Het drama van Fela Kuti hangt er nogal bij in de musical 'Fela!'

Holland Festival Fela! Gezien 10/ 6 Carré Amsterdam. Aldaar t/m 24/6. Inl. hollandfestival.nl ****

Bij een van de vele invallen op zijn compound stak de Nigeriaanse popzanger Fela Kuti, onder de ogen van politieagenten, een door hem geplante joint in zijn mond en at hem op. De agenten namen hem mee, zodat hij het bewijsmateriaal in een politiecel kon uitpoepen. Kuti ruilde stiekem zijn verdacht geurende hoop met de schone poep van een medegevangene, en hij kon weer naar huis, waar hij een lied over het voorval schreef: Expensive Shit.

Fela! – als broadwaymusical een Fremdkörper op het Holland Festival – draait om leven en werken van de Nigeriaanse funkmusicus Fela Anikulapo Kuti (1938-1997). Samen met zijn drummer Tony Allen was hij uitvinder van de afrobeat: funk vermengd met traditionele yoruba-ritmes, high-life (West-Afrikaanse pop) en jazz. Meer nog dan om zijn pioniersrol in de Afrikaanse popmuziek, wordt hij vereerd als vervolgde mensenrechtenactivist.

Fela! begon in New York als off-Broadwaymusical, maar werd door de Afro-Amerikaanse sterren Will Smith en Jay-Z opgepikt, die als co-producenten de musical naar Broadway brachten, en daarna naar Londen en nu Amsterdam. Regisseur en choreograaf Bill T. Jones herschept een afscheidsconcert van Fela Kuti in zijn eigen club, The Shrine. Na het platbranden van zijn huis en de moord op zijn moeder wil Kuti Nigeria verlaten. Maar in een droomgezicht verschijnt aan hem zijn dode moeder – kleine dip in de voorstelling – die hem opdraagt te blijven en de strijd niet op te geven. De show begint vrolijk en wordt gaandeweg steeds grimmiger.

Kuti propageerde anti-koloniaal Afrikaans zelfbewustzijn, met aandacht voor de eigen tradities, en streed tegen de multinationals die Afrika leeghalen, en tegen de corruptie en het geweld van de Afrikaanse dictaturen. Dit bracht hem vaak in botsing met het Nigeriaanse regime, dat hem geregeld opsloot en mishandelde, zijn compound platbrandde, zijn achtentwintig vrouwen verkrachtte en zijn moeder vermoordde. Zelf regeerde hij als mini-dictator over zijn commune van musici en aanhang. In 1997 stierf hij aan aids. Zijn begrafenis, die nog langer duurde dan zijn concerten, werd bijgewoond door miljoenen mensen.

Het drama van Kuti hangt er nogal bij in Fela!. Hoofdrolspeler Sahr Ngaujah vertelt het verhaal tussendoor, soms loopt het uit in gespeelde scènetjes die niet veel om het lijf hebben. Bill T. Jones maakt er vooral een spectaculaire show van, met alle ruimte voor de opzwepende muziek en dans. Kuti’s meesterwerken komen voorbij: Zombie en Sorrow, tears and blood en Water no get enemy.

De lang uitgesponnen, complexe grooves dienen als wiegend bedje voor ronkende blaaspartijen; de zang en declamaties van Kuti, in vraag-en-antwoord-spel met het vrouwenkoor, en vooral de wervelende groepsdans van de bont opgetuigde, gespierde vrouwen is een mooi mengsel van Afrikaanse dans en Amerikaanse showdans.

Sahr Ngaujah – net als Bill T. Jones begon hij zijn carrière in Amsterdam – draagt moeiteloos de show. Bij zijn opkomst straalt hij al als een machtige Afrikaanse koning en worstelkampioen: terwijl zijn vrouwen om hem heen dansen, schrijdt hij door het middenpad naar het podium, met opgeheven vuisten.