Even allemaal centraal a.u.b.

Marcel van Roosmalen bezoekt een seminar voor tennisleraren.

Er blijkt van alles mis met tennis. Zo wordt er bij trainingen veel te weinig ‘mooie bal’ gezegd.

Tennisschool toptennis.nl organiseerde een seminar voor leden van de vereniging voor tennisleraren. In de ochtendsessie waren de thema’s ‘voeding’ en ‘zelfvertrouwen’ behandeld. Fotograaf Jan-Dirk en ik vielen erin bij de lunch in de kantine van tennispark ‘De Hout’ waar een vrijwilligster van de tennisbond kippensoep, bakjes ‘hap-fruit’ en broodjes in plastic verdeelde.

De tennisleraren – bijna allemaal mannen in trainingspak – keken zwijgend naar een partij tennis, er was een Future Challenge Toernooi bezig.

Een man van middelbare leeftijd legde uit dat een van de spelers te weinig vanuit de heup speelde en dat hij zijn slag niet afmaakte. Voor de rest ging het, als er al gesproken werd, over de belastingdienst, een organisatie die de jacht op de kleine zelfstandige tennisleraar had geopend.

Een kleine, gedrongen vrouw in een krap trainingspak: „Ik ben bij de Kamer van Koophandel geweest, bij mij rinkelen alle alarmbellen.”

Organisator Ronald van der Horst droeg een sportbrilletje en een wit trainingspak met felgroene details. Hij hield met volle mond een hele toespraak.

We mochten het gerust noteren: hij maakte zich grote zorgen over de toekomst van het Nederlandse tennis. „We moeten terug naar de basis! Onze hoofdgast, Michiel Schapers, deelt mijn zorg!”

Of we Michiel Schapers kenden?

We knikten.

Toen ik jong was, was Michiel Schapers onze beste tennisser. Ik kon me geen gewonnen partij herinneren.

Ronald van der Horst kon dat soort opmerkingen niet waarderen. Hij vond het „heel makkelijk gezegd”, constateerde dat een 26ste plek op de wereldranglijst heel hoog was en vond dat iedereen die dat niet vond aan „makkelijk scoren” deed.

„Als voetballers zo goed zijn, staat het land op zijn kop.”

We herinnerden hem aan de WK-finale, Nederland werd tweede.

Ronald: „Heel gemakkelijk weer.”

Het liefste had hij bovenop Michiel Schapers ook nog Martin Simek uitgenodigd, maar die was verhinderd. Het gesprek dat de oud-tennisser op de radio ooit had met de inmiddels overleden cabaretier en ex-volleybalinternational Bram Vermeulen behoorde volgens Van der Horst tot „het meest interessante wat ik ooit heb gehoord”.

Toen hij zijn broodje op had, klapte hij in de handen.

Hij riep „verzamelen!” en dreef de tennisleraren een pendelbusje in. Tien minuten later werd de meute uitgeladen bij Victorie Plaza, een somber topsportcomplex. In een sfeerloze ruimte wachtte Michiel Schapers, twee meter ex-topsport in een enorme witte kabeltrui, de tennisleraren op.

Ronald van der Horst zakte door de knieën en begon te rommelen met draden en stekkerdozen: de beamer deed het niet.

„Laat maar Ronald”, zei Michiel. „Ik gebruik geen apparatuur.”

Michiel splitste de boel in groepjes. De tennisleraren moesten onderling praten over het onderwerp ‘Wat is er mis met de jeugdopleiding?’ „En daarna wil ik van de woordvoerders van de groepen horen wat de conclusies zijn.”

Organisator Ronald schoof bij een van de groepjes aan. Hij hield een toespraakje van een minuut of tien en sprak gewoon door toen Michiel Schapers het al weer ‘centraal’ wilde hebben.

Een voor een somden de woordvoerders van de groepjes hun conclusies op. Michiel noteerde ze met viltstift op een flip-over.

Er werd bij trainingen te weinig ‘mooie bal’ gezegd.

Het plezier bij de kinderen was weg.

Er werd nooit gelachen.

Ouders moesten leren omgaan met hun tennissende kind.

De techniektraining was eenzijdig.

Er was te weinig variatie in de trainingen.

Er was te veel ‘een eindpunt van de slag-benadering’.

En dan was er een ook nog een tennisleraar, een vrolijke jongen met krullen, die opmerkte dat het volgens hem wel goed ging met de jeugdopleiding.

Michiel Schapers maakte ’m helemaal af, verbaal dan.

De discussie tussen de twee was voor de leek moeilijk te volgen.

Schapers: „Karlovic zien spelen op Queens? Nou dan!”

Schapers begon aan een pleidooi voor het trainen op service-volley, een bijna uitgestorven speelstijl.

De tennisleraren noteerden het braaf.

De vrolijke krullenbol – inmiddels een stuk minder vrolijk – vroeg Michiel of dat speltype nog wel kon in deze tijd. „De ballen zijn zwaarder geworden en roteren vier keer sneller per seconde.”

Schapers: „Oh, zijn de ballen zwaarder? Heb je cijfers bij je? Nee? Dan kan ik hier helemaal niets mee.”

Nadat hij had gezegd dat kinderen beter moesten ademhalen en dat iedereen het boek De mindset moest lezen om „een gesprek op een hoger niveau met jezelf te kunnen voeren”, mocht Ronald de beamer dan toch aansluiten. We kregen een partij van de Australian Open te zien uit 1985 tussen Wimbledon-winnaar Boris Becker en Michiel Schapers.

Wat opviel was de knalrode sportbroek van Schapers en ook dat we geen service-volleyspel van Schapers zagen. De tennisleraren zagen het ook, maar er was niemand meer die er iets van durfde te zeggen. Schapers won de wedstrijd. „Wat er nu gebeurt is interessant...”, zei hij.

Boris Becker wachtte hem na de wedstrijd op om hem te feliciteren. „Dat was toentertijd de sfeer, we moeten terug naar die sportiviteit.”

Een Duitse commentaarstem uit 1985 zei: „Michiel Schapers ist ein Mann der Schnorkellos spielt.”

Wat dat betekende wist ik niet, wel dat hij anno 2011 moeiteloos uren vol kon praten over service-volleyspel, zonder snorkel.