Golf aanslagen in Irak tegen verlenging VS

De Amerikanen willen wel blijven in Irak, want ze kunnen het daar nog lang niet alleen aan, maar dan moet de regering in Bagdad er wel om vragen.

Radicale shi’itische groepen in Irak zijn de afgelopen weken weer in de aanval gegaan tegen het Amerikaanse leger. Ze bestoken Amerikaanse bases en andere militaire doelen met raketwerpers en planten bommen langs de weg. Vorige week nog werden zes Amerikaanse militairen gedood. Maandag vijf, bij een raketaanval op een legerkamp in een shi’itische wijk in het oosten van Bagdad. Een zesde militair vond twee dagen later de dood bij een bomexplosie tijdens operaties in het shi’itische zuiden van Irak.

Met hun offensief willen deze groepen zichtbaar maken dat ze geen zin hebben in verlenging van de aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Irak. Volgens het Amerikaans-Iraakse troepenakkoord van 2008 (Status of Forces Agreement, SOFA) moeten alle Amerikaanse militairen voor 1 januari 2012 weg zijn. Tenzij de Iraakse regering zou vragen of de Amerikaanse troepen nog blijven.

President Obama is teruggekomen van zijn campagnebelofte alle troepen uit Irak terug te trekken. Amerikaanse ministers en legerchefs hebben de afgelopen weken herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat zij ‘ ja’ zullen zeggen tegen een verzoek van de Iraakse regering om verlenging van het verblijf van althans een deel – zo’n 10.000 man – van de nu nog resterende 47.000 Amerikaanse militairen. Anders gezegd: ze zijn ervan overtuigd dat Irak nog niet zonder de Amerikaanse militaire hulp kan. Met hun uitspraken voeren ze de druk op Bagdad op nu eindelijk met dat verzoek te komen

Minister van Defensie Robert Gates zei vorige maand openlijk dat hij „hoopte dat ze [de Iraakse regering] een manier weten te vinden om het te vragen”. Tijdens een bezoek aan Irak in april zei Gates dat de Iraakse politieke en militaire leiders zelf ook vinden dat ze het Amerikaanse leger nog nodig hebben, maar worstelen met een onwillige publieke opinie.

Het geweld in Irak is aanzienlijk verminderd in vergelijking met de periode 2006-2008, toen een burgeroorlog tussen sunnieten en shi’ieten aan de gang was. Maar nog steeds is een restant van Al-Qaeda-in-Irak actief. CIA-chef Leon Panetta, die als het Congres ermee instemt Robert Gates als minister van Defensie opvolgt, zei vorige week in Washington dat de groep nog wel duizend leden telt.

Maar Gates maakte vorige maand duidelijk dat hij een langer Amerikaans verblijf ook ziet in het licht van de slepende confrontatie met Iran. Hij zei dat een verlenging een geruststellend signaal zou zijn naar de andere Arabische Golfstaten, die zich zorgen maken over de toenemende Iraanse invloed in de regio. Maar Teheran zou dit niet leuk vinden, „en dat is een goede zaak”.

Iran is een gevoelig onderwerp in Irak. Het is Iraks belangrijkste handelspartner, de twee landen delen een lange grens en beide hebben een shi’itische meerderheid, wat ook een nauwe band geeft. Premier Nouri al-Maliki, die onder het bewind van Saddam in Teheran in ballingschap heeft geleefd, wordt beschouwd als een bondgenoot van Iran.

Maliki’s regering is bovendien voor haar overleven afhankelijk van de steun van de populistische, anti-Amerikaanse geestelijke Muqtada Sadr, wiens door Iran gesteunde beweging acht van de 42 ministers levert. En Sadr is fel tegen een langer verblijf van de Amerikaanse „bezetters”.

Als hij zijn politieke steun voor Maliki intrekt zou de val van het kabinet nog diens minste probleem zijn. Hij heeft immers met „militair verzet” gedreigd, dat tot nieuwe sektarische gevechten zou kunnen leiden.

Sadrs Leger van de Mahdi heeft in de zomer van 2007 de wapens neergelegd, maar de strijders zeggen op elk moment bereid te zijn de strijd te hervatten. „Ik sta klaar om te vechten”, zei een van tienduizenden demonstranten die Muqtada Sadr 26 mei in Bagdad op straat bracht om zijn punt te maken. Sadr heeft tegenover de BBC openlijk verklaard dat zijn aanhangers een rol spelen in het huidige geweld tegen Amerikaanse militairen.

CIA-chef Panetta zei vorige week er „alle vertrouwen in te hebben” dat Maliki toch uiteindelijk Washington zal vragen Amerikaanse troepen na 1 januari in Irak te houden. De premier zelf weigert zijn mening te geven. „Ik zal de leiders van de politieke blokken bijeenbrengen”, zei hij onlangs. „Als ze ja zeggen, zal ik met verlenging instemmen, en als ze nee zeggen, wijs ik een verlenging af.”