Hulp aan Kunduz begint in Groningen

De eerste militairen vertrekken binnenkort naar Kunduz. Daar gaan ze de lokale politie begeleiden. Maar eerst oefenen ze met acteurs in een oefendorp.

Het zand stuift op tussen de autowrakken en half afgebouwde huizen wanneer de zwaarbewapende patrouille in de richting van de bazaar trekt. Voorop lopen vijf ‘Afghaanse’ agenten, daarachter wandelen vijf blauwe baretten van de marechaussee, die op hun beurt weer gedekt worden door vier militairen met groene baretten van de landmacht. Er schuifelen een paar in boerka gehulde vrouwen door het dorp. Een man in een traditioneel lang hemd wordt gefouilleerd.

Met dit rollenspel in het Groningse oefendorp Marnehuizen sloten Nederlandse militairen gisteren hun voorbereiding af op de politietrainingsmissie in Kunduz. Binnenkort zullen zij in Afghanistan in plaats van acteurs echte lokale politieagenten ‘buiten de poort’ begeleiden.

Dit oefenterrein is een weinig realistische afspiegeling van de situatie daar, zegt majoor Frank van Veldhuizen. „Kunduz is een, voor Afghaanse begrippen, grote stad. Het zal daar eerder levendig en druk zijn, dan zo rustig als hier.” Een totaal andere omgeving ook dan het landelijke Uruzgan, waar Nederlandse militairen tussen 2006 en 2010 opereerden.

Van Veldhuizen (47), van de marechaussee, gaat voor het eerst naar Afghanistan. Daar zal NRC Handelsblad hem, een militair van de landmacht en een civiele politieagent de komende maanden volgen.

In de komende weken vertrekt de eerste lichting van een paar honderd militairen naar Kunduz. In augustus beginnen de zogeheten Police Operational Mentoring Liaison Teams met het ondersteunen van vier politiebureaus in de stad. Naar verwachting begin 2012 gaat Nederland ook de basistraining voor nieuwe politierekruten verzorgen. Daarnaast wil Nederland met politieagenten en diplomaten het hele justitiële apparaat in Kunduz helpen opbouwen.

Deze lichting militairen moet zich ook diplomatiek opstellen. Van Veldhuizen: „De eerste periode willen we vooral kennismaken en zicht krijgen op de omgeving. Het is belangrijk om van de Afghanen te horen wat we voor hen kunnen betekenen. Het blijft hun land.” Behalve met lokale gevoeligheden, moet ook rekening gehouden worden met alle partnerlanden die al in de regio actief zijn. Duitsland leidt de NAVO-missie in Noord-Afghanistan en ook de Amerikanen zijn belangrijk voor de politietraining. Commandant Ron Smits, die ter plekke de Nederlandse militairen zal leiden, beseft dat Nederland niet volledig onafhankelijk kan optreden tijdens deze missie. „Het is alsof je in een volle lift stapt, je moet oppassen dat je niet op iemands tenen trapt als je de juiste verdieping wilt bereiken.”

Samenwerking met de Duitsers is ook belangrijk voor de veiligheid van de Nederlandse militairen. De voornaamste dreigingen in Kunduz bestaan uit aanslagen op agenten en andere autoriteiten, en infiltratie in de trainingsprogramma’s van de politie. „We hebben voldoende middelen om onszelf te beschermen”, zegt Smits. „Maar we kunnen ook een beroep doen op de Duitsers.”