Het eens zo machtige CDA zit in een existentiële crisis

Boze achterban, stille Kamerfractie, onenigheid in de top, geen leider in zicht.

En geen goed verhaal. Als het CDA daar niet snel mee komt, „redden we het niet”.

Ruth Peetoom, voorzitter van het eens zo machtige CDA, worstelt zich in een benauwd zaaltje van een provinciehuis tussen ronddraaiende bureaustoelen door. Opgewekt zegt ze: „Wij kennen elkaar nog niet hè.” Handen worden geschud, sommigen krijgen een zoen. De gastheer van de bijeenkomst becommentarieert vol verbazing. „Zoveel makke CDA’ers heb ik nog nooit in één hok gezien.”

Die gelatenheid is dan ook uitzonderlijk. Want de partij die Ruth Peetoom moet gaan redden is een jaar na de meest desastreuze verkiezingen ooit nog volop in verwarring. Het CDA heeft een rotjaar achter de rug. Bij de landelijke verkiezingen leden de christen-democraten de zwaarste nederlaag in hun geschiedenis. Van de grootste partij met 41 zetels naar de vierde partij van het land met 21 zetels. Volgens verschillende peilingen zet die daling nog steeds door.

Binnen de van oudsher zo degelijke bestuurderspartij ontstond serieuze crisis toen de partijtop ging praten met VVD en PVV. Eenderde van de achterban sprak zich uit tegen samenwerking met Wilders. Daarnaast is het eigenlijk onduidelijk waar het CDA van nu voor staat. Rechts? In het midden? Sociaal? Conservatief?

CDA heeft geen duidelijke partijleider, kroonprins of een Tweede Kamerfractie die van zich af bijt. Daarom heeft Peetoom, die twee maanden geleden door de leden zelf werd gekozen, de unieke positie om in te grijpen. Om een koers te kiezen voor de regeringspartij. Om de beschadigde organisatie een ingrijpende make-over te geven. Om te voorkomen dat het CDA, decennialang de machtigste van het land, verwordt tot een marginale politieke stroming.

Nogal een taak.

Vorige week stelde het CDA een onderzoekscommissie in die de koers van de partij voor de komende tien jaar moet uitstippelen. Peetoom denkt niet dat het CDA weer op de 54 zetels uit de tijd van Lubbers zal komen. Niet een bepaald aantal zetels, maar een „authentieke boodschap hervinden” moet de ambitie zijn, vindt zij. „Laten we tevreden zijn met een bescheiden rol.”

Dus trekt de 43-jarige ex-predikante Peetoom door het land voor „snelkookpansessies” en voert daar op hoog tempo gesprekken met de regionale CDA-machthebbers, schooldirecteuren en zorgbestuurders. Gewoonlijk worden journalisten bij dit soort bezoeken geweerd, in een hernieuwd CDA-streven naar openheid mocht deze krant echter twee dagen mee. Twee volle dagen, naar Leeuwarden en Hellevoetsluis, en twee dingen worden al snel duidelijk: Eén: CDA’ers zijn nog steeds woedend. En twee: Ruth Peetoom knikt vooral.

Neem een van de bijeenkomsten in Friesland twee weken terug. In de Kurioskerk zitten bijna vijftig man aan vierkante tafels met gelige kleedjes. De Harde Kern. Grijze koppen, mannen vooral, bozige vragen.

„Die mensen in Den Haag – wanneer houden ze hun mond nou eens en gaan ze luísteren?”

„Landelijke CDA’er staan vol achter het bezuinigingsbeleid, maar heel veel mensen worden er hier werkloos door.”

„Ik word er gewoon boos van, kwaad als de hel. Wij gaan bezuinigen op de kleine man, maar als CDA gaan we kapot en we geloven elkaar niet meer.”

Peetoom knikt, sust, negeert verwijten, praat haar critici naar de mond. „Inderdaad!”, roept de meest boze man dan opeens opgelucht. „Dat bedoel ik!”

Hoe Peetoom zich op dit soort momenten opstelt, zo wil ze het CDA weer relevant maken: door mee te bewegen.

Maar is dat genoeg om het verdeelde kader van de machtspartij weer te verenigen? Een jaar aan veenbranden bij het CDA heeft veel mensen beschadigd. Niet zonder reden voert Peetoom het ene na het andere gesprek met afvallige leden.

Haar optreden wordt al snel doorzien. In Hellevoetsluis zei een lokale CDA’er het zo: „Je komt, laat ik het zo maar zeggen, vrij lief over.”

CDA kampt met vier grote problemen. Eén: de Tweede Kamerfractie is te stil en laat zich onvoldoende zien.

Dat klopt, geeft Peetoom toe, maar dat is niet erg. „Ze moeten een balans hervinden ten opzichte van het kabinet.” Eén van de Kamerleden van het CDA die juist blikvanger zou kunnen worden, beaamt dat volledig. „We hebben niet de ambitie om zetels terug te winnen”, zegt hij. Zijn naam mag alleen niet in de krant – dit soort kritiek uiten is vaak dodelijk voor een carrière. Het goede aan de fractie is dat ze „een collectief” zijn, zegt hij. Wat zoveel wil zeggen dat ze niet rollend over straat gaan. Dat is positief, maar in het geval van een regeringspartij is onvoldoende afzetten tegen kabinetsbeleid ook niet handig. Alles wat er verkeerd gaat, komt dan ook op jouw conto.

Volgens het CDA is er tijd zat. Er zijn pas weer verkiezingen in 2015, zegt de partij. En het CDA kwam al eerder, in 1994, een groot zetelverlies te boven. Toen gingen ze van 54 naar 34 zetels. Toch leverde het CDA vanaf 2002 nog acht jaar de premier.

Alleen: „Kiezers willen tegenwoordig dat alles bij elke volgende verkiezing geregeld is”, zegt voorzitter Peetoom zelf. „Dat kan dus niet. Dat het land op orde is. Dus moet je dat uitleggen. En dan zeg ik: probeer het eens met de waarheid.”

Volgend probleem. Binnen de top van de partij zijn ze het openlijk oneens. Zo was Peetoom tegenstander van de vorming van dit kabinet, maar accepteert ze de coalitie nu als status quo. Op het uitsluiten van anderen op basis van geloof reageert ze wel geprikkeld, telkens weer. Daarvoor weet ze te veel van religie, zegt de oud-predikante dan. Terwijl er ook mensen binnen het CDA zijn – zoals vicepremier Maxime Verhagen – die de PVV juist als aantrekkelijke partner zien en zeggen dat de multiculturele samenleving „mislukt” is.

Diezelfde Verhagen is ook de verpersoonlijking van het derde probleem van CDA, dat maar blijft doorzeuren. Verhagen weigert te zeggen dat hij de nieuwe partijleider is – dat juist hij door keizers wordt genoemd als het minst betrouwbare kabinetslid helpt ook niet echt – waardoor de vraag blijft: wie dan wel?

Het Kamerlid dat niet genoemd wil worden zegt dat er in de fractie niemand opstaat. „Geen opvolgers hier”, zegt hij. Dan is het even stil. Misschien is dat eigenlijk maar goed ook, is dan zijn commentaar. „Geen haantjes te bekennen.” Typisch het CDA van vandaag. Een echte leider zou vanzelf op moeten staan. Hopen ze.

Waar die vandaan moet komen?

Het Slangenburgberaad is een optie. Dat is een groep CDA’ers die zich niet gehoord voelt binnen de partij en zich daarom maar op internet in een afgesloten LinkedIn-groep verenigde.

Toen deze krant het bestaan van de groep onthulde, in februari, kende het beraad nog 245 leden. Sindsdien is de behoefte om het CDA te vernieuwen alleen maar toegenomen. Nu zijn er 570 leden. Dit zijn (oud-)Kamerleden, ondernemers, docenten, wethouders, maar ook Ruth Peetoom was en is lid. Toen zij de leden koos van de onderzoekscommissie die de partijkoers moet bepalen, koos ze ook enkele ‘Slangenburgers’.

Jeroen van Velzen, 22 jaar oud, zit ook in deze commissie. Hij was tot anderhalve week geleden voorzitter van het CDJA, de uitgesproken jongerenafdeling binnen de partij.

Van Velzen glimlacht als hij het vierde probleem van het CDA oplepelt: „Er was grote verdeeldheid. Er zijn wonden geslagen. Verschillen van inzicht. Allemaal niet opgelost – terwijl we wel scherpe keuzes zouden moeten maken in plaats van alleen maar te benadrukken hoe fijn we het vinden dat we er als partij zijn.”

Nóg zijn.

Want vraag Van Velzen hoe hij zijn leeftijdsgenoten probeert te overtuigen van het nut van het CDA, en hij valt stil. „Natuurlijk heb ik wel een elevator pitch klaar”, zegt hij. Die gaat over gevoelens van vervreemding, over irritatie van telkens maar meer nieuwe regels, over een samenleving die volgens hem vooral redelijk zou moeten zijn.

De jonge CDA’er geeft het zelf maar toe: „Ik hou niet zo van zo’n korte samenvatting. Andere jongeren misschien ook niet. Die zijn namelijk heel bot hè. Ze denken ook: laat maar vallen, die partij.” Waarmee de crisis existentieel is.

Of het CDA het overleeft? „Als wij geen onderscheidende antwoorden kunnen geven, zijn we niet relevant meer. Dus redden we het dan? Nou, nee.”

Is dat een gemis, eigenlijk? Natuurlijk zegt Van Velzen van wel. Maar over één ding hoeft Nederland zich geen zorgen te maken: „Er zijn in ieder geval genoeg andere partijen die stabiele bestuurders kunnen leveren.”