'Ik accepteer geen discriminatie'

Nederland stelt zich binnen de Europese Unie steeds kritischer op. Ook als het gaat om het vrije verkeer van werknemers. „Dit kan de samenhang ondermijnen.”

Er was al een eurocommissaris, de Zweedse Cecilia Malmström, die de Nederlandse regering vragen stelde over de strenge plannen voor gezinsmigratie. Roemenië wees Nederland aan als het enige EU-land dat weigert om Roemenen en Bulgaren toe te laten tot de vrij-reizenzone Schengen. Polen is beledigd omdat Nederland het werknemers uit Midden- en Oost-Europa moeilijk wil maken om nog naar Nederland te komen of daar te blijven.

Nederland en de vreemdelingen wordt een steeds gevoeliger thema in Europa. Twee eurocommissarissen, de Luxemburgse Viviane Reding van Justitie en de Hongaar László Andor van Sociale Zaken, stuurden een brief naar Den Haag met veel kritische vragen over de plannen waar vooral Polen zo’n moeite mee heeft. Wat die punten zijn? Nederland wil EU-burgers het land kunnen uitzetten als ze hun baan kwijtraken of met te weinig geld naar Nederland komen om er te werken. Nederland wil dat mensen Nederlands spreken, of het willen leren, voordat ze een bijstandsuitkering krijgen. Nederland wil ook EU-burgers het land kunnen uitzetten als ze vaak misdrijven hebben gepleegd.

In zijn Brusselse werkkamer zegt eurocommissaris Andor dat hij minister Henk Kamp (VVD, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op 23 mei al even sprak over die plannen, op een bijeenkomst van de G20 in Parijs. De brief met vragen had hij al vijf dagen eerder verstuurd. „Onze boodschap is duidelijk”, zegt Andor, die in de Commissie over het vrije verkeer van werknemers in de EU gaat. „Het is de taak van de Commissie om EU-wetten uit te voeren. Discriminatie kunnen we niet accepteren.”

Kamp had de eurocommissaris een snel antwoord beloofd. Dat is er nog niet. „Ik denk niet dat de Nederlandse regering bewust van plan is om de Europese wet te overtreden. Maar dit is een kwestie die ons ernstig verontrust”, zegt Andor.

Wat vindt u dan van de plannen?

„Op het eerste gezicht is mijn zorg vooral dat de benadering verkeerd is. Arbeidsmobiliteit is positief, Nederland heeft er altijd van geprofiteerd. Uit onderzoek blijkt ook dat er weinig of geen bewijs is van misbruik van sociale voorzieningen. Van de mensen die uit Midden- of Oost-Europa komen en nu in Nederland zijn, werkt hetzelfde percentage als van alle Nederlanders. Er is geen sprake van een last voor de Nederlandse publieke middelen waardoor misschien een speciale behandeling van deze groep nodig zou zijn. Waarschijnlijk zet de regering vooral druk op zichzelf: ze willen een probleem oplossen dat er niet of nauwelijks is.”

Als Nederland profiteert van arbeidsmobiliteit in de EU, denkt u dan dat deze plannen ongunstig kunnen uitpakken voor Nederland?

„Ze zijn onnodig en ze bestempelen iedereen die uit Midden- en Oost-Europa komt onterecht als negatief. Het kan onbedoeld bijdragen aan het populistische idee dat de Europese Unie de migratiestromen heeft laten toenemen en dat de samenleving daar schade door lijdt. Dat is het probleem: dit kan een trend versterken die de economische en politieke samenhang in Europa ondermijnt.”

De meeste inwoners uit de zogenoemde ‘nieuwe’ EU-lidstaten kunnen zonder werkvergunning in Nederland aan de slag (alleen Bulgaren en Roemenen hebben nog zo’n vergunning nodig). Sinds 1 mei van dit jaar kunnen ze ook zonder vergunning in Duitsland of Oostenrijk werken – dat waren de twee laatste landen die hun nog beperkingen oplegden.

Als voorbereiding op die nieuwe fase in het vrije verkeer van werknemers in Europa ging de Europese Commissie na wat de ervaringen waren in Nederland. Volgens de Commissie doen maar negen op de duizend Oost-Europeanen die in Nederland werken en tussen de 15 en 64 jaar oud zijn, een beroep op sociale voorzieningen – van alle Nederlanders is dat vijfentwintig op de duizend. Volgens de Commissie hebben werkgevers ook minder moeite om vacatures op te vullen sinds Oost-Europeanen naar Nederland kunnen komen.

Is het vrij verkeer van werknemers in de EU een succes voor Europa?

„Het is goed voor bedrijven en voor de landen waar werknemers naartoe gaan. Ze krijgen waar voor hun geld. Het is wel een probleem voor landen zoals Ierland als hun werknemers door de huidige crisis wegtrekken. Dat is niet het soort arbeidsmobiliteit dat wij graag willen stimuleren. Onze inspanningen voor economisch bestuur in de EU zijn juist bedoeld om stabiliteit te brengen in de periferie.”

Voor de landen die werknemers zien vertrekken is het vrije verkeer van werknemers dus geen goed idee?

„Dat hangt ervan af. Als mensen een paar jaar weggaan om geld te verdienen voor een huis of om hun familie te helpen en dan weer terugkeren, hebben ze extra ervaring en dat helpt hun land. Als mensen niet terugkeren, kan dat wel moeilijk zijn voor sommige sectoren in het land waar ze vandaan komen. In de Baltische staten en in Midden-Europa is er al een ernstig tekort aan dokters en verpleegkundigen aan het ontstaan. Ik had er laatst een gesprek over met de minister van Volksgezondheid in Litouwen. Litouwen is hard bezig om samen met de vakbonden een strategie te bedenken om werknemers binnen te houden.”

Er zijn ook landen in Midden- en Oost-Europa waarvan de inwoners liever in hun eigen land blijven. Slovenië bijvoorbeeld.

„Ja, en ook Spanje en Hongarije. Al kan het in Hongarije gaan veranderen nu er een nieuwe arbeidswet komt die invloed gaat hebben op de rechten van werknemers. Dat zal dan geen goede invloed hebben op de economie van Hongarije. Maar je ziet dat werknemers echt niet massaal weggaan uit hun land alleen omdat ze nu de mogelijkheid hebben. De verwachting is dat er nu zo’n honderdduizend werknemers uit Midden- en Oost-Europa naar Duitsland gaan en zo’n vijfentwintigduizend naar Oostenrijk.”

Trekken de Grieken al weg?

„Die trekken tot nu toe alleen nog maar naar pleinen om te protesteren.”