons toch niet sturen? Ik heb de trainer wel gevraagd of we niet een apparaat kunnen meenemen om de radioactiviteit te meten. Voor mijn eigen geruststelling”