Headbangen metmuzikale helden

Als voorprogramma waren ze „de kleine jongens tussen de grote mannen”.

Deze zomer speelt Vanderbuyst zelf op grote festivals als Zwarte Cross.

,,Hold your hands high. Shake your body. If it’s too loud and your brain hurts, fill your head with heavy metal thunder.”

Vol bewondering kijkt Willem Verbuyst (31) hoe Biff Byford (60), zanger van de Britse heavy metalband Saxon, zijn bejaarde keel laat gieren. Bij iedere uithaal gooit Verbuyst zijn vuisten omhoog. En dan voorspelt hij terloops, maar vol overtuiging zijn eigen toekomst: ,,’t Is dit… of de dood!”

Een belangrijke fase van die toekomst is zojuist ingegaan. Een paar uur voordat Byford de bijna uitverkochte concertzaal Trix (Antwerpen) uit zijn hand laat eten, heeft Verbuyst het publiek mogen opwarmen. Met zijn eigen hardrocktrio Vanderbuyst speelt hij vijfentwintig keer in het voorprogramma van zijn helden, door heel Europa.

Hardrock uit eind jaren zeventig en begin jaren tachtig geldt als maatgevend. Dat is te zien aan de strakke (tijger)broeken, hoge basketballschoenen, kogelriemen en natuurlijk: wapperhaar. En het is te horen. Aan de galmende zang van bassist Jochem Jonkman, de jong gebleven tweelingbroer van Phil Lynnot, de te vroeg gestorven voorman van Thin Lizzy. Aan de onvermijdelijke drumsolo’s van Barry van Esbroek, de helblonde evenknie van Muppet-trommelgod Animal. En vooral aan Nederlands Best Bewaarde Gitaargeheim Zelf. Als een bezetene laat Verbuyst zijn vingers over zijn witte Flying V racen. Continu headbangend maakt hij daarbij uitzinnig kauwende bewegingen, alsof hij de rondslingerende noten stuk voor stuk wil opvreten. Hij gooit zijn gitaar in zijn nek, of smijt hem op de grond, om hem vervolgens met zijn broekriem vol ijzeren ‘studs’ te geselen.

Zelf mag hij dan aan het eind van de avond kwijlend naar Saxon kijken, tijdens zijn eigen optreden zie je de volstromende zaal (met vooral oudere mannen in zwarte T-shirts) maar één ding denken: kon ik dat maar.

Drie jaar geleden begonnen ze als bloedserieuze onderneming.” Het verschil met vroeger is de instelling, zegt hij. ,,Eerst fatsoenlijk spelen, dan komt het feestje later wel. Ik heb vaak genoeg in bandjes gezeten waarin dat andersom was.” Van Esbroek: ,,Dit keer wilden we eens echt ons best doen.” Jonkman: De spaarzame vrije dagen van deze tour zijn daarom ook volgepland voor een extra optreden en repetities voor de nieuwe plaat.

Vorig jaar verscheen hun debuut op een Duitse death metal-label. Binnen twee weken waren de duizend exemplaren op. Van Esbroek: ,,Toen dachten we: wat gebeurt hier?” Inmiddels zijn er vierduizend platen verkocht. Verbuyst: ,,Ineens stonden we in de album top 100 en werden we op 3FM gedraaid.” Deze zomer spelen ze behalve op Nederlandse festivals zoals Zwarte Cross in Duitsland, Denemarken, Zwitserland en Slovenië.

Dat ze met Saxon mee mochten, is een kwestie van de goede contacten, verklapt manager Danny van Drongelen, van Bidi Bookings. Maar wie wordt uitverkoren, moet vervolgens wel ‘inlappen’. ” Het kostte Vanderbuyst tienduizend euro, zegt hij.

,,Daar moet je heel wat T-shirtjes voor verkopen”, geeft Verbuyst toe. Van Esbroek: ,,We hebben allemaal geld geleend bij familie.” Meevaller: voor de reiskosten kreeg de band vijfduizend euro subsidie van het Fonds Podiumkunsten. „Saxon trekt precies het goede publiek. Zoveel mensen zouden we anders nooit bereiken.” Bovendien zijn hardrockfans hondstrouw, weet Van Drongelen. ,,En als ze je eenmaal accepteren, kun je járen meedraaien.”

Als voorprogramma zijn ze ,,de kleine jongens tussen de grote mannen”, zegt Verbuyst. ,,In het begin schrik je wel. Saxon heeft een crew van elf man. Vooral de stagemanager is erg streng, die wijst voortdurend op zijn horloge. Zanger Biff heeft een paar keer een goedkeurende blik op onze soundcheck geworpen, maar verder zit hij de hele dag in zijn viersterrenhotel op wielen.” En omdat Biff zijn stembanden wil sparen, mag in geen van de zalen de airconditioning aan, waardoor de Trix langzaam verandert in een stinkende sauna.

Toch blijven het helden, zegt Verbuyst. ,,Zij snappen liedjes. Hun nieuwe plaat moet nog uitkomen en toch brult iedereen na één refrein al mee.” Van Esbroek: ,,Je denkt meteen: hé, dit ken ik. Alsof ze het dertig jaar geleden hebben geschreven.” En begin nu alsjeblieft niet over gebrek aan vernieuwingsdrang, vult hij aan, ,,want al die zogenaamd fantastische Britpop, dat is toch ook allemaal hetzelfde?!” Verbuyst: ,,Sommige mensen willen heel intellectueel vanuit hun leunstoel moeilijke structuren uitvissen. Maar je hebt ook lui die na een week klotewerk gewoon bier gaan drinken en naar mooie melodieën willen luisteren waar ze gelukkig van worden.”

,,Zugabe! Zugabe!” Drie weken later schreeuwt een overvolle Backstage, een zaal in München, om meer. Tevergeefs: de dagelijkse dertig minuten Vanderbuyst zit er weer op. Net als in Antwerpen is het dringen bij de merchandise stand. ,,Hier wird gerade Hardrock-Geschichte geschrieben”, zal de Duitse pers later jubelen.

Toch is er een kleine tegenvaller, zegt Van Esbroek. Het regent, en dat is slecht voor de begroting: er moet namelijk een hotel worden geboekt. ,,Meestal rijden we naar een afgelegen weggetje en rollen in de middle of nowhere onze matjes uit.” Wildkamperen heeft ook nadelen, zegt Verbuyst. ,,Volgende keer neem ik een tekentang mee. Mensen zien dan wel stoere rockers op het podium, maar het is niet alleen maar romantiek.”