Erik de Vlieger weer vrijgesproken

De Amsterdamse zakenman Erik de Vlieger is gisteren door het gerechtshof in Amsterdam vrijgesproken van afpersing en vrijheidsberoving. Eerder sprak ook de rechtbank hem al vrij van de afpersing van een Amsterdamse horecaondernemer in 2002.

Volgens justitie zou De Vlieger met zijn beveiligingsman, de Israëliër Ithzak M., de ondernemer Alberto Fernandez zo onder druk hebben gezet dat hij bij de notaris voor de overdracht van zijn zaak aan het Leidseplein tekende. Eerder oordeelde de rechtbank al dat hiervoor geen bewijs was. De Vlieger had geld in de slecht lopende zaak van Fernandez gestoken, die in ruil daarvoor een deel van zijn zaak zou overdragen. Toen Fernandez dat vervolgens weigerde is volgens de rechtbank enige druk op hem uitgeoefend, maar er was geen sprake van „bedreiging met geweld”.

Het gerechtshof stelt nu in haar arrest dat de verdenking vooral berust op verklaringen van Fernandez zelf. Die zijn volgens het hof „op essentiële onderdelen onvoldoende eenduidig en consistent”. De feitelijke toedracht van de aandelenoverdracht kan volgens het hof „niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld” omdat ook het overige bewijs voornamelijk Fernandez als bron heeft. Ook zegt het hof dat Fernandeze en De Vlieger een zakelijke overeenkomst hadden gesloten met een „vrijwillig karakter”.

Justitie eiste in hoger beroep een celstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Erik de Vlieger werd in 2005 opgepakt voor de afpersing. De zakenman was toen actief in de luchtvaart, multimedia, scheepswerven en vastgoed. Na zijn arrestatie stortte zijn imperium in elkaar, omdat banken en zakenpartners zich terugtrokken. De Vlieger heeft altijd gezegd dat justitie zijn bedrijf „kapot” heeft gemaakt.