Fundamenteel onderzoek moet aansluiten bij economie

Jonge wetenschappers vrezen dat ik kort op fundamenteel onderzoek. Dit is niet zo. Pas dat onderzoek alleen aan op sterke economische sectoren, stelt Maxime Verhagen.

Voor een klein land heeft Nederland veel topbedrijven. Ons aandeel in de wereldhandel is onevenredig groot. Dat heb we te danken aan onze zeevarende geschiedenis, onze goede ligging en onze ondernemingsgeest.

Het is allerminst vanzelfsprekend dat dit zo blijft. Nieuwe economieën komen op. Handelsstromen veranderen van loop. Beproefde technieken en producten geven geen antwoord meer op wereldwijde, maatschappelijke uitdagingen.

Dat is een bedreiging als we bij de pakken neerzitten en wegkruipen achter de dijken. We moeten niet toegeven aan de jansaliegeest. De veranderingen zijn een kans om Nederland sterker te maken. Dan moeten we ons wel onderscheiden op de wereldmarkt. We moeten de Nederlandse economie versterken met nieuwe, snelgroeiende bedrijven en met hoogwaardige banen.

Gelet op de toenemende, wereldwijde concurrentie zijn meer onderzoek en innovatie een noodzaak. Dat vergt twee essentiële hervormingen van het bedrijfsleven en de wetenschap. Ten eerste moeten onderzoekers en ondernemers veel beter samenwerken. Ondanks decennia van goedbedoelde ad-hocmaatregelen inspireren wetenschap en bedrijven elkaar nog veel te weinig. Ten tweede moeten bedrijven meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Nederlandse ondernemers geven veel minder uit aan onderzoek dan ondernemers in de landen om ons heen.

Ik heb grote en kleine ondernemers uit negen topsectoren van onze economie gevraagd om samen met wetenschappers te kijken hoe dit kan worden bereikt. Het gaat om de sectoren waarin we traditioneel gezien wetenschappelijk en economisch sterk zijn: chemie, agrofood, water, creatieve industrie, tuinbouw, hightech, life sciences, energie en logistiek.

De keuze voor deze sectoren is niet toevallig. Ze worden gedreven door kennis. Alleen door te investeren in kennis kan Nederland de concurrentie op de wereldmarkt voorblijven. Ondanks de regen van innovatiesubsidies heeft Nederland de achterstand in onderzoek en ontwikkeling niet ingelopen. Daarom kiest het kabinet voor een andere aanpak – minder Haagse subsidies en meer zeggenschap van ondernemers en onderzoekers over de inzet van de schaarse middelen. De samenwerking tussen ondernemers, onderzoekers en de overheid kan alleen werken als we over gevestigde belangen en bestuurlijke belemmeringen heen durven te springen en elkaars ideeën ten volle benutten.

Sommige jonge wetenschappers vrezen dat we geld weghalen bij fundamenteel onderzoek. Dit is onterecht. Fundamenteel onderzoek levert de toepassingen op van morgen. Het kabinet wil het fundamenteel onderzoek wel beter laten aansluiten bij de sterkste sectoren van onze economie. Via onderzoeksfinanciers als de NWO en de KNAW reserveren we 350 miljoen euro voor de nieuwe vorm van samenwerking. Dat blijft gebeuren op basis van dezelfde, hoge, academische criteria. Ruimte voor onderzoek en onverwachte ontdekkingen in allerlei andere academische gebieden blijft bestaan.

In Wageningen bewijzen onderzoekers en ondernemers hoe het kan. Plantengenetici staan wat betreft het aantal en de impact van wetenschappelijke publicaties in de topvijf van de wereld. Zij ontdekten genen die planten minder vatbaar maken voor plagen en insecten. Met die kennis hebben plantenveredelende bedrijven nieuwe, resistente tomatenrassen op de markt gebracht. Deze samenwerking brengt toponderzoekers, topstudenten en internationale agrofood-bedrijven naar Nederland.

Als wetenschappers de samenwerking omarmen, kunnen ondernemers het versleten excuus van de ivoren toren niet meer gebruiken. Ook bedrijven moeten veranderen. Ze moeten veel meer dan nu durven investeren in het onderzoek dat nieuwe producten en diensten oplevert om zich te onderscheiden.

Het bewandelen van nieuwe wegen en het verleggen van grenzen zijn kenmerken van toponderzoekers. Vaak laten zij zich inspireren door maatschappelijke uitdagingen. Het zou jammer zijn als jonge academici zich laten leiden door de angst voor verandering. Ik roep hen op om de innovatie in Nederland gestalte te geven, samen met hun collega’s, ondernemers en de overheid.

Maxime Verhagen (CDA) is minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.