'Exploitatie op korte termijn, dat is wat telt voor kabinet'

Creatieve Industrie

Het kabinet wil een fonds voor architectuur, design en nieuwe media. Bestaande ontwikkelinstellingen krijgen hierdoor problemen.

De bezuinigingen op cultuur betekenen niet alleen minder geld voor de cultuursector maar ook andere prioriteiten in het cultuurbeleid. In lijn met de gedachte dat de sector marktgerichter moet worden wil staatssecretaris Zijlstra (VVD, Cultuur) meer focus op de ‘creatieve industrie’.

Zijlstra kondigt in zijn brief aan de Kamer aan dat hij het huidige Stimuleringsfonds voor Architectuur omvormt tot een Fonds voor de Creatieve Industrie. De budgetten van de Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB die bestemd waren voor vormgeving, architectuur en gaming worden hier ondergebracht. Dat geldt ook voor de budgetten van zogenoemde ontwikkelinstellingen, die vooral onderzoek doen. Het fonds krijgt zo 11,4 miljoen euro.

Janny Rodermond, directeur van het Stimuleringsfonds voor Architectuur, heeft een notitie geschreven over de veranderingen. Daaruit blijkt dat zij de multidisciplinaire samenwerking op zichzelf positief vindt. Dat is „een belangrijke motor voor de noodzakelijke innovatie in de totale sector”. Wel vindt zij het belangrijk dat het nieuwe fonds er niet in de eerste plaats voor de industrie is, maar vooral voor de ontwerpers. „Het gaat er juist om de culturele innovatieve potenties te stimuleren”. Zij had daarom ook liever gezien dat het nieuwe fonds ‘Fonds voor Architectuur en Design’ had geheten.

Voor de ontwikkelinstellingen vormt het overhevelen van hun budgetten een bedreiging in hun voortbestaan. Nu zij geen structurele subsidie meer krijgen mogen zij nog wel subsidie aanvragen bij het nieuwe fonds, maar alleen voor losse projecten. Exploitatiekosten, zoals personeel en huisvesting, moeten zij uit andere inkomstenbronnen betalen. De ontwikkelinstellingen vrezen dat private sponsors en Europese fondsen ook geen geld meer zullen geven als het Rijk zich terugtrekt.

„Het kabinet kijkt alleen naar de exploiteerbaarheid van de kunstsector op korte termijn”, zegt Willem Velthoven, directeur van Mediamatic in Amsterdam. Mediamatic werd bekend werd met het ontwikkelen van El Hema, de Arabische variant van de Hema. „De Arabische chocoladeletters die wij daarvoor bedachten, liggen nu met Sinterklaas in de gewone Hema. Aan dit soort producten gaan lange onderzoekstrajecten vooraf. Het kost soms wel zeven jaar voor we een idee dat is ontstaan in een artistieke setting hebben uitgewerkt tot een commercieel toepasbaar product.”

Mediamatic zal wel doorgaan met het ontwikkelen van dit soort producten, maar uitsluitend nog voor opdrachtgevers. Velthoven: „Wij zullen onze deuren moeten sluiten voor het publiek.” Daardoor zal er weinig uitwisseling van ideeën plaatsvinden, vreest hij. „Dat is funest voor de creatieve industrie, die drijft juist op inspiratie.”

Zijlstra wil niet alleen dat er een Fonds voor de Creatieve Industrie komt, maar ook een ondersteunende instelling. Daarin moeten het Nederland Architectuurinstituut (NAi), de Premsela Stichting en het Virtueel Platform samenwerken. De betrokken instellingen staan hier niet afwijzend tegenover. Zij zijn blij dat hun budgetten worden gekort met ‘slechts’ 10 procent (bovenop de korting van 5 procent die alle kunstinstellingen krijgen opgelegd). Bovendien schrijft Zijlstra in zijn brief „dat de kracht en de sterke merken van de instellingen behouden blijven, net als de zichtbaarheid van de afzonderlijke disciplines architectuur, vormgeving en nieuwe media”.

Ole Bouman, directeur van het NAi, zegt: „Over de vorming van één gezamenlijk ondersteunend instituut ben ik op zichzelf positief. Als ik zie hoe de disciplines naar elkaar toegroeien, kan de samenwerking tot nieuwe interessante producties leiden.”

Ook Els van der Plas, directeur van de Premsela Stichting (design en mode) zegt: „Wij waren al bezig samen te gaan met het Virtueel Platform. We werken ook samen in het programma DutchDFA, waarmee Nederland zich profileert als topland in de sectoren design, mode en architectuur. Wel zal Premsela ervoor blijven waken dat design een eigenstandige positie blijft behouden.”

Ook Floor van Spaendonck van het Virtueel Platform noemt de samenwerking tussen de verschillende instellingen „kansrijk”. „Wel zijn er zorgen. De creatieve industrie omvat heel veel verschillende instellingen. Dat loopt van het experiment naar de harde industrie. We moeten uitkijken er ook nog aandacht blijft voor innovatie en experiment en dat de focus niet volledig komt te liggen op projecten die direct geld opleveren.”